Nieuws Wielrennen

Wetenschappelijke bevindingen tonen aan dat wielrenners die achter in het peloton rijden opvallend veel energie besparen

Wielrenners die zich schuilhouden in het peloton besparen opvallend veel energie, blijkt uit onderzoek. Die kennis kan van invloed zijn op de koers. Heeft demarreren nog wel zin?

Foto Reuters

Kunnen wetenschappelijke bevindingen aan de vooravond van de Tour de France aanvalslustige wielrenners de moed in de klikschoenen doen zinken? De Technische Universiteit Eindhoven en de Katholieke Universiteit Leuven hebben in een gezamenlijk project gemeten, becijferd en geverifieerd dat wie zich schuilhoudt in de achterste regionen van het peloton veel meer energie bespaart dan tot dusver is aangenomen.

De luchtweerstand is daar 5 tot 10 procent van de tegendruk waarmee een renner kampt die in zijn eentje fietst. De onderzoekers hebben het omgerekend: als een peloton 54 kilometer per uur rijdt, is het alsof de renner in de staart van de groep 12 tot 15 kilometer per uur fietst. Bestaande modellen, gebaseerd op een rijtje van vier achterelkaar rijdende sporters, gingen uit van 50 tot hooguit 70 procent minder weerstand. Het kan verklaren waarom iedereen die wel eens in een groot gezelschap heeft gefietst het idee heeft dat trappen nauwelijks nodig is.

Het onderzoek

De TU en de KUL werkten samen met het softwarebedrijf Ansys en de de Amerikaanse onderneming Cray die supercomputers kan inzetten. Er moest een wereldrecord voor worden verbroken, dat van het vereiste aantal rekenvakjes   virtueel zowel dicht op de huid als verderaf  voor een simulatie in een sport. Er waren er 3 miljard voor nodig. De zware computers draaiden 54 uur om de gegevens te verwerken.

Om de resultaten te verifiëren is er een peloton van 121 renners op schaal gemaakt, die in de windtunnel op het terrein van de TU Eindhoven is geplaatst, zowel met de fietsers dicht bij elkaar als wat verder uiteen. De testresultaten weken nauwelijks af van de simulatie.

Onderschattingen

Volgens de leider van het onderzoek, Bert Blocken, hoogleraar bouwkunde in Eindhoven met windtechnologie als een specialisatie, maken de uitkomsten duidelijk waarom ontsnappingen in wielerkoersen zelden succesvol zijn.

In rekenmodellen waarmee sommige ploegen hun strategie bepalen, wordt de luwte in het peloton onderschat. Hij denkt dat het patroon van de wedstrijden wel eens zou kunnen veranderen. ‘Het is slecht nieuws voor de tv-kijker: het zou er wel eens saaier op kunnen worden. Het is beter om langer te wachten met een aanval.’

Blocken beaamt dat de werkelijke luchtweerstand in het peloton zich moeilijk laat vangen in miljarden rekencellen en windtunnels. Een groep fietsers is nooit statisch, renners wijken van hun lijn af om putdeksels te omzeilen, rijden soms naar voren om bidons aan ploeggenoten aan te reiken en hebben wel eens van die dagen dat ze de benen niet hebben, of juist wel. ‘We moesten de situatie in zekere zin idealiseren om tot conclusies te komen.’

Volgens hem is de renner het best af in een plek ergens tussen de zesde en twaalfde rij, midden in het hart van de groep, en niet aan de randen ervan. Daar zouden de ploegen hun kopman of sprinter moeten positioneren. Weliswaar is de luchtweerstand er wat groter dan helemaal achterin, maar er spelen meer belangen. Zo blijft er zicht op een mogelijke ontsnapping en is het risico betrokken te raken bij een valpartij beperkter als er minder renners voor je rijden.

Profiteren aan kop

Extra demotiverend voor de aanval is de bevinding dat degene die op kop van de groep rijdt en zogezegd de vlucht controleert, ook profiteert van het peloton. Diens achtervolgers zitten niet alleen in het kielzog, maar duwen ook luchtstromen in voorwaartse richting. In vergelijking met de weerstand die de eenling overwint, is de voorste renner bijna 20 procent minder energie kwijt. Zie dat maar eens te trotseren, in je uppie, op de vlucht.

De Belgische renner Thomas De Gendt geldt als de koning van de ontsnappingen. Hij rijdt gedurende het seizoen meer duizenden kilometers op kop, soms alleen, dan weer in het gezelschap van andere vluchters. Hij is op de hoogte van het onderzoek  zijn tactiek zal er niet door veranderen.

Hij gaat meestal in de aanval als het bergop gaat. Dan speelt de luchtweerstand al veel minder een rol. Maar ook in vlakke etappes wijkt de situatie af van het testmodel. ‘Dat gaat uit van ideale omstandigheden. Een peloton rijdt eigenlijk nooit in die vorm. Dat rijdt soms op een lint, dan weer met drie of vier naast elkaar.’ Hij ziet op zijn vermogensmeter dat de inspanningsverschillen aan kop en verderop in de groep groot zijn. ‘Dan weet ik ook al dat ik die dag beter kan blijven zitten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.