'Wie wil zweten, zal overleven'

Wat is het mysterie van de Great Rift Valley in het West-Kenyaanse hoogland? Kenya had dit jaar in Athene drie hardlopende wereldkampioenen en allen groeiden barrevoets op rond Eldoret, de residentie van hun grote voorganger Kipchoge Keino....

DE RIFT VALLEY, een van de grootste breuken in de aardkorst, loopt van Jordanië naar Tanzania, over een lengte van bijna zevenduizend kilometer, en snijdt Kenya doormidden. Het dorp Iten ligt duizend meter boven de slenk, die daar twintig kilometer breed is: een permanente rommelmarkt, blikken hutten die zich sieren met de naam 'hotel', stapels kleren en afgedankte schoenen die aan weerszijden van de enige bestrate weg in het dorp worden uitgestald.

De regen klettert neer. De grond is door eeuwen droogte ondoordringbaar geworden en laat geen water door. Het rode, ijzerhoudende en harde magma naast de hoofdweg wordt spiegelglad. Te glad om hard te lopen. De 85 atletische beloften uit de Rift Valley die zich in Iten hebben verzameld, zijn een dag lang tot rust gedwongen. Meestal wordt blootsvoets getraind op de glooiingen rond Iten - vanwege het blessurerisico niet op de verharde weg - en die glooiingen zijn de geboortegrond van telkens weer nieuwe Kenyaanse vedetten. Het hoge plateu is ook de oorsprong van de Keyniaanse falanx die jaar na jaar het WK veldloop beheerst.

In West-Kenya is de Kalenjin-stam het grootst, hij heeft ook de meeste vertakkingen: de Nandi, de Marakwet, de Luo, de Taita, de Pokomo, de Maragoli, de Turkana, de Keyo. Vooral de laatste brengt grote hardlopers voort. De ooit zo trotse Masai, beeldhouwwerken van kracht, schoonheid en beweging, zijn teruggedrongen; ze verkopen, in zuidelijker streken, tot in de nabijheid van Nairobi, het domein van de Kikuyu, hun kleurige kralen en folklore. Ze zijn vooral een attractie voor de safariganger geworden.

Iten ligt op 2200 meter, een paar honderd meter boven Eldoret, het epicentrum van het Kenyaanse hardlopen, en vijfhonderd meter boven Nairobi. Een triomfboog herinnert aan de Kenyaanse strijd voor de onafhankelijkheid, maar Britten ontdekten de geweldige atletische aanleg van de Keyo, en Britten zijn er nog steeds in Iten en Eldoret. Al is de belangrijkste ontwikkelaar van talent een Ierse broeder: Colm O'Connoll, Track and Field Coach, docent aan het Tambach Teachers Training College en aan St. Patricks, Iten.

Links van waar de propvolle busjes en 'speedtaxi's' in Iten hun lading lossen, ligt een grasveld waarvan pas bij nadere beschouwing valt vast te stellen dat eromheen kan worden hardgelopen. Dit is de plaatselijke atletiekbaan. Koeien houden het gras op het middenterrein kort. Iets hoger ligt de woning van O'Connell. Al meer dan twintig jaar vormt zijn school loopwonders. Hij geeft ook les op een naburige lerarenopleiding en probeert de meisjesschool, zes kilometer verderop in Singore, dezelfde status te geven als St. Patricks.

Het was een wonder, toen Helen Kimayo na het baren van twee kinderen weer ging lopen, dankzij een vooruitstrevende echtgenoot, Kipkorir, die haar die vrijheid gaf. In haar jeugd had ze in de Rift Valley dagelijks dertien kilometer van en naar school gelopen. In 1992 werd ze de Kenyaanse sportvrouw van het jaar.

Colm O'Connell wijst op een meisje van elf, een sprinkhaan, de jongste van de tachtig Kenyaanse talenten die zijn samengekomen in Iten. Ze heeft een paar Noorse gastlopers nog geen dag geleden met haar verpletterende talent volkomen uitgeput. Het is zomervakantie, de slaapvertrekken van de reguliere leerlingen zijn verlaten, de trainingsgroep van O'Connell heeft ze tijdelijk bezet. In april zal dat opnieuw gebeuren. In de tussentijd bezoekt ook het elfjarige supertalent haar schooltje, diep in de Rift Valley.

