reportagetestschaats

Wetenschappelijke jacht op de perfecte schaatsafzet

Wetenschapper Jeroen van der Eb en oud-sprinter Beorn Nijenhuis op testschaatsen in Thialf.Beeld Klaas Jan van der Weij

Schaatsen doen we al eeuwen, maar de theorie achter de schaatsslag is verre van compleet. Wetenschapper Jeroen van der Eb en oud-schaatser Beorn Nijenhuis proberen het geheim te doorgronden.

Het is nu onvoorstelbaar dat een schaatser tijdens een toernooi van ijzers wisselt. De schaatsen waarop Jutta Leerdam vrijdag tijdens de WK sprint in Hamar de 500 meter aanvangt, is hetzelfde setje waarop ze de 1.000 rijdt. Dat geldt ook voor Patrick Roest, die zaterdag aan zijn WK allround in dezelfde stad begint. 

Hij heeft, net als alle anderen, een paar schaatsen voor alle afstanden. In in de nabije toekomst zou dat wel eens kunnen veranderen, denkt Jeroen van der Eb, natuurkundige, werktuigbouwkunde en bewegingswetenschapper. Het zou zomaar kunnen dat Sven Kramer tussen elke afstand een andere set ijzers onder zijn schoenen monteert.

Op een doordeweekse ochtend staat Van der Eb aan de boarding van de ­ijsbaan van Thialf terwijl oud-schaatser Beorn Nijenhuis tussen krabbelende recreanten met pompeblêdmutsen doorscheert. Hij schaatst voor de ­wetenschap om erachter te komen hoe een afzet werkt. 

Dat klinkt gek. Twee weken geleden nog sneuvelden in Salt Lake City zes ­wereldrecords en komend weekeinde bestrijden sprinters en allrounders elkaar op het hoogste niveau. Toch weet niemand wat de ideale schaatsafzet is. Van der Eb heeft een schaats ontwikkeld die aan die onwetendheid een eind moet maken, een schaats die meet welke krachten er worden uitgeoefend tijdens een rit.

Eerder ontwikkelde hij sensoren die onder meer slagfrequentie en symmetrie bij de schaatsslag vastlegden. Twee jaar geleden volgden krachtsensoren, die registreerden hoeveel kracht er op de schaats wordt uitgeoefend.

Efficiëntie schaatsslag 

De nieuwe testschaats, een project van de Universiteit Leiden, de Vrije Universiteit en fabrikant Viking, moet die data combineren. De meetschaats moet inzicht bieden in de efficiëntie van de schaatsslag. ‘En in de balans. Zit je voorop, achterop? Stuur je door met je voet te wrikken? Dat soort dingen weten we nu niet.’ 

Naar vaste schaatsen is veel onderzoek gedaan. Maar na de introductie van de klapschaats viel de kennisvorming en ontwikkeling stil, mede door de dood van Gerrit Jan van Ingen Schenau, uitvinder van de klapschaats. Van der Eb wil de technische ontwikkeling van de sport een impuls geven. 

Beorn Nijenhuis is in zijn oude Aegon-wedstrijdpak slechts bepakt met een telefoon. Een app legt contact met de meetapparatuur, weggewerkt in de brug, het aluminium frame tussen schaatsschoen en ijzer. Het ziet er wat plomper uit dan normaal en het gewicht is iets hoger, maar de verschillen zijn minimaal. Hoe anders was het in de jaren negentig, toen proefpersonen met snoeren op de benen geplakt en een laptop in een rugzak rondreden.

De rij-eigenschappen zijn belangrijk. Daarvoor is Nijenhuis, oud-nationaalrecordhouder op de 1.000 meter en neurowetenschapper, ingeschakeld. Hij vertaalt zijn gevoel op de schaatsen naar praktische aanwijzingen om het materiaal te verbeteren. Van der Eb was dolgelukkig toen Nijenhuis in het najaar het nieuwste model testte. ‘Na een paar minuten reed hij al rondjes 30. Zo’n hoge snelheid, was nog nooit op een meetschaats gelukt.’

De testschaatsen van Beorn Nijenhuis, enigszins onscherp, want het is allemaal geheim.Beeld Klaas Jan van der Weij

Het is cruciaal dat de testschaats als een normale wedstrijdschaats voelt en de kracht van een topper kan weerstaan. Anders hebben de data weinig zeggingskracht en zullen rijders de schaatsen niet willen gebruiken. ‘Dat mag niet worden onderschat’, zegt ­Nijenhuis. ‘Een van de redenen waarom het zo lang duurde voordat de klapschaats werd omarmd, was omdat het gevoel niet goed was bij de toppers. Dit werkt en voelt goed. Dat is best zeldzaam.’

Hoewel de definitieve testschaats nog geassembleerd moet worden en Van der Eb alleen met prototypes heeft getest, vond hij al afwijkende data bij sprinters. ‘Een jaar lang dacht ik naar meetfouten te kijken tot ik het bij meerdere rijders zag, meestal sprinters. Zij zetten anders af dan we vanuit de theorie denken.’

Over hoe dat zit, wil hij niet te veel kwijt en niet alleen omdat de echte tests nog moeten worden uitgevoerd. ‘De Duitsers zouden dit maar wat graag willen weten.’ Om die reden mogen er ook niet van dichtbij foto’s worden gemaakt. ‘We willen het geheim nog bewaren voor de Nederlandse sporter en het Nederlandse team.’

‘Druk’

Die sprintafzet houdt verband met wat schaatsers ‘druk’ noemen. Het is een wat ongrijpbaar begrip, maar schaatsers kunnen er eindeloos over praten. Kort gezegd is het de tegendruk die het ijs geeft tijdens een schaatsslag. De druk waartegen de schaatsers hun valbeweging maken en afzetten. Van der Eb: ‘Wat is druk ­zoeken en waarom is dat zo belangrijk? Ik denk dat mijn nieuwe theorie dat gaat beantwoorden.’

De testschaats kan praktische implicaties hebben voor de schaatsers, vooral in de afstelling van hun ijzers. De onderkant van schaatsijzers wordt altijd een beetje rond geslepen, de voorkant en achterkant komen iets omhoog. Die ‘ronding’ is er voor grip. Van der Eb: ’Als het helemaal vlak is, ga je op je bek’. 

Daarnaast buigen de toppers hun schaatsen lichtjes krom, naar links, om gemakkelijker de bocht in te sturen. De ‘bend’ heet dat. Hoe rond of krom? Dat is nu vooral een gevoelskwestie. Met data van zijn meetschaats wil Van der Eb zal de schaatsafstelling rationeel onderbouwen.

De kans is groot dat schaatsers in de toekomst tijdens een toernooi van ijzers gaan wisselen, zoals Formule 1-rijders de bandenkeuze van de omstandigheden laten afhangen. ‘Daar is nu reden voor. Het is eigenlijk idioot dat schaatsers een allroundtoernooi op ­dezelfde ronding rijden of het nu de 500 of 10.000 meter is. We kunnen nu al bedenken dat dat raar is, maar we hebben nog niet bedacht wat het wel zou moeten zijn.’

WK allround en sprint

Voor het eerst in de geschiedenis vinden het WK allround en het WK sprint gelijktijdig en op dezelfde ijsbaan plaats: in het Vikingskipet in Hamar.

Het wedstrijdweekend begint met de sprint op vrijdag en zaterdag. Volgens Kjeld Nuis is er bij de mannen maar één favoriet: de Rus Pavel Koelizjnikov, wereldkampioen op zowel de 500 als 1.000 meter en de regerend sprintkampioen. ‘Hij is de man to beat.’

Bij de vrouwen wordt Nao Kodaira, vorig jaar winnares, genoemd, maar ook Jutta Leerdam kan zich in de strijd om de medailles mengen. Ze heeft zich dat niet ten doel gesteld, maar dat zegt niet alles. Twee weken geleden verraste ze met de wereldtitel op de 1.000 meter. ‘Toen had ik ook geen doel en werd ik kampioen.’ 

De allrounders nemen het op zaterdag en zondag tegen elkaar op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden