Welke trainingsmethode heeft het Nederlandse voetbal nodig?

Het lijkt de remedie tegen het verval van het Nederlandse voetbal: harder trainen. Maar kan dat in het land van inspanningsfysioloog Raymond Verheijen, de goeroe van de periodisering? Tijd voor Verheijen Plus? 'Zijn methode is niet de heilige graal.'

Spelers van het Nederlands elftal doen ontspannen een oefening tijdens een training in de aanloop naar de WK-kwalificatiewedstrijd van zaterdagavond tegen Bulgarije. Beeld Guus Dubbelman

De kritiek is simpel. Voetballers doen te weinig. Ze zijn nooit kapot. Ze mogen weleens diep in het rood qua inspanning, ook tijdens de training. Ze rusten te veel. Dat doen ze maar in bed. Kijk ze voetballen in Nederland: traag, slapjes, weinig fysiek. Terug. Breed.

Harder trainen, meer doen om het buitenland in te halen, kan dat? Het Nederlandse voetbal loopt sinds bijna twintig jaar aan de leiband van Raymond Verheijen, de inspanningsfysioloog die internationaal aandacht trekt met zijn uitgekiende, in boeken beschreven trainingsmethode, waarin de verhouding tussen arbeid en rust centraal staat. Steekwoorden: blessures voorkomen, nooit te veel trainen. Verheijen maakte deel uit van de staf van bondscoaches als Rijkaard, Van Gaal, Hiddink en Advocaat. Zijn leer behoort tot de cursussen van de KNVB in Zeist en is in grote lijnen overgenomen door de clubs en hun trainers.

Toen de Volkskrant de 45-jarige Verheijen voorlegde dat vanuit verschillende hoeken kritische noten zijn gekraakt over zijn aanpak, antwoordde hij: 'Je kunt de critici vergelijken met mensen die niet kunnen autorijden, maar vervolgens na een proefritje met een Audi A6 roepen dat het een slechte auto is.'

Hoe het dan wel moest? Verheijen opperde een 'messcherp' interview, onder meer over het verschil tussen zijn trainingsmethode en de toepassing van die trainingsmethode. Totdat hij hoorde dat de Volkskrant, om tot een divers beeld te komen, had gesproken met Fons van den Brande, één van de eerste loop- en conditietrainers in het voetbal.

Verheijen reageerde fel: 'Teleurstellend dat je een schreeuwlelijk zonder inhoud een podium geeft'. Waarna hij het gesprek afzegde. Het geeft aan hoe de discussie leeft in een land dat richting zoekt, qua voetbal.

Van den Brande bedacht talloze trainingsvormen voor onder meer snelheid en coördinatie, toen dat in voetbal nog niet in zwang was. Hij voelde zich in het verleden miskend door de KNVB in Zeist, maar hij is hoopvol gestemd nu er bij de bond een andere wind waait, mede dankzij de aanwezigheid van technisch directeur Hans van Breukelen. Die is, mede naar aanleiding van het hervormingsrapport Winnaars van morgen, nogal bezig met fysieke en mentale ontwikkeling van voetballers.

Van den Brande werkt samen met veldtrainer René Meulensteen, de voormalige assistent van Alex Ferguson bij Manchester United. Samen hebben zij een methodiek uitgewerkt: Van den Brande de conditionele kant, Meulensteen de technische en tactische aspecten. Met zijn tweeën wijzen ze al jaren op noodzakelijke hervormingen van het jeugdvoetbal (meer balcontacten, kleinere veldjes), ook zaken die in Winnaars van morgen voorkomen.

Een boek over de methode Verheijen. Beeld Annemieke Jansen

Van den Brande gruwt vooral van gepamper. 'Ik wil voetballers, ook kinderen, soms helemaal kapot van het veld zien gaan. Je moet kapot gaan om conditie te krijgen. Dat gebeurt namelijk tijdens het herstel. Altijd maar dat gepraat over de noodzaak van minder blessures. Ga met zijn allen in bed liggen, dan raakt niemand geblesseerd. Hét probleem van onze maatschappij is het pamperen.' Van den Brande is in voortdurend overleg met de KNVB, want om de denkrichting in Nederland te veranderen, heb je 'het wijwater van de KNVB nodig.'

Kritiek op Verheijen komt uit meerdere hoeken. Ronald Koeman, trainer van Everton, die bij Feyenoord met de methodiek van Verheijen werkte, zei in december in de Volkskrant: 'In Engeland worden ze anders opgevoed in de training dan in Nederland. Raymond Verheijen zou hier tranen in de ogen krijgen, omdat we te veel of te hard zouden trainen. Ja, bij Feyenoord week ik soms af van zijn schema's. Dan zaten we in trainingskamp en wilde ik 's middags weleens iets doen. Anders zaten we tussen 14 en 22 uur met de armen over elkaar omdat we van Verheijen niet mochten trainen. Hou op. Hij heeft beste goede dingen, maar ook een hoop waarvan ik zeg dat het niet meer van deze tijd is.'

In het rood staan

International Georginio Wijnaldum, voorheen van Feyenoord en PSV en tegenwoordig speler van Liverpool, zei onlangs in het AD: 'In Nederland trainen we helemaal niet. Daar is het bijhouden.'

En Peter Hyballa, trainer van NEC en een van de voorvechters van harder en vaker trainen, zei in Voetbal International over Verheijen: 'Hij heeft best zinnige dingen geschreven, maar ik volg zijn methode niet. Ik geloof in hard trainen. Het kan geen kwaad als de meters af en toe in het rood staan. Er is meer dan Verheijen of 4-3-3.'

Navraag leert dat ook topclubs verschillend denken en handelen, dat panelen schuiven. Ajax laat weten nog volgens de methode-Verheijen (zie ook kader) te werken. Bij koploper Feyenoord ligt het wat anders. Feyenoord stelt dat 'de wijze van periodiseren raakvlakken heeft met de zogenoemde Verheijen-methode, zonder dat sprake is van het één op één volgen van deze methodiek. Voor wat betreft het volgen van de methode kun je bijvoorbeeld denken aan de wijze van het geleidelijk laten instromen van jeugd, het differentiëren op leeftijd en de visie op herstel na een wedstrijd. Met name op het gebied van fysiek doet Feyenoord het anders, omdat men de mening is toegedaan dat, om op dat gebied verder te komen, vaker grenzen moeten worden opgezocht.'

Grenzen opzoeken, grenzen overschrijden, is het nieuwe adagium. Trainer Ron Jans van PEC Zwolle, die Verheijen prijst om zijn vernieuwing in trainingsleer, vertelt over zijn persoonlijke ontwikkeling als trainer, waardoor hij afwijkt van 'Verheijen'. Hij heeft zelfs het gevoel dat Zwolle tot de winterstop te weinig deed, al waren daarvoor redenen. 'Alles is nog gebaseerd op de methode van Verheijen, maar we nemen veel vrijheid. Het is geen Bible Belt waar alles tot op de letter gaat als voorgeschreven. We moeten in elk geval oppassen dat we niet te weinig doen. Over de eerste helft van het seizoen was ik ontevreden. Hadden we dat niet anders moeten doen, gezien ook de samenstelling van de selectie? We zijn misschien te bang geweest dat we spelers over de kling zouden jagen, spelers die nog nooit 90 minuten hadden gespeeld in de eredivisie.'

Verscheidenheid

Jans benadrukt dat welke vergelijking dan ook met het buitenland mank gaat. De eredivisie is gemiddeld jong, de intensiteit ligt veel lager dan in bijvoorbeeld Engeland. Niet iedereen kan of wil hetzelfde doen. Bij Zwolle zijn spelers nu verplicht aanwezig bij groepskrachttrainingen. Ze zijn een uur van te voren aanwezig en kunnen niet even, zoals Jans dat zegt, 'met hun telefoon op het toilet zitten.' De club gaat voortdurend mee in ontwikkelingen: extra techniektraining, linietrainingen. 'Meer verscheidenheid aanbieden, dat is eigenlijk mijn visie.'


Technisch directeur Hans van Breukelen van de KNVB prijst eveneens de methode van Verheijen, door de inspanningsfysioloog ontwikkeld in samenwerking met voormalig bondstrainer Bert van Lingen. 'Het is een perfecte basis, maar de vraag is of dat genoeg is in het hedendaagse voetbal. Raymond waarschuwt altijd voor 'overload'. In de laatste fase zijn juist meer prikkels nodig, wat ook afhankelijk is van de speelstijl van een elftal. Een ploeg die veel op de counter speelt, heeft een andere vorm van sprinttraining nodig, zodat spelers sprints van vijftig, zestig meter kunnen trekken.'

Coördinator fysieke training bij de KNVB Peter van Dort zegt: 'Het model van Verheijen is uniek, door stapje voor stapje meer te doen, door fitter te worden door te voetballen. Maar in zijn visie staat bijvoorbeeld weinig over krachttraining. Dat is de kunst nu: waar is winst te boeken? Overal. Maar hoe? Door ook heel individueel te werken en rekening te houden met al die verschillen tussen mensen met een andere spieropbouw. Het is een enorme puzzel.

Van Dort: 'In de werkgroep voor het rapport Winnaars van morgen waren alle specialisten enthousiast over Verheijens uitgangspunt, fitter worden door samen te voetballen. Maar er is meer nodig: atletisch vermogen, maatwerk. Er bestaan, grof gezegd, twee risico's: je doet te veel, of je doet te weinig. Raymond zegt vaak dat we te veel doen. Maar een coach moet eisend zijn, bijvoorbeeld door net iets meer te vragen dan spelers gewend zijn. Over de grens gaan en conditie opbouwen.'

Het is precies wat het Nederlands voetbal nodig heeft, in de ogen van velen.

Maatwerk

Van Breukelen: 'De huidige topsporter breekt door grenzen, ook tijdens de training. Hij moet pijn kunnen lijden, kunnen omgaan met stresssituaties. Dan kan hij weleens een blessure oplopen. In het huidige voetbal wordt veel meer gelopen zonder bal dan voorheen. Je moet niet veel harder trainen, maar gericht, meer competatief. De uitvoerig moet iedere keer optimaal zijn, technisch en tactisch. Het is geweldig wat Raymond Verheijen in het begin van deze eeuw heeft geproduceerd. Hij heeft iedere coach handvatten gegeven. Maar het voetbal heeft zich verder ontwikkeld, het vraagt om maatwerk. Zijn methode is niet de heilige graal.'

Met slimmer trainen zijn meer blessures te voorkomen

Raymond Verheijen maakt wereldwijd furore met zijn methode van periodisering in training. Hij is ervan overtuigd dat de meeste spierblessures zijn te voorkomen door gedoseerde trainingsopbouw. Voetbal is primair een sport van intensiteit, en geen duursport. Het gaat niet om het aantal trainingen, of om doelloos rondjes lopen in de voorbereiding, het gaat om intensiteit, om kwaliteit, om arbeid en rust.

Verheijen wil dat vanaf het begin van het seizoen de beoogde elf spelers van de basisploeg zo vaak mogelijk met elkaar op het veld staan. Tijdens de opbouw van het seizoen wordt de sterkste formatie dan steeds fitter en raakt beter ingespeeld op elkaar. 'Conditie is te belangrijk gemaakt in voetbal', heeft hij meermaals gezegd.

Verheijen heeft talloze malen geconstateerd dat bij clubs te hard of te veel is getraind, soms ook na korte vakanties, of vlak na zware wedstrijden. Gevolg: overbelasting en blessures. Spelers moeten ook zin hebben en houden om te voetballen. Zo greep hij bij de jeugd van Feyenoord rigoureus in, in eerste instantie tot verbazing van de jeugdtrainers. 'Het aantal trainingen heb ik meteen teruggeschroefd naar vier keer in de week. Dat viel slecht bij de trainers, want ik pakte ze een derde van hun trainingstijd af', zegt hij in zijn boek Hoe simpel wil je het hebben?' Ook zei hij eens: 'Als je veel traint, ontstaat chronische vermoeidheid en gaat de kwaliteit omlaag.'

Verheijen ligt geregeld in de clinch met coryfeeën in de voetbalwereld. Hij laat via Twitter voortdurend weten hoe hij over trainers en hun aanpak denkt. Bij blessuregolven trekt hij al vlot vergelijkingen tussen trainers en dinosaurussen, vanwege hun ouderwetse aanpak. Vooral Jürgen Klopp van Liverpool en de talloze blessures in zijn selectie, moet het ontgelden. Klopp noemde Verheijen 'die grappige conditietrainer uit Nederland.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden