ColumnPeter Winnen

Wielrennen is een verhalenmachine, de Strade Bianche helemaal

Peter Winnen artikel ColumnBeeld .

Strade Bianche, wat een koers! De hitte straalde je van het televisiescherm tegemoet en dat maak je zelden mee. Had ik een mondkapje gedragen dan was het zo van de bek gevallen. En dat landschap: gebrande omber en gebrande sienna in een machtig kleurenperspectief. Om met Nescio te spreken: Groot was God dien middag en goedertieren, toch zeker in Toscane. Ja, een koers is pas een koers als oud-renners in katzwijm vallen.

Er finishten er maar 42 binnen de tijdslimiet. Van twee ploegen kwam niemand binnen. God was niet alleen groot en goedertieren maar ook rechtvaardig. Want waartoe is de renner op aarde? Niet om mooi te wezen, maar om te zegevieren of te sneuvelen. Daartussenin is niets.

Ik was erg nieuwsgierig naar het commentaar van Jakob Fuglsang. Op vijftig kilometer voor de meet gaf het Deense wonderkind er een snok aan alsof het glas nog halfvol was, en dat immer zou blijven. Het was een graad of 39, hij ademde kalk in. Ik dacht: hier verliest de beste man zowel de wedstrijd als zichzelf.

Nou ja, hij was dus geëxplodeerd. Hij was de benen ineens kwijt. Maar hij was blij terug in koers te zijn en bedankte de ploeg ook maar meteen voor het geweldige werk. Standaardpraatje. Later, veel later vertelt opa Fuglsang misschien aan zijn kleinkinderen wat hij in 2020 werkelijk meemaakte in Toscane. Dat de hitte hem insnoerde als een zinken harnas. Dat zijn aderen leidingen werden waarin zijn afgewerkte bloed stokte. Dat, en jullie geloven het vast niet kinderen, opa het ineens ijskoud kreeg en bijkans van zijn stokje ging. Als opa die dag zijn hersens had gebruikt dan stond de trofee van de mooiste Strade Bianche hier te schitteren – wat een lelijk ding trouwens!

Wout Van Aert gebruikte zijn hersens wel. Hoe hij het deed, deed hij het, maar in het landschap waar de tin ook zonder soldeerbout vloeibaar werd hield hij het hoofd relatief helder. Met enig gevoel voor symboliek kun je zeggen dat hij uit de dood is opgestaan. Een jaar geleden zat hij nog in een rolstoel. Toen was het nog maar de vraag of hij zijn rechterbeen ooit nog zou terugvinden. Het is definitief terecht.

Zaterdagmiddag herinnerde ik me ineens wijlen Vincenzo Torriani, de beroemde organisator van de Giro. Wielrennen de enige sport die ertoe doet, zei hij, al de rest zijn spelletjes. Soms denk ik, wielrennen is niet eens een sport. Het is een verhalenmachine; wielrennen gaat om het grote, om het genereuze gebaar. De Strade Bianche met zijn ruwe paden is zo’n gebaar. En al helemaal bij 39 graden celsius.

Het is zo’n wedstrijd waarin rimpelloze berekening en smetteloze strategie gesmoord worden binnen het kader van een antieke ansichtkaart.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden