NieuwsJudo

Wereldkampioen judo Noël van ’t End reageert koninklijk op zure nederlaag in vijandige hal

Judoka Noël van ’t End stond in Boedapest eindelijk weer eens op de tatami en toonde zijn vorm. Tot een finaleplek leidde dat niet.

Noël van ’t End tijdens het WK in 2019, waar bij wereldkampioen werd.Beeld AFP

De rode letters op de rug van zijn judopak maken Noël van ’t End extra trots. Ze staan voor de status van regerend wereldkampioen, als de regenboogstrepen bij een wielrenner. Met die magische letters, ‘N. van ’t End NED’, tussen de schouderbladen is het fijn de tatami op stappen.

‘Joh, als ze mijn naam omroepen, als de wereldkampioen onder 90 kilogram, dan geeft dat al zo’n kick. Net als die rode letters. Dat voelt echt als power’, vertelt de judoka, nadat hij deze zondagmiddag zonder echte prijs van de tatami is gestapt.

Hij, de man uit Houten, de kerel die zich vorig jaar in Tokio in de heilige Budokan in Tokio liet inspireren door de grote voorganger Anton Geesink, was in Hongarije in vorm. Hij voelde zich heel goed zelfs, maar kreeg als beste van de wereld opvallend weinig bescherming van de arbitrage in de galmbak van de Laszlo Papp Arena.

Hij, de initiatiefrijke judoka, werd in de halve finale op drie straffen, twee wegens passiviteit, naar de wedstrijd om het brons verwezen. Dat hij met een wazari leidde en hem een houdgreep werd ontnomen, daar wilde hij niet over klagen. ‘Ik ga niet bitchen over de scheidsrechters. Dat hoort niet bij een wereldkampioen.’

‘Het leek op sumo’

Na die zure nederlaag tegen de Mongoliër Gantulga, het gejoel van diens teamgenoten had zeker effect, volgde een soortgelijk verlies tegen Mehdijev uit Azerbeidzjan. Die weigerde tegen de handige Van ’t End een serieuze aanval te plaatsen, maar duwde de Nederlander voortdurend uit het gele vlak van de tatami. ‘Het leek op sumo’, erkende Van ’t End die als vijfde werd geklasseerd.

‘Maar dit soort dingen moet ik zien te vermijden op mijn weg naar de Spelen van Tokio. Dat ik in de halve finale op 27 seconden van het einde nog een keer word gestraft, dat mag eigenlijk niet. Hier heb ik weer wat van geleerd’, sprak hij over de telefoon vanuit Hongarije.

Het waren zware dagen in Donaustad. De gezondheidsmaatregelen voor de vierhonderd judoka’s die ten slotte in Boedapest verschenen leken op ‘huisarrest’, aldus Van ’t End, ‘een soort van opgesloten’. Wie op zijn kamer verbleef, bleef daar. ‘Ik zag slechts de buitenlucht als wij de honderd meter van het hotel naar de sporthal liepen. Het was een pittige week, maar dat hebben we ervoor over.’

Als hij hoort dat in dezelfde stad zwemmers zes weken in quarantaine verblijven voor een meer dan goed betaald toernooi, de International Swimming League, fluit hij tussen zijn tanden. Dat zal niet meevallen, zegt Van ’t End. ‘Respect’.

Werpen met poppen

Hij was de kopman van de Nederlandse afvaardiging in Boedapest, bij de haast experimentele heropening van het judoseizoen. Dat eindigde voor Van ’t End begin februari in Parijs, bij de belangrijkste Grand Slam van het jaar. Hij werd daar vijfde. Een maand later verkeerde hij, met vele collega’s op Nationaal Sportcentrum Papendal, in een lockdown. In de Ruskahal was het vooral conditioneel werk en als er geworpen werd, gebeurde dat met poppen.

Na 1 juli, de eerste golf van de coronacrisis was voorbij, mochten weer echte werptechnieken worden toegepast. ‘Noël is een koninklijke werper’, sprak de Engelstalige commentator zondag bij de entree van de Nederlander. Van ’t End zelf zei in juli te hopen dat hij zijn grip weer snel terug zou krijgen. Hij heeft, naast een zwakke linkerenkel (‘maar al vijf jaar is er niks echts mee gebeurd’), vooral last van de knokkelige vingers, kapotgeraakt door het scheuren aan het pak van de tegenstander. De pakking is van doorslaggevende waarde, als een worp wordt ingezet.

Trainen tegen elkaar mocht, tot bloedens toe, maar echte toernooien bleven lang uit. De Grand Slam van Boedapest was een testcase, wat de internationale judofederatie IJF betreft. Er werd vooraf en tijdens het driedaagse toernooi veel getest. Van de Nederlandse toppers hielden erkende grootheden als Kim Polling en Henk Grol afstand. Zij bleven thuis.

Na Boedapest zal moeten worden besloten of de Europese titelstrijd van half november in Praag kan doorgaan. Van ’t End was zondag sceptisch, na wat hij had gehoord in de wandelgangen van de Papp Arena. ‘Het gaat niet zo goed in Tsjechië. De EK worden misschien wel verplaatst. Maar ze staan nog steeds op het programma.’

Boedapest was voor de Nederlandse judoploeg, zonder hoofdcoach Maarten Arens, een tussenmeting. De enige medaille kwam voor rekening van een complete outsider, Natascha Ausma. De Nederlandse nummer zes van de wereldranglijst veroverde brons in de klasse tot 78 kilogram, waar de twee beste nationale judoka’s, Guusje Steenhuis en Marhinde Verkerk, ontbraken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden