Column Andrés Iniesta

Welke voetballer had dat niet gewild? Iniesta zijn, al was het maar voor één dag. Alles zien. Alles kunnen.

Column Willem Vissers

Nooit had werkmatige spanning me zo in de greep als in Johannesburg, tijdens de WK-finale van 2010 tussen Oranje en Spanje. De adrenaline van de sarrende deadline, de gedachte dat Nederland misschien 120 minuten volspeelde met 0-0, dat dan penalty’s volgden, dat ze die penalty’s dan misschien wonnen en dat ‘we’ dan wereldkampioen waren.

Ik vroeg me af hoe dat kritische wedstrijdstuk over betonvoetbal zou vallen. Dan was de polder een vierbaanspolonaise van kampioensgelal en was ik de grootste zeikerd. Niet dat ik daar doorgaans lang wakker van lig, maar wel even. Enfin, toen brak dus de 116e minuut aan en schoot Andrés Iniesta de bal onder doelman Stekelenburg door.

Iniesta dribbelt voor altijd op het grasveld in mijn hart, en het is best grappig dat in zijn Bodega Iniesta (wijnboer is zijn bijbaan) witte en rode wijn met het merk 116 te koop is. Op het etiket neemt hij de houding aan van het schot in 2010.

Zo’n verfijnde techniek, zoveel ruimtelijk inzicht, zo’n geniaal brein. Jammer dat hij niet één Gouden Balletje won. Ronaldo en Messi hadden er best eentje kunnen missen, met ieder vijf op de schouw. Zondag nam Iniesta na zestien jaar in het eerste elftal van Barcelona afscheid met een wat bombastische show. Later verscheen een prachtige foto van hem, alleen, zittend in de middencirkel. Blote voeten, om één uur ’s nachts. Hoofd gebogen.

De tranen van zijn ploeggenoten waren ingetogen tranen van stille bewondering. Ook bij Messi. De nieuwe aanvoerder ziet een vriend vertrekken (naar China vermoedelijk), met wie hij de mooiste staaltjes voetballiefde bedreef. Twee superbreinen, versmolten tot één gedachte. Van de vroegere gouden driehoek Xavi – Iniesta - Messi, de triangel waarin menigeen hopeloos verdwaalde, is alleen Messi over.

Andrés Iniesta op de middenstip waar hij tot één uur 's nachts zat. Beeld Getty Images

Maar het afscheid van de een biedt de ander de gelegenheid om op te staan. Overal. Altijd. Zie Dick en Dick. De stoppende Dick, Advocaat van Sparta, en de Dick die opstaat, Lukkien van Emmen. En de jongens van onder 17 jaar in oranje stonden ook op, met een Europese titel na drie zeges met strafschoppen.

Nederland is kampioen, net als in 2011 en 2012. Dat is meteen de waarschuwing. De meeste voetballers van de vorige kampioenselftallen hebben best een mooie loopbaan, maar ook zij konden de crisis in het Nederlandse voetbal niet voorkomen. Jeugdvoetbal is jeugdvoetbal. Tot de echte top is bereikt, kan nog zoveel gebeuren. Hun titel is een lichtpunt in de duisternis, net als de uitbarstingen van Depay of de plaatsing van Wijnaldum en Van Dijk voor de finale van de Champions League. Al die lichtpunten samen vormen straks misschien een bundel.

Pas bij een afscheid als dat van Iniesta is de grootsheid van een loopbaan of van een generatie te duiden. Trainer Louis van Gaal zei eens dat Iniesta, die onder hem debuteerde in Barcelona, zijn ultieme voetballer was. ‘Iniesta, dat zou ik graag willen zijn.’ Welke voetballer had dat niet gewild? Iniesta zijn, al was het maar voor één dag. Voor een half uur desnoods. Alles zien. Alles kunnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.