Analyse Tom Dumoulin

Wielrenner Tom Dumoulin kan voor de Giro nog wel een scheutje vertrouwen gebruiken

Vierde in de Tirreno-Adriatico, wat zegt dat over de vorm van wielrenner Tom Dumoulin? Is hij goed genoeg om straks voor de tweede keer de Giro te winnen? Helemaal gerust zal hij er niet op zijn, vooral niet door het koersen van Simon Yates en Egan Bernal elders.

Dumoulin in roze leiderstrui en met trofee op het erepodium na het winnen van de Giro d’Italia in 2018. Beeld ANP

Tom Dumoulin maakte geen geheim van zijn ambities in het vroege voorjaar: hij ging vol voor de klassementen in de Ronde van de Verenigde Arabische Emiraten en de Tirreno-Adriatico. Vertaald uit het wielerjargon betekent dit dat je op weinig minder dan de winst aast. Hij zat lekker in zijn vel, beter dan vorig jaar, toen hij in het Midden-Oosten gefrustreerd met zijn fiets smeet en in Italië ziekjes aan de start verscheen om vervolgens na een val de koers te verlaten.

Hij voelde zich nu prima, zei hij vorige week voor de camera van het AD, zij het dat de topvorm vermoedelijk nog niet was bereikt. Hij had lekker de conditie bijgehouden en verbleef geregeld thuis in Kanne; daar dacht hij baat bij te hebben.

Maar nu kan Dumoulin de eerste balans opmaken. Beide etappekoersen vormden de schaarse momenten waarop hij in de aanloop naar zijn grote doel, weer de roze trui in de Giro d’Italia, de krachten kon meten met zijn concurrenten. Zijn ideale voorbereiding voorziet in een beperkt programma. In klinische cijfers waren dit de resultaten: in de emiraten eindigde hij begin maart als zesde en dinsdag aan de Adriatische kust, in San Benedetto del Tronto, viel hij met de vierde plaats ook buiten het podium.

Concurrentie 

Van zijn tegenstanders maakte Primoz Roglic, de troef voor de Nederlandse ploeg Jumbo-Visma in de aanstaande Giro, de meeste indruk. Hij won zowel de UAE Tour als de Tirreno, al was dat in die laatste wedstrijd maar met één luttele seconde verschil, preciezer: 0,31 seconde. De nummer twee, de Brit Adam Yates, verspeelde in de afsluitende tijdrit van 10 kilometer een voorsprong van 25 seconden. De Sloveen had ‘110 procent’ gegeven, zei hij na afloop.

Dat deed hij de afgelopen weken vaker. Hij was telkens voorin te vinden als het spannend werd en viel herhaaldelijk zelf aan. Zijn zwakke momenten waren beperkt en niet fataal. In de tijdrit van dinsdag eindigde hij als elfde, vijf seconden langzamer dan Dumoulin, die zevende werd. Geen reden tot zorg, al dringt de vraag zich op of de voormalige schansspringer niet te vroeg met zijn kracht aan het smijten is.

De Girowinnaar van 2017 liet vooral bij vlagen zien dat de vorm er wel is. De manier waarop Dumoulin in Italië aanvallen pareerde straalden overtuigingskracht uit, maar daarna zelf initiatief nemen zat er niet meer in. In het vervolg kwam het aan op het beperken van de schade, waarbij zijn ploeggenoten van Sunweb hem niet altijd de gewenste steun konden leveren. De achterstand op Roglic in de einduitslag kwam dinsdag uit op bijna anderhalve minuut.

Wat er buiten zijn directe blikveld gebeurde, zal Dumoulin er niet geruster op hebben gemaakt. In Zuid-Frankrijk lieten twee andere rivalen voor het roze in Verona, de finishplaats van de komende Giro, zien dat ze de kneepjes van het ambacht als ronderenner onder de knie krijgen.

In Parijs-Nice won Simon Yates, vorig jaar al de winnaar van de Vuelta en in de Giro lange tijd de plaaggeest van Dumoulin, tot zijn eigen verbazing een tijdrit. Het illustreerde dat de broer van Adam er hard aan heeft gewerkt. In 2017 was het nog een discipline waar hij vooral tegenop zag. In dezelfde koers toonde Egan Bernal zich een adept van ploeggenoot Chris Froome. Het 22-jarige Colombiaanse klimtalent van Sky verdedigde zijn leiderspositie op de laatste dag  door niet meteen achter zijn landgenoot Nairo Quintana aan te gaan, toen die ervandoor ging. Hij liet zijn team het vuile werk opknappen om pas in de laatste fase zelf de veilige marge te bewaken.

Vertrouwen

Natuurlijk is Verona nog heel ver. Eindzeges in de Tirreno-Adriatico en Parijs-Nice zijn de afgelopen jaren zelden een voorspelling geweest voor successen in de grote ronden. Deze eeuw won drie keer de winnaar van de Tirreno-Adriatico in hetzelfde jaar een grote ronde: Alberto Contador de Vuelta in 2014, Vicenzo Nibali de Giro in 2013 en Cadel Evans in 2011 de Tour de France. Tweemaal won de winnaar van Parijs-Nice in hetzelfde jaar de Tour: Bradley Wiggins in 2012, Contador in 2007.

Maar toen Dumoulin eind oktober tijdens zijn vakantie in Nepal zijn ploeg verzocht toch nog maar eens te overwegen niet de Tour maar de Giro tot het voornaamste doel van dit seizoen te promoveren, zal hij niet hebben vermoed dat aanstaande concurrenten al zo snel op appèl zijn. Zij hebben al vertrouwen getankt, hij kan nog wel een scheutje gebruiken. Er zijn alleen niet zoveel momenten meer waarop hij bij de pomp langs kan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden