Wie verhielp de chronische klachten van Kramer?

Zoutewelle versus Vergouwen

De loopbaan van Sven Kramer leek na de Spelen van 2010 in gevaar. Hij kampte met pijn in zijn rechterbovenbeen. Zijn genezing liep uit op een verbeten strijd tussen de academische en alternatieve heelkunde.

Beeld Klaas Jan van der Weij

I

Het leek niet meer dan een plaagstoot, toen Sven Kramer in de winter van 2013 publiekelijk de spot dreef met de afgewogen voedingskeuzen van zijn belangrijkste rivaal Jan Blokhuijsen. 'Kokosvet, dat smeer ik mijn haar', grapte hij.

De schijnbaar onschuldige sneer had een diepere context, die alleen door de naaste omgeving van de schaatsers werd begrepen. Blokhuijsen zweert al jaren bij de inzichten van Dirk Zoutewelle, een bevlogen voedingsdeskundige die met zijn onconventionele ideeën ook Kramer enige tijd adviseerde, na de Winterspelen van 2010.

Kramer kampte in die na-olympische periode met ernstige fysieke klachten van onduidelijke oorsprong. Hij was vaak moe, kon intensieve trainingen slecht verwerken en verloor uiteindelijk de controle over zijn rechterschaats. Hij kon door de pijn in zijn bovenbeen en knie de schaats niet meer sturen. Zijn loopbaan leek in gevaar.

Het raadselachtige probleem leidde tot een maandenlange medische zoektocht, die uiteindelijk het karakter kreeg van een richtingenstrijd. De academische sportgeneeskunde, voorgestaan door erkende specialisten als Peter Vergouwen en Cees-Rein van den Hoogenband, botste met de natuurgeneeskundige leer van nieuwkomer Zoutewelle.

Zo concludeerde hoofdbehandelaar Vergouwen in december 2010 dat Kramer in zijn rechterbeen zenuwschade had opgelopen. Hij gebruikte volgens hem te veel vitamine B6. Dat kan volgens de wetenschappelijke literatuur tot een toxische reactie in de zenuwen leiden. Het probleem staat ook te boek onder de onheilspellende noemer B6-vergiftiging.

Zoutewelle oordeelde anders. Hij had Kramer sinds zijn aanstelling bij de TVM-schaatsploeg, in het voorjaar van 2010, juist met opzet hoge doseringen B6 voorgeschreven, tot wel zestien maal de dagelijkse aanbevolen hoeveelheid van de Gezondheidsraad, in de rotsvaste overtuiging dat de fysiek verzwakte Fries ervan zou opknappen.

II

Gezonde Hollandse pot, die vormde bij de TVM-schaatsploeg van Gerard Kemkers jarenlang de voedingsbodem voor topprestaties. De schaatsers kregen nauwelijks supplementen voorgeschreven door sportarts Hans van Kuijk. Naast een bescheiden dosering multivitaminen namen de rijders hooguit wat extra's als bloedonderzoek uitwees dat er sprake was van een duidelijk tekort; bijvoorbeeld aan ijzer.

Maar na de Winterspelen van 2010 wilde Kemkers verfrissen, uit het besef dat monotonie in de topsport dodelijk is. Nieuwe prikkels, andere ideeën: hij achtte ze noodzakelijk.

De succescoach nam afscheid van een groot deel van zijn trouwe staf en trok andere mensen aan. De eigenzinnige oud-schaatser Bart Veldkamp werd als trainer gehaald. Hij bracht Zoutewelle mee, een slanke, grijze man uit Putten die zichzelf 'psycho-neuro-endocrino-immunoloog' noemt. Hij is een aanhanger van de orthomoleculaire voedingsleer, net als Ada Veldkamp, de moeder van Bart.

Wie is Dirk Zoutewelle?
Dirk Zoutewelle is orthomoleculair voedingdeskundige en natuurgeneeskundig ondernemer. Hij verzorgt al 12,5 jaar opleidingen in de pyscho-neuro-endocrine-immunologie via zijn Bewust Gezond Academie. Hij produceert en verkoopt supplementen voor sporters onder de naam BG Sports. Hij behandelt patiënten met uiteenlopende klachten, waaronder kanker, MS en autisme. Zoutewelle is naar eigen zeggen opgeleid tot technisch inspecteur aan een hbo in Rotterdam. Hij koos voor een loopbaan in de natuurgeneeskunde nadat hij op 25-jarige leeftijd darmkanker had overleefd. Hij gelooft dat de meeste mensen de natuurlijke bouwstenen in voeding niet effectief genoeg benutten. Zijn supplementen bevatten hoge doseringen vitaminen en mineralen. Zoutewelle werkt met diverse topsporters. Oud-TVM-schaatser Simon Kuipers is bij hem in dienst. Naast Jan Blokhuijsen gaat het bijvoorbeeld om judoka Henk Grol en schaatser Sjoerd de Vries. Via Raymond Verheijen, oud-assistent van Louis van Gaal en Guus Hiddink, zegt hij ook voetballers bij te staan

Zoutewelle (46), oorspronkelijk opgeleid tot technisch inspecteur, is ervan overtuigd dat de meeste mensen de natuurlijke bouwstenen in voeding niet effectief genoeg benutten, waardoor ze niet optimaal functioneren of zelfs ziek worden. Hij beschouwt zichzelf een belangrijk voorbeeld. Op zijn 25ste werd darmkanker vastgesteld. Hij is ervan overtuigd dat hij nog leeft door een ingrijpende wijziging van zijn voedingsgewoonten.

Veldkamp motiveerde de keuze voor Zoutewelle indertijd in een video: 'Wij willen gewoon uit alles het maximale halen, dus dit jaar zijn we ook begonnen uit voeding het maximale rendement te halen... Atleten balanceren op de rand van fit zijn en net niet fit zijn. Extra weerstand door gezonde voeding en goede supplementen kan net het verschil maken.'

Zoutewelle ontpopte zich al snel als een initiatiefrijke voedingsdeskundige. Hij nam schaatsers urine- en bloedtesten af. En hij nam ze een persoonlijkheidtest af, met de circa driehonderd prikkelende stellingen die als 'waar' of 'onwaar' moest worden beoordeeld: ik ben een dominante persoonlijkheid, ik hou van actiefilms, ik heb seks zo vaak ik kan, ik fantaseer over onbegrensde macht, ik neem risico's in mijn liefdesleven, ik dagdroom, ik ben hard voor mezelf.

Dirk Zoutewelle Beeld Twitter

Zoutewelle karakteriseerde de TVM-schaatsers vervolgens aan de hand van wat hij de vier belangrijkste neurotransmitters noemt: 'Stofjes in de hersenen die enorm bepalend zijn voor je motoriek, je gedrag en je zenuwstelsel.' Ze kregen elk een typering: gaba, serotonine of acetylcholine. Sven Kramer rekende Zoutewelle tot de dopamine-groep: prestatiegericht, uitgebalanceerd, overtuigd van het eigen gelijk.

Uit de diverse analyses volgde een persoonlijk voedingsadvies, voor dagelijks gebruik. Daarvan mochten de schaatsers zo nu en dan afwijken: die dag stond in de groep al snel bekend als de 'Schijt aan Dirk-dag' (vernoemd naar een vergelijkbaar moment van dieetgoeroe Sonja Bakker). Hij kreeg op die vrije voedseldagen, tot zijn schik, foto's van kroketten en andere vettigheden opgestuurd.

Zoutewelle stelde ook voor elke schaatser een supplementenschema op, 'om te zorgen dat de basisstofwisseling op alle niveaus optimaal aanstaat'. Dat was geen kwestie van accenten leggen. De schaatsers kregen plotseling allerlei poeders, pillen en capsules te slikken: naast magnesium, zwavel, creatine, omega 3, glutamine en probiotica betrof het tal andere mineralen, vitaminen en aminozuren.

Zoutewelle merkte dat zijn ideeën bij TVM een 'cultuurschok' veroorzaakten. Keer op keer moest hij zijn bedoelingen uitleggen, al was de kernvraag vaak hetzelfde. 'Ga ik harder schaatsen als ik dit doe? Dan zei ik: jij wel, maar ik niet. Hoe bedoel je dat, vroegen ze dan. Nou: als je het talent niet hebt, als je niet traint, dan gebeurt er niets. Als je dat wel hebt, kun je sneller herstellen van trainingen en ben je zwaarder belastbaar.'

Kramer behoorde tot de grootste afnemers van supplementen: volgens Zoutewelle slikte hij soms twee dozijn pillen op een dag. De testuitslagen logen niet, meende de voedingsdeskundige. Kramer kampte met 'enorme deficiënties' na het zware olympische seizoen. Zijn prestaties in de trainingen baarden zorgen.

'Zijn voorraden waren heel laag. Die wil je zo snel mogelijk opvoeren. Je kunt niet al die specifieke bouwstenen via voeding innemen. Dan moet je zoveel extra eten, dat kan je spijsvertering niet aan. Dus je moet het in geconcentreerde vorm doen. In de vorm van supplementen.'

B6 behoorde tot de vitaminen die Kramer kreeg: 25 milligram per capsule, gelijk aan het maximaal veilige dosis van de Gezondheidsraad en de Europese voedselautoriteit EFSA, maar ver boven de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid van 1,5 milligram. Uit urineonderzoek bleek volgens Zoutewelle dat Kramer B6 tekort kwam (ziekenhuizen baseren zich op bloed).

November 2011. Sven Kramer bij zijn rentree op het ijs. Beeld Klaas Jan van der Weij

III

De mislukte Winterspelen van 2010 hadden diepe sporen nagelaten bij Sven Kramer, in geestelijk en lichamelijk opzicht. Hij keerde uit Vancouver terug met slechts één gouden medaille, in plaats van de drie die hij zichzelf ten doel had gesteld.

De foute wissel op aangeven van coach Kemkers, op de 10 kilometer, en de belabberde communicatie tussen de ploegenachtervolgers kostten hem niet alleen twee gouden plakken. Hij liep ook een prominente plek in de eregalerij van olympische helden mis, naast drievoudig olympisch kampioen Ard Schenk.

In de aanloop naar Vancouver leek Kramer zijn onoverwinnelijkheid bij elk onbenullig wedstrijdje te willen onderstrepen. Hij smeet met zijn krachten. Hij leek ervan overtuigd dat piepende longen en schurende spierpijn onmisbare ingrediënten waren in het geheime elixer dat hem sportieve onsterfelijkheid zou opleveren.

Het tegendeel bleek waar. Hij bleek doof geworden voor het scherpe zintuig dat hij bezat voor zijn eigen lijf, een eigenschap die hem volgens ploegarts Hans van Kuijk onderscheidde van alle andere schaatsers. Binnen de TVM-ploeg voelde volgens de arts niemand beter aan wat er onderhuids speelde. Die gave zorgde ervoor dat veel fysieke malheur in vroegtijdig stadium kon worden opgespoord en afgewend.

Dat was geen overbodige luxe, want het lichaam van Kramer is minder ideaal voor schaatsen dan zijn erelijst doet vermoeden. Hij heeft sinds zijn tienertijd last van chronische rugklachten. Kemkers moest al zijn trainingsschema's om die rug heen bouwen: de zwakke plek moest worden ontzien. In hotels regelde Kramer vaak zijn eigen matras.

In het post-olympische jaar begon naast die rug ook zijn rechterbeen op te spelen. De pijn werd zo erg dat hij tijdens een trainingskamp in Calgary, in augustus, van het ijs moest. Schaatsen ging niet, fietsen deed zeer, alleen aquajoggen leverde geen acute klachten op. Wat de pijn veroorzaakte? De vraag werd onderdeel van een medische zoektocht waarin Dirk Zoutewelle geen rol speelde.

Zo bezocht Kramer Hans-Wilhelm Müller-Wohlfahrt, de beruchte en beroemde Duitse arts van de internationale sportjetset. Tot zijn klantenkring rekent hij Usain Bolt, Boris Becker en tot voor kort voetbalclub Bayern München. Hij behandelt zijn patiënten bij voorkeur met een extract van kalverenbloed (Actovegin), dat meer zuurstof naar de spieren zou transporteren. Bij Kramer haalde de Duitse methode niets uit.

De mysterieuze aard van de problemen deed sommigen vrezen dat de Friese allroundkampioen hetzelfde lot zou ondergaan als Gerard Kemkers. De schaatscoach moest zijn veelbelovende schaatscarrière op jonge leeftijd onderbreken, toen hij de controle over zijn linkerschaats kwijtraakte: de zogenoemde 'zwabbervoet'. De oorzaak is nooit opgehelderd, het probleem nimmer verholpen.

Kramers zaakwaarnemer Patrick Wouters van den Oudenweijer zocht hulp tot in de hoogste kringen van de sport: technisch directeur Maurits Hendriks van NOC*NSF en chef-arts Cees-Rein van den Hoogenband. Zij adviseerden een bezoek aan oud-gymleraar Peter Vergouwen, al decennia de beminnelijke vertrouwensarts van tientallen topatleten uit binnen- en buitenland, tevens onvermoeibaar voorvechter van de sportgeneeskunde.

Begin december 2010, kort nadat Kramer zijn wedstrijdseizoen noodgedwongen had geannuleerd, meldde hij zich in ziekenhuis De Gelderse Vallei in Ede. Met stille hoop, een waslijst aan supplementen en een theorie die hij kort tevoren had prijsgegeven op televisie, bij Pauw en Witteman. Het schaatsen ging niet vanwege een 'zenuwprobleem' in zijn rechterbeen.

IV

Als Peter Vergouwen (68) in zijn lange loopbaan een ding heeft geleerd, is het dit: de problemen van een topsporter zijn zelden terug te brengen tot een enkele klacht of aandoening. Er is altijd meer aan de hand. Hij spreekt bij voorkeur van een 'complexe diagnostiek'.

Om inzicht te krijgen in Kramers problematiek, keerde Vergouwen de schaatser binnenstebuiten. Hij bestudeerde jaren aan bloedwaarden: TVM prikte sinds 2002 om de zes weken bloed om de onschuld van schaatsers te kunnen aantonen in het geval van een positieve dopingtest. Hij vroeg informatie op bij alle artsen en behandelaars uit Kramers verleden, van Van Kuijk tot Müller-Wohlfahrt. Hij bestudeerde zijn loopbaan.

Hij analyseerde het 'bewegingsapparaat', het stelsel van botten, pezen en spieren. Hij bekeek het hart, de longen, de urinewegen en darmen. Hij speurde het voedingspatroon na: geen poeder of pil bleef ongenoemd. En hij vroeg naar ingrijpende gebeurtenissen uit het persoonlijke leven van Kramer, de zogeheten sociale anamnese.

Wie is Peter Vergouwen?
Sportarts Peter Vergouwen is al decennia de vertrouwensman van vele topatleten uit binnen- en buitenland. Tot zijn cliëntele bij Elite Sports Medicine in Ede behoren Dafne Schippers, Sven Kramer, Churandy Martina, Anky van Grunsven en Ethiopische hardloopkampioenen als Haile Gebrselassie en Kenenisa Bekele. Vergouwen heeft zich lang ingezet voor de erkenning van sportgeneeskunde als volwaardig specialisme. In 2014 is die status verleend door minister Schippers. 'Sportarts' is sindsdien een wettelijke beschermde titel. De afdeling Topsportgeneeskunde in ziekenhuis Gelderse Vallei is de enige fulltime topsportafdeling in Nederland.

In die fase is mogelijk gesproken over de huwelijkscrisis van Svens ouders. Want waarom zou die geen weerslag kunnen hebben op het lichaam van de zoon? Na zijn zege op de 5.000 stormde Kramer de tribune op om zijn ouders in een ongemakkelijke omhelzing bijeen te brengen. Alsof goud de diepe wonden kon helen.

De uiteindelijke diagnose, na maanden van onderzoek, met behulp van diverse specialisten uit zijn ziekenhuis, heeft Vergouwen nooit met een ander dan Kramer willen delen. Het is medisch geheim. Hij spreekt van een 'differentiaaldiagnose', een term die volgens hem door Kramer kernachtig is verwoord in de opmerking: 'Ik was naar de kloten.'

De chronische rugproblemen, de olympische ambitie en stress, de overbelasting, privésores: ergens in de aanloop naar Vancouver raakt het kampioenslichaam uit balans. Die wankele staat verergerde door de teleurstellende prestaties. En de ongewone vitaminevoorschriften van Zoutewelle hielpen niet.

Want een conclusie trok Vergouwen al binnen een week na zijn aanstelling: het bloed van Sven wees op een B6-intoxicatie. Uit neurologische zenuwmetingen bleek bovendien dat de schaatser in zijn been, rond het Kanaal van Hunter, 'sensibiliteitsverschillen' had die zijn te verklaren uit een overdosis van de vitamine. De arts: 'Als je veel vet eet, word je vetter. Als je veel B6 eet, kun je zenuwschade krijgen. Dat is bekend uit studies.'

Peter Vergouwen Beeld ANP

Vergouwen was 'niet blij' met de supplementen en doseringen die Zoutewelle voorschreef. 'Ik heb het meteen teruggebracht naar een geneeskundig juiste dosis. De toxische hoeveelheden zijn weggehaald.' De B6-vitamine werd voor Kramer helemaal geschrapt.

Daar bleef het niet bij. Vergouwen zag B6-problemen bij sporters steeds vaker opduiken, in de literatuur en op spreekuren van collega's. De zaak-Kramer geniet onder sportartsen enige faam: een enkeling spreekt er zelfs in restaurants met buitenlandse collega's over.

Al betekende de zenuwaandoening niet het einde van Kramers loopbaan, zoals bij wielrenner Job Vissers van Skil-Shimano, Vergouwen ondernam wel een concrete stap die verder onheil onder argeloze topsporters kan voorkomen. De arts: 'We hebben naar aanleiding van deze casus een B6-loze multi-vitamine laten ontwikkelen.'

V

Het ontgiften van Kramer geschiedde volgens de bloedtesten van Vergouwen in recordtijd. Het was het simpelste onderdeel van de genezing. Het lichaam van de schaatser moest opnieuw worden opgebouwd. Dat duurde maanden, volgens een strikt regime van gezonde Hollandse voeding, ondersteund met bescheiden doseringen supplementen, gerelateerd aan de trainingsschema's van Gerard Kemkers.

Zoutewelles rol in de revalidatie was uitgespeeld, al was hij het vurig oneens met de diagnose van de sportarts. Hij gelooft dat Kramers bloedtest kort na inname van de B6 is afgenomen, wat tot een foute uitslag heeft geleid. Volgens Vergouwen dat is pertinent onjuist. Bloedonderzoek is streng gestandaardiseerd. Sporters dienen altijd nuchter te zijn. Ze mogen zelfs geen vijf minuten wachten bij het lab, omdat stress de uitslag beïnvloedt.

Zoutewelle meent dat Kramer onder zijn aanpak ook was hersteld, dankzij de helende werking van supplementen in de hoge doseringen. Dat B6 minder schadelijk is dan Vergouwen denkt, valt volgens hem af te leiden uit de prestaties van TVM-schaatsers als Ireen Wüst en Blokhuijsen. Die volgden zijn voedingsregime gedurende de verloren winter van Kramer, zonder problemen en met sportief succes.

Ook is hij ervan overtuigd dat B6 ongevaarlijk is in de doseringen die hij voorschreef. 'Uit diverse recente studies over de mogelijke toxiciteit van B6 is gebleken dat het onwaarschijnlijk is dat zenuwschade optreedt bij een dosering onder de 100 milligram.'

Vergouwen wenst zich niet te mengen in 'literatuurveldslagen'. Hij wijst op het protocol dat Gelderse Vallei hanteert bij B6. Bij bloeduitslagen die net iets te hoog zijn, wordt meteen gewaarschuwd voor zenuwuitval.

Tot een inhoudelijke discussie tussen behandelaars kwam het nooit. Daarvoor liggen hun denkbeelden te ver uiteen. Vergouwen: 'Ik heb in mijn leven geleerd te werken met verschillende opvattingen, maar ik kies wel voor de mijne als ik een moeilijke patiënt krijg. Hallo zeg.'

Zoutewelle: 'Wij behoren tot de eerste voedingsdeskundigen die dit op hoog niveau doen in de sport. Het zou vreemd zijn als we geen weerstand krijgen. Ik verwacht tegenwind. Het zal nog jaren duren voordat men de voordelen van onze aanpak ziet.'

Bij TVM kreeg Zoutewelle die kans niet. Kemkers verdroeg de welbespraakte voedingsdeskundige steeds slechter: hij kon geen wijs uit diens natuurgeneeskundige theorieën. Ook voelde hij weerzin tegen de pillen en poeders die zijn sporters tot zich namen: hij slikt minder dan een paracetamol per jaar. Hij gebood zijn schaatsers de middelen buiten zijn zicht te gebruiken, op de hotelkamers.

Na twee seizoenen kwam er een einde aan de samenwerking. Zoutewelle maakte plaats, net als coach Bart Veldkamp. Via Peter Vergouwen werd een universitair geschoolde voedingsdeskundige aangetrokken, Armand Bettonviel, die ook had bijgedragen aan de genezing van Kramer. Een jaar later vertrok ook Jan Blokhuijsen bij TVM. Hij bleef de orthomoleculaire adviezen van Zoutewelle volgen. Kemkers duldde geen tweespalt in zijn ploeg in de aanloop naar de Winterspelen van 2014.

In Sotsji ontliepen Kramer en Blokhuijsen elkaar weinig, hoe verschillend zij zich ook lieten begeleiden. Ze werden eerste en tweede op de 5.000 meter en pakten met Koen Verweij goud op de ploegenachtervolging. Bij wijze van dank schonk Blokhuijsen zijn schaatspak aan Zoutewelle: het zit strak om een paspop in de hal van diens bedrijfspand.

Kramer maakte geen geheim van zijn waardering voor Vergouwen. Hij belde hem in januari 2012 op vanaf de ijsbaan in Boedapast, waar hij zijn eerste titel sinds zijn gedwongen pauze vierde op een bevroren stadsvijver met een kasteel op de achtergrond. Hij schonk de arts een foto van zichzelf, zegevierend, met Friese vlag. Die hangt in het ziekenhuis, pal naast een straatnaambordje dat enige zelfspot verraadt: de Peter Vergouwen-allee.

'Peter, bedankt voor alles!!!', staat er boven de foto, in het instabiele handschrift van Kramer. De werkelijke boodschap zit in de uitroeptekens. Ze juichen van dankbaarheid.


Wat is vitamine B6?

Vitamine B6 is van belang voor de weerstand en spijsvertering, de vorming van rode bloedcellen en het draagt bij aan de werking van het zenuwstelsel. De meeste mensen krijgen via gewone voeding als vlees, eieren en graan voldoende binnen. Te veel B6 kan tot toxische reacties leiden. De vergiftiging resulteert soms in zenuwschade. De klachten variëren van tintelingen in de ledematen tot gevoelloosheid, van stekende spiertrekkingen tot extreme zenuwpijn.

De Consumentenbond waarschuwde vorig jaar tegen de hoge doseringen B6 in supplementen en multivitaminen. In 11 van de 15 onderzochte producten werd een dosering aangetroffen die vele malen hoger is dan de dagelijks aanbevolen hoeveelheid van 1,5 milligram. Volgens ziekenhuis Gelderse Vallei is er een flinke toename van het aantal B6-intoxicaties. In 2014 constateerde artsen driehonderd gevallen, een vervijfvoudiging ten opzichte van eerdere jaren.

Het is onduidelijk hoe B6 precies problemen veroorzaakt. Klachten kunnen ontstaan hij lage of hoge doseringen, maar ook volledig uitblijven bij diezelfde doseringen. Het is niet duidelijk wanneer een dosering precies gevaarlijk wordt: de deskundige meningen variëren 25- tot 1.000 mg per dag. Verschillende topsporters hebben problemen met B6 ondervonden. Naast Kramer was dat bijvoorbeeld wielrenner Job Vissers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.