Wereldcoaches Blijven hangen in het paardenparadijs

Van Trinidad tot Andorra, overal in de wereld zijn Nederlandse coaches actief. In deel 8 van een serie Ton de Ridder (49), die vanuit zijn stoeterij in Aken dressuurtalent opleidt....

Voor voetbal was hij niet in de wieg gelegd. Geen balgevoel, geen goeie trap, geen talent. De dorpsclub van Beek (bij Nijmegen), waar Ton de Ridder in de jaren vijftig en zestig opgroeide, had niets aan hem. Paardrijden leek hem leuker en daarom was hij al gauw niet weg te slaan uit de manege in zijn geboortedorp. Het was er plezierig, het was betaalbaar en de paarden konden het goed met hem vinden, en andersom was het niet anders.

Maar om van paardrijden dan ook maar meteen zijn beroep te maken? Hij had er als jongen van 18 een hard hoofd in. Kon hij als paardenman in Nederland wel een fatsoenlijke boterham verdienen? Liever wilde hij rechten studeren in Nijmegen of, als dat er niet inzat, politieman worden, te paard uiteraard. Het werd het één noch het ander. De Ridder besloot toch maar zijn hart te volgen en van zijn hobby zijn beroep te maken, al moest hij daarvoor een lange, kronkelige weg afleggen.

Zijn ambitie dreef hem naar het paardenparadijs Duitsland, naar Münster, waar hij zich door Paul Stecken liet opleiden tot Bereiter. ‘Ik had direct een goed gevoel. Aardige mensen, goede opleiding. Ik heb alle kansen gekregen me te ontwikkelen en mijn ambities te verwezenlijken. Dus ben ik hier maar blijven hangen.’

Na drie opleidingsjaren in Münster pakte De Ridder zijn koffers en toog naar Stuttgart, waar hij zijn hippische opleiding vervolgde bij Udo Lang. ‘Ik heb mijn ogen daar goed de kost gegeven.’ Onderwijl bekwaamde hij zich in de military en nam hij zelfs aan wedstrijden deel. Maar niet voor lang. Hij liep bij een val zware averij op. ‘Ik mocht van geluk spreken dat ik mijn nek niet brak.’

De brokkenpiloot zegde prompt de military vaarwel en besloot zich te bekwamen in de dressuur. Hij nam les bij Rainer Klimke in Münster en reed daarna snel wedstrijden op Grand Prix-niveau, zij het met ‘niet al te goede paarden’.

Dat schoot dus ook niet op, maar uitgerekend op het moment van twijfels over zijn toekomst brachten Duitse paardenvrienden hem op een idee waar hij zelf niet op gekomen was. ‘Jij kunt aardig paardrijden, maar wij denken dat je als trainer meer in je mars hebt.’

Maar als trainer van wie dan? Het toeval wilde dat De Ridder tijdens het CHIO van Aken een zekere Alexandra Simons, een Duitse dressuuramazone leerde kennen en leerde beminnen. Ze had al aardige succesjes geboekt, maar was op het gebied van management, planning en training een beginneling. Het paar trouwde, waarna haar Nederlandse man de regie in handen nam.

Niet veel later regen de successen van zijn vrouw zich aaneen. Zijn verdienste uiteraard, maar geluk speelde ook een rol. ‘Een goede bekende van me had een toppaard ontdekt, een zekere Chacomo, en wilde dat zijn vrouw op haar verjaardag cadeau doen. Ze werd echter zwanger en had geen behoefte meer aan dat cadeau. Toen heb ik het maar gekocht.’

Onder zijn handen werd die topper rond de eeuwwende een wereldtopper. Chacomo won Grote Prijzen in Aken, München, Mannheim en Neurenberg, veroverde brons in de wereldbekerfinale van 2000 en danste in dat jaar ook meteen naar teamgoud voor Duitsland bij de Spelen van Sydney.

De gouddelver op vier benen gaf een jaar na zijn olympische triomf de geest, bezweken aan een longtumor. De carrière van zijn vrouw pruttelt sindsdien op een laag pitje, maar aan werk geen gebrek. De Ridder werd na de Spelen van 2000 geroepen tot het ambt van bondscoach van Jong Oranje, een ambt dat hij om gezondheidsredenen maar een jaar vervulde, opereert sinds een jaar vanuit Aken als bondscoach van België en heeft op zijn stoeterij ook nog eens de zorg over een twintigtal pupillen.

Tussen zijn werkzaamheden door vindt De Ridder ook nog tijd om zich zorgen te maken over de hetze die vanuit Duitsland wordt gevoerd tegen Anky van Grunsven. De diva wordt verweten dat zij en haar partner Sjef Janssen zich in de training bedienen van hyperflexie; door het te veel overbuigen van de hals zou het paard fysieke schade oplopen.

De Ridder noemt de hetze onvriendelijk en zelfs onfatsoenlijk. ‘Ik ben onlangs nog bij Anky thuis geweest en zag dat Bonfire ondanks zijn hoge leeftijd in een superconditie verkeert. Dan heeft ze toch zeker niets fout gedaan?’

En wie van ons, zegt De Ridder, is nou helemaal zonder zonden? Niemand toch? ‘Ik heb nog niet zo lang geleden tijdens een clinic hier in Duitsland knalhard beweerd dat ik me in de training ook misdragen heb. Iedereen doet weleens iets met een paard wat niet in de haak is. Laten degenen die Anky op de korrel nemen eerst maar eens hun eigen straatje schoonvegen.’

Al dertig jaar woont en werkt De Ridder in Duitsland. Hij spreekt zijn Nederlands met een vet accent en is ook anderszins geïntegreerd in de Duitse samenleving. Maar hij blijft voor Anky en hij blijft vooral Nederlander. ‘Dat zal ik nooit verloochenen.’

Martien Schurink

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden