Wie geen geld heeft moet slim zijn

Het baanwielrennen toont een zijde van de Nederlandse topsport die doet denken aan het verleden. Alle luxe is weggesneden. Tijdens een training op de houten 250-meterbaan zijn tien renners, een coach en een 'mechanieker' present. Nergens een fysiotherapeut te bekennen. De dokter van dienst is ook niet opgeroepen, laat staan een voedingspecialist of videoman.

Baanwielrenner Jeffrey Hoogland. De trainingsomstandigheden voor de renners zijn 'basic'.Beeld anp

Zo was het in amateuristische tijden. De trainingen op de wielerbaan van Alkmaar, in de aanloop naar de WK volgende week in Londen, lijden er ogenschijnlijk niet onder. Op sommige dagen brengt de bondscoach, de Duitser René Wolff, zijn vrouw Willy Kanis mee. Zij won op het WK in 2009 zilver op de sprint. Nu valt ze in als masseur, terwijl haar kind speelt op het middenterrein.

Het is een vertederend tafereel, waar iedereen intussen aan gewend is. Niemand klaagt. Zelfs een verwende ex-schaatsster als Laurine van Riessen, ooit begeleid door drie vaste coaches, denkt niet eens meer na over de mindere luxe die zij bij het baanwielrennen heeft aangetroffen.

De gebrekkige personele bezetting bij een doordeweekse training is het uitvloeisel van de vele bezuinigingen die een olympische topsport met weinig succes - één bronzen plak in Londen 2012 - sinds 2013 moet verduren.

Technisch directeur Thorwald Veneberg van de KNWU noemt de omstandigheden 'basic'. Er is een overdekte baan, er zijn fietsen en er staan een trainer en een man met twee rechterhanden paraat. Als de coach ziek is, wordt de jeugdcoach opgeroepen.

'Soms was ik klaar met mijn begroting voor een nieuw jaar en dan kwam er weer een korting. Dat kan eigenlijk niet, dacht ik, maar je doet het ermee. Het maakt creatief, het houdt je scherp', zegt Veneberg.

Hij begon in 2013 met drie ton financiering door NOC*NSF plus eigen geld van de wielrenunie. De kortingen van de voorbije jaren, bij jaarvergaderingen steevast aangekondigd door NOC-penningmeester Anneke van Zanen, werden opgevangen door 'maatwerk', zoals Veneberg dat noemt. Hier wat af, daar een paar centen erbij door de centrale sportleiding in Papendal.

Zo blijven medaillekansen intact. Zo blijft de baanrenner in Nederland in zijn olympische roes. Het stipendium, het topsportersloon, houdt de sporters in leven. Jeffrey Hoogland, de Europees sprintkampioen van het voorbije najaar, leeft vooral van zijn kick op snelheid. Rammen op de grote plaat, het is wat hem straks in Londen en later in Rio nog edelmetaal kan brengen.

Over zijn baanfiets, voorheen een kostbaar project van Koga, heeft hij het niet. Hij doet het met de fiets die ze hem onder de gat schuiven.

Trainingskampen in Rio zijn er niet bij in de olympische voorbereiding. De Nederlandse baanrenners zoeken in West-Europa kopieën van de olympische wielerbaan op. Die staan in Frankfurt an der Oder in Duitsland en in Ballerup bij Kopenhagen. Andere oefenstages verlopen ook 'basic'.

In Anadia, Portugal, wordt verbleven tegen 30 euro per persoon per dag voor baan, kamer en eten. De KNWU levert de Portugezen expertise en krijgt het 'bijna gratis' verblijf als tegenprestatie.

Ook met de Amerikanen en Nieuw-Zeelanders waren er zulke overeenkomsten. De baanrenners konden daardoor het afgelopen jaar zes weken op trainingskamp of op hoogte verblijven. Want wie geen geld heeft moet slim zijn.

'Dit geldt voor de gehele Nederlandse topsport. De luxe is er wel af', die bewering durft Veneberg wel aan. Er wordt nog steeds op vele fronten maximaal resultaat gehaald, 'door heel verstandig met je financiën om te gaan'. Laat dat maar aan Nederlanders over.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden