Wielerploeg Quick-Step opereert als een allesverslindende roedel roofdieren

Stybar, Gilbert en Terpstra worden gefeliciteerd door Lefevere. Beeld Belga
Stybar, Gilbert en Terpstra worden gefeliciteerd door Lefevere.Beeld Belga

Niki Terpstra liet zondagmiddag na zijn winst in de Ronde van Vlaanderen weten dat hij best naar de mobiele studio van de Vlaamse sportzender Sporza wilde komen, maar dat hij niet alleen zou verschijnen. Al zijn ploegmaten bij Quick-Step kwamen mee. Zover kwam het niet, uiteindelijk nam hij plaats achter de tafel waar teamgenoot Philippe Gilbert al zat, de Rondewinnaar van 2017. Maar de boodschap in de aankondiging was veelzeggend: bij ons is het één voor allen, allen voor één.

The wolfpack noemen ze zich. Als een roedel roofdieren jagen ze op hun prooi, op winst in elke koers. Samen zijn ze sterker. Ploegleider Brian Holm zou er elke teambespreking mee afsluiten. ‘We are the wolfpack. No prisoners taken.’ Intussen is het een handelsmerk. Het embleem prijkt op de shirts en de bus.

Dit voorjaar staat de teller al op 21 overwinningen, ondanks het vertrek van niet de minste renners. Tom Boonen stopte. Marcel Kittel, Daniel Martin en Matteo Trentin vertrokken naar een andere ploeg. Het budget van 18 miljoen euro was gekrompen, het kostte manager Patrick Lefevere moeite voldoende sponsors te vinden. Maar de blauwe brigade dicteert de koers als nooit tevoren, met een overmacht die doet denken aan de glorietijden van Panasonic in de jaren tachtig en Mapei in de jaren negentig.

De ploeg heeft de balans gevonden tussen renners die zich volledig kunnen wegcijferen en favorieten die bereid zijn een stapje opzij te doen als een ploeggenoot van gelijk kaliber kans maakt op de winst. Het vertrek van Boonen heeft de rolverdeling er verrassend genoeg alleen maar duidelijker op gemaakt. Het koersverloop van zondag weerspiegelde de succesvolle strategie. Iljo Keisse, Tim Declercq en Florian Sénéchal waren de renners die een kopgroep lange tijd en in hoog tempo binnen schootsveld van het peloton hielden. Toen Terpstra er na de Kruisberg vandoor ging, schikten de overige kopmannen – Gilbert, Yves Lampaert en Zdenek Stybar – zich in een beschermende taak.

Ze lieten het al meer zien, dit voorjaar. Als een van hen ontsnapt, ontregelen de anderen de jacht. Ze draaien ogenschijnlijk mee in de groep met achtervolgers, maar houden nog voordat ze zelf op kop komen de benen stil, waardoor de concurrentie er door de wind omheen moet. Of ze beantwoorden elke demarrage. Het duurt niet lang of ontmoediging en frustratie kruipen in de benen van de tegenstanders. In de Vlaamse Ardennen is het nog eenvoudiger: op de smalle weggetjes volstaat het om even de kop te nemen en een gelletje te nemen of even aan de bidon te lurken om het tempo eruit te halen. Zondag hoorde Terpstra, solerend met het schuim op de mond, het jargon in zijn oortjes: ‘Lampie en Stybie zijn barrage aan het maken!’ ‘Zoiets geeft me extra energie’, verklaarde de winnaar na de race.

Het devies bij Quick-Step is geven en nemen. Dat Lampaert vorige week woensdag Dwars door Vlaanderen won, was volgens manager Lefevere vooral te danken aan Terpstra, die voorkwam dat grotere favorieten als Greg Van Avermaet en Tiesj Benoot konden aansluiten. Die instelling vraagt toewijding en overgave. Hoe ver dat gaat, illustreerde de onbedaarlijke huilbui van de dit seizoen aangetrokken sprinter Elia Viviani nadat hij vorige week zondag tweede was geworden in Gent-Wevelgem. Tweede, in Gent Wevelgem – er is grotere rampspoed denkbaar. Maar het was meer dan treurnis over de gemiste kans, hij had ook het idee dat hij voor zijn ploeg had gefaald.

Philippe Gilbert en Niki Terpstra vieren de overwinning. Beeld Belga
Philippe Gilbert en Niki Terpstra vieren de overwinning.Beeld Belga

Soms lijkt de idylle scheurtjes te vertonen. Gilbert probeerde in de E3 Harelbeke gewoon het gat te dichten met de samen op kop rijdende Lampaert en Terpstra. Vorig jaar ging de Zaankanter in de slotfase van de Ronde van Vlaanderen wel erg hard achter de in winnende positie rijdende Waal aan. Ploegleider Wilfried Peeters schreeuwde hem vanuit de auto toe dat hij rustig aan moest doen. ‘Niki, niet overnemen!’ Volgens Lefevere heeft het niks met rebellie tegen de stalorders te maken. Welnee, wie dat erin ziet, snapt de wedstrijd niet.

Nu de beurs wat krapper is, ligt het accent binnen de ploeg meer op het werven van jonge talenten. Ze komen graag, weet Lefevere. De aanvallende instelling trekt. Veldrijder Mathieu van der Poel zei al vorig jaar dat bij een eventuele overstap naar de weg Quick-Step de ploeg is die hem het meest aanspreekt. De ‘jonkies’ – citaat Lefevere – gedijen er snel. De Nederlander Fabio Jakobsen (21) won half maart Nokere Koerse en trok enkele dagen later met succes de sprint aan voor de even oude Colombiaan Alvaro José Hodeg in de Handzame Classic – zo leer je snel hoe je geeft en neemt.

Vooralsnog zijn het volgens de manager ‘de oude wolven’ die het in de grote races telkens weer flikken. Zondag wacht Parijs-Roubaix. Gilbert (35) hoopt er de lacune op zijn erelijst te vullen. Stybar (32) acht zich niet kansloos. Terpstra (34) liet weten dat hij er zin in heeft. De honger van de roedel is nog niet gestild, het speeksel staat ze zo weer op de snuit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden