reportage Jesper Asselman

Wielerklassieker Parijs-Roubaix: Het is volbracht, daar gaat het Jesper Asselman om

Veertig minuten na winnaar Gilbert rijdt Jesper Asselman de velodroom van Roubaix binnen. ‘Hors délai’, dus te laat voor een officiële klassering, maar daar kan de renner na de wielerklassieker Parijs-Roubaix niet mee zitten. ‘Ik heb de Hel overleefd, supergaaf.’

Jesper Asselman van de Roompot-ploeg rijdt, terwijl het publiek al huiswaarts keert, op de kasseienstrook van Camphin-en-Pevele. Beeld Klaas Jan van der Weij

‘Altijd blijven lachen, toch?’, zegt Jesper Asselman, nadat hij met moeite een ­grimas op zijn gezicht heeft getoverd. De renner van Roompot-Charles is 39 minuten en 54 seconden na winnaar Philippe Gilbert de finishlijn in Roubaix gepasseerd. Veel te laat om in de uitslag te worden opgenomen, maar dat maakt nu even niet uit. ‘Ik ben er.’

Meer dan welke klassieker ook is Parijs-Roubaix een koers die renners per se willen uitrijden. Aankomen op het beroemde Vélodrome, en daarna onder de net zo beroemde douches, daar gaat het om. Pas dan stel je als profrenner iets voor. Of zoals Asselman het zegt: ‘Parijs-Roubaix is een legendarische wedstrijd. Die wil je finishen. Punt.’

Asselman is 29 jaar en rijdt al sinds de oprichting in 2015 voor de Roompot-formatie. De meeste bekendheid kreeg hij toen hij vier jaar geleden in de Eneco Tour drie dagen de leiderstrui droeg. Parijs-Roubaix is zijn droomkoers. ‘Als junior ging ik in Drenthe voor de eerste keer over kasseien. Dat vond ik zo machtig mooi. Ik dacht dat dat ook de echte kasseien waren. Totdat ik Parijs-Roubaix ging rijden. Dan word je wel even met de neus op de feiten gedrukt.’

Eigenlijk ging hij vandaag van start met het idee om net als vorige week in de Ronde van Vlaanderen mee te springen in de vroege vlucht. Tv-minuten maken voor de sponsor. Maar al vroeg in de wedstrijd reed hij lek. En op Mons-en-Pévèle, de negentiende van de in totaal 29 kasseienstroken, nóg een keer. Toen moest hij nog 50 kilometer. ‘Er zat maar één ding op’, zegt hij. ‘Door blijven trappen. Dan kom je er vanzelf.’

Vorig jaar kwam de Litouwer Evaldas Siskevicius een uur na de winnaar Peter Sagan binnen. Suppoosten hadden de wielerbaan al gesloten, toen de 30-jarige renner van Delko Marseille Provence aan kwam rijden. Zo veel passie en hartstocht voor de koers mocht niet onbeantwoord blijven, vond de organisatie. Het hek ging weer open.

De helletocht werd gefilmd door Sporza; het leverde Siskevicius enige bekendheid op. Deze week heeft hij journalisten uit verschillende landen op bezoek gehad, vertelt hij ’s ochtends bij de start in Compiègne. Allemaal wilden ze weten wat hem bezielde. Zijn antwoord was simpel: ‘Parijs-Roubaix is een monument. Daar moet je respect voor hebben. Áls je hem uit kunt rijden, dan doe je dat.’

Dat geldt deze zondag ook voor Asselman. Helemaal omdat hij al drie keer (twee keer als belofte, één keer als prof) een vergeefse poging heeft ondernomen de wielerbaan te halen. Nu móét en zál hij er komen. ‘Dat werd onderweg een doel op zich.’

Het publiek langs de kant moedigt de achterblijvers extra hard aan, merkte hij. ‘Dat gaf moraal.’ Vervelend was wel dat hij 20 kilometer met een lekke band moest rijden. ‘Wij rijden bij Roompot met schijfremmen. Dat doen niet zo veel ploegen. Uiteindelijk heb ik van Quick-Step een wiel kunnen lenen.’

Délai

Parijs-Roubaix hanteert het systeem van délai, vertraging, waarbij renners vanaf een bepaalde achterstand niet meer worden opgenomen in het klassement. De grens ligt op 8 procent van de tijd van de winnaar, ongeveer een half uur. Wel mag een renner finishen, mits de baan nog open is. Hij dient zich na uitsluiting in de wedstrijd aan normaal geldende verkeersregels te houden.

Zo ver komt het bij Asselman niet. Hij heeft wel een busje achter hem zien rijden, waarschijnlijk de bezemwagen, die de laatste renners oppikt, maar al te veel aandacht heeft hij er niet aan besteed. Hij was bezig met zijn eigen missie: Roubaix halen. Zo lang hij niet uit koers werd genomen, ging hij door.

Behalve vanwege de historie van de race, had zijn missie ook een praktisch element: in andere wedstrijden kunnen renners vaak afsteken naar de finish, omdat in het parcours lussen zijn opgenomen. Parijs-Roubaix gaat bijna in een rechte lijn naar boven. Asselman: ‘Dus ja, ik moest ook wel.’

Samen met de Rwandees Joseph ­Areruya en de Pool Przemyslaw Kasperkiewicz (‘Nee, we hebben niet gepraat onderweg. Je bent bezig met overleven’) kreeg hij iets voor zessen dan eindelijk het stadion in zicht. De Brabançonne had toen al lang geklonken voor Philippe ­Gilbert en ook de Litouwer Evaldas Siskevicius was al lang binnen: de nummer laatst van vorig jaar eindigde ditmaal als negende.

Een deel van het publiek was al naar huis. Maar Jesper Asselman kan er niet mee zitten, net als het feit dat hij ‘hors délai’ is, buiten tijd. ‘Ik heb de Hel overleefd, dat vind ik supergaaf.’ Terwijl hij zich tussen het publiek een weg baant, op zoek naar de teambus, zegt hij dat zijn liefde voor Parijs-Roubaix er na vandaag eigenlijk alleen maar sterker op is geworden. ‘Ik had goeie benen, maar die zeggen in Parijs-Roubaix niets. Dat vind ik juist het mooie aan deze wedstrijd. Eens valt het kwartje wel een keer mijn kant op.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.