O' Connell onderhoudt het contact met de trainer, op wiens aanbeveling ze naar St. Patricks mocht komen. O'Connell kent alle tien vrijwillige, onbezoldigde trainers uit de regio. Hij heeft 'een beetje structuur' gebracht in het Kenyaanse hardlopen. Samen met Kipchoge Keino, na president Moi Kenya's tweede burger.

O'Connell leidde de zwijgzame Daniel Komen naar een wereldrecord. Die is nu een vermogend man, heeft woningen in zowel Eldoret als Nairobi betrekken, hij geeft voor de tachtig pupillen van O'Connell een lezing over zijn succes. Moses Kiptanui verwierf zich door het St. Patricks College onvergankelijke roem. De vorst van de steeple chase laat nu toeristen in helikopters naar het flamingomeer van Nakaru brengen.

Het begon al vóór O'Connell, zegt Patrick Sang, op de 3000 meter steeple chase driemaal achtereen tweede bij de Olympische Spelen. Hij herinnert zich broeder Marcelos en broeder Paul, die aan het begin stonden van een lange traditie. Al heel lang geleden kwam de Ierse orde van de heilige St. Patrick naar het westen van Kenya. En O'Connell is niet de laatst overgeblevene. Buiten Eldoret houden vier of vijf oude broeders een boerderij.

PATRICK SANG: 'Daniel Komen is geboren op 2700 meter, Barmasai zelfs hoger, Paul Tergat iets lager. Wilson Kipketer op 2500 meter, mijn vrouw komt uit die streek. De hoogte, het generaties lang lopen met zuurstofschuld, is het enige dat eruit springt. O'Connell is ons gericht gaan trainen, hij ondersteunt nu ook de door Nike, Fila of Reebok gesponsorde trainingskampen. Hij heeft de scholen en het leger een voorbeeld gegeven. Maar we zijn in de eerste plaats baraka, gezegend, met de hoogte.'

O'Connell vindt het nog steeds een raadsel. Elke keer als een olympisch kampioen opstaat die zijn school heeft bezocht, plant hij een boom in het perk voor het lokaal van het schoolhoofd. Er is veel jonge aanplant: de boom Wilson Kipketer, de boom Daniel Komen, de boom Wilson Boit Kipketer. De naambordjes van de drie wereldkampioenen die Kenya dit jaar in Athene begroette, zijn groter dan de uitbottende takjes eronder, maar er staan in de directe nabijheid ook oude, volgroeide en eerbiedwaardige 'gedenktekens': van Peter Rono, Amos Biwott, van Wilson Kiprigut ook, de eerste Kenyaan die - in 1964 - een olympische medaille won.

Vreemd genoeg ontbreekt de Keino-boom. Kipchoge Keino won bij de Spelen van 1968 en 1972 twee gouden en twee zilveren medailles. Hij zetelt in Eldoret, dertig kilometer 'onder' O'Connell, als businessman. Patrick Sang ook. Wélke business blijft onduidelijk. Kritische vrouwen, onder wie die van Keino zelf, zeggen dat die vage business een heerlijk nietsdoen bemantelt.

Keino is de koning van de Rift Valley. Het smoezelige Eldoret met zijn uitdragerijen, greppels, geruzie om centen, zijn verweesde straatkinderen en onverlichte straten, heeft slechts één toeristische attractie: Kipchoge. Hij paradeert de stad rond. De twee miljoen inwoners zegt hij allen te kennen. Maar wie de stad rondloopt en de hoofdstraat met de Keino sport- en boekwinkel passeert, is al snel aan de grenzen van de bewoonde wereld. Eldoret is een dorp, met een dorpskern, één hotel met internationale telefoonverbindingen, één disco, één hoerentent. Maar Eldoret waant zich groter. De boerderij van de Keino's, vijftien kilometer verderop, noemt Kipchoge ook nog Eldoret.

Keino is de man van 'werken is slagen', hij gelooft niet in de onvermijdelijkheid van armoede en mislukking: 'Wie wil zweten, zal overleven. Dat is het leven: uitdagingen aangaan. Je moet durven; als je het aan de regendruppels overlaat, zul je niets krijgen. Europa heeft eeuwen de tijd gehad, wij moesten het land in enkele tientallen jaren opbouwen. De bevolking heeft voorbeelden nodig en daarom is het goed dat atleten laten zien tot welke rijkdom hard werken kan leiden.

'En je kunt in een arme samenleving ook rijk zijn. Het is in één land bijna onmogelijk iedereen gelijke kansen te geven, maar de sport biedt die kansen. Daarin kunnen ook de ongeletterden naar voren komen. We bidden dagelijks om moed. God heeft iedereen gelijk geschapen, maar met verschillende talenten. Dat is mijn houding: laat iedereen zijn eigen talent ontdekken.'

HET Internationaal Olympisch Comité heeft wat geld gegeven voor de atletiekbaan die Keino wil laten aanleggen in de nabijheid van een nieuwe school buiten Eldoret, maar de bouw van de school ligt voorlopig stil, vanwege ontbrekende fondsen. Broeder Colm O'Connell ziet lijdzaam toe hoe zijn ideaal zelfs in zijn directe nabijheid verkwanseld wordt: 'Wij gaan helaas dezelfde kant op als Europa. In Europa is vergeten dat lichaam en geest in harmonie moeten zijn, daarom verdwijnt het bewegingsonderwijs. Hier zit de beweging, het jagen, in mensen en als je die beweging onmogelijk maakt, verarmt de mens. Daarom zal bij mij sport altijd tot het curriculum behoren. Het plezier in het lopen is bij de Keyo enorm groot. Vreemd genoeg hebben de heuvels hun voorkeur niet, die werken vertragend, ze willen liever op een vlak stuk lopen en dan zo hard mogelijk. Maar de heuvels, de kuilen en de struiken hebben hen wel tot eminente steeple-lopers gemaakt.

'Ook ik heb het echte geheim nog niet kunnen ontrafelen. Het is een combinatie van factoren: hoogte, traditie, voeding, concurrentie en misschien ook mentaliteit. Zoals Karen Blixen schreef in Out of Africa: niets is zo stil als een wild dier. Dat geldt ook voor de lopers uit de Rift Valley. Ze kunnen vlak voor een wedstrijd relaxed zijn, als een tak bij windstilte, en dan, wanneer de noodzaak er is, zwiepen met een kracht die je de adem beneemt.

'Het is een contrast dat je nooit geheel kunt doorgronden. Ze draaien een knop om en worden van het ene op het andere moment van schijnbaar loom totaal agressief. In het Westen worden kinderen alleen maar hyperactiever, een kind in Europa kan niet meer dan een halfuur stilzitten, hier sparen ze energie; ze kennen ook sociaal hun plaats, maar kunnen dan ineens na een periode van stilte en terughoudendheid roofdieren worden.

'Het is nooit mijn bedoeling geweest die agressiviteit aan te kweken. Onze broederorde richt zich van oudsher op de jeugd. Wij zijn hier om van de Kenyanen complete mensen te maken. We houden onze leerlingen voor dat hardlopen niet alleen belangrijk is omdat er veel geld in te verdienen is. Er zullen nooit meer dan vier-, vijfhonderd Kenyaanse lopers zijn die internationaal furore maken, de concurrentie is groot en dus moet je ook andere perspectieven schetsen. Maar ja, je ziet hier Sally Barsosia lopen, de eerste Kenyaanse wereldkampioene. Iedereen wil natuurlijk in haar voetsporen treden.'

In Eldoret zegt Patrick Sang: 'Soms is lopen de enige manier om te overleven. Jezelf economisch specialiseren is riskant. Voetbal blijft de eerste sport in Kenya, maar sinds Kip Keino weten de Kenyanen dat ze met lopen land, vee en huizen kunnen verdienen. Keino heeft de standaard bepaald, en die ligt hoog. Als er zo veel talent is dat elkaar probeert te overtroeven, dan komen vanzelf de uitzonderlijke lopers naar voren.'

Niet bekend

'We hebben in het lopen een betere structuur dan in andere districten. Als die 85 kinderen, geselecteerd bij crossjes in de streek, naar huis teruggaan, krijgen ze trainingsschema's mee, er blijft contact met hun coaches, die meestal ook hun gymnastiekleraar zijn. Ze hebben een simpel dieet: ugali, maïs, bonen en fruit, ze zullen dus nooit een gram vet hebben, junkfood bestaat niet. Ze kunnen van oudsher pijn verdragen, daarom trainen ze ook blijmoedig drie keer per dag.

'Er zijn twee verschillen met vroeger. De West-Kenyanen waren jagers, ze putten zelfs leeuwen uit, in urenlange achtervolgingen. De Masai, met hun oude rites, dronken stierenbloed en zure melk. Dat zijn mythische verhalen geworden. Welbeschouwd waren Keino, Temu, Biwott, Boit en Jipcho eenlingen. Dat er nu zo veel wereldkampioenen en marathonwinnaars zijn, heeft met twee dingen te maken: een trainingssysteem en de aantrekkingskracht van het geld.'

Kipchoge Keino troont als een pasja in de nog licht koloniale Golf Club van Eldoret, of tussen de idyllische palmen naast het zwembad. In die moderne oase wil hij het niet hebben over de armoedige chaos in Eldoret, over de werkloze schoenpoetsers en het geweldige contrast tussen weelde en wanhoop. Van zijn twaalf kinderen studeert het merendeel in de Verenigde Staten, maar wat zijn eigen land betreft 'duldt' hij hooguit medewerking van buitenaf. Keino wil geen hulp bij nederlagen: 'Als ik verlies of als mijn land verliest, dan schud ik de winnaar de hand. Zo zijn alle Kenyaanse lopers: een dag met verdriet of teleurstelling is snel vergeten. Ze zijn altijd relaxed.'

Iets buiten Nairobi, tussen een desolate krottenwijk en het silhouet van de uitgestrekte Ngong Hills, staan in het trainingskamp van het leger nog drie tenten overeind. Het terrein is normaal gesproken vol, maar de regen heeft alleen de hardnekkigsten niet kunnen verjagen.

De grootste 'club' in Kenya is het leger, bijna overal in het land heeft die uitvalsbases. De post, de politie, ook die sectoren hebben hun eigen, meestal vrijgestelde lopersstaf. Daarnaast zijn er, over het land verspreid, zo'n tien clubs naar Europees model. Van al die instituties mogen na regionale of onderlinge competitie de eerste drie atleten aan het nationaal kampioenschap meedoen. Welk NK op zijn beurt geldt als selectie voor het WK veldloop. De nummers vier en verder hebben twee mogelijkheden: ze laten zich inlijven in een van de talrijke trainingseenheden maar moeten dan zelf voor de kosten opdraaien, of ze besluiten tot een avontuur in Amerika of Europa. Het laat zich dus raden waarom het in niet-Afrikaanse contreien wemelt van de Kenyaanse gelukzoekers.

Paul Tergat, drievoudig wereldkampioen cross, heeft een huis aan de overkant van het Ngong-trainingskamp. Hij waadt 's morgens door de blubber. Alleen de taaisten houden het hier vol, zegt hij. De weinige overgebleven lopers koken voor zichzelf, onder zeildoek. Wanneer de grote kampioenschappen naderen, zoals nu het WK veldloop, bereiden door de regering betaalde koks hun voeding. Maar, zegt Tergat, verwacht verder niets van de overheid.

IN HET Nyayo (nationaal) Stadion van Nairobi zetelt de KAAA, de Kenyaanse Amateur Atletiek Federatie. Het bouwvallige kantoor is officieel ook de standplaats van de enige trainer in vaste dienst, hoofdcoach Daniel Muchoky. Hij is, 'excuses', nooit bereikbaar, want hij reist het land rond en heeft nog geen mobile. Kan secretaris-generaal Okeyo wel iets meer helderheid verschaffen over het aantal leden van de Kenyaanse atletiekbond? Na een desperate zoektocht verschijnt een knullige handgeschreven lijst: van de 450 atleten die internationaal gevraagd worden. Enige andere administratie bestaat niet.

Patrick Sang: 'Afrikanen hebben een andere benadering van het leven. Negatieve invloeden en ervaringen hebben geen invloed. Echt gedemoraliseerd raken ze nooit. Je ziet het terug in de sport. Als een Europeaan jarenlang traint en verliest, is hij in staat zelfmoord te plegen. Wij weten dat tegenslag bij het leven hoort.'

Nairobi heeft een schitterend Olympisch Stadion, vanzelfsprekend vernoemd naar president Moi. Heel de hoofdstad weet dat het nooit het centrum van de Spelen zal zijn. Op de toegangswegen dansen de auto's gat in, gat uit. Eén slagregen en het olympisch complex is vrijwel onbereikbaar. Troostelozer nog dan de weg erheen zijn de sloppen in de directe nabijheid van het pompeuze stadion. Patrick Sang: 'We liggen in veel opzichten een eeuw achter, in sommige opzichten een dag voor, en daarom hebben de lopers het goed. In een arm land ben je een kleine god. Het gevaar is alleen dat je je een grote god gaat voelen, als je elke dag aanbeden wordt. Dan verlies je het contact met de werkelijkheid.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden