Wel het talent, niet de aantallen voor een succesvolle ijshockeyploeg

Welk pad bewandelden voormalige olympiërs na hun topsportcarrière? Henk Hille (58) deed als ijshockeyer mee aan de Winterspelen van 1980. Na zijn carrière werd hij directeur bij de Nederlandse ijshockeybond. Nu is hij docent sportmanagement aan de Hogeschool van Amsterdam.

Voormalig ijshockeyer Henk Hille.Beeld Jiri Buller

'Nederland is maar één keer door een ijshockeyteam vertegenwoordigd op de Olympische Spelen, in 1980 in Lake Placid. Met het verstrijken van de jaren heeft die prestatie steeds meer glans gekregen, maar op het moment zelf stonden we er nauwelijks bij stil. We kwalificeerden ons door op het WK voor B-landen bij de eerste vier te eindigen. Ik kan me niet herinneren dat we dat gevierd hebben. We gingen gewoon van het ene naar het andere ijshockeytoernooi.

NederCanadezen

'Het verhaal achter het succes waren de NederCanadezen; zoons van Nederlandse ouders die op jonge leeftijd naar Canada waren geëmigreerd en ons spel naar een hoger niveau tilden. We eindigden op de Spelen als negende van de twaalf. De teneur in Nederland was dat dat een beetje tegenviel, vooral ook door de uitslagen: 10-1 tegen Canada en 17-4 tegen Rusland.

'We boekten in de aanloop naar de Spelen succes met hard, stevig spel. Kleinere landen waren daardoor geïntimideerd, maar tegen grote ploegen werkte het niet. We kregen ook veel tijdstraffen. Dan kan het snel gaan in ijshockey. Maar in retroperspectief is negende op de Olympische Spelen heel knap.

Wegzakken op de ranglijst

'Ik had tijdens mijn ijshockeycarrière twee studies afgerond: de Academie voor Lichamelijk Opvoeding en sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Mijn ambitie was te promoveren. Ik had her en der ook tijdelijke contracten om onderzoek te doen, maar toen kwam in 1994 de ijshockeybond met de vraag: wil je bij ons technisch manager worden? Naast het op poten zetten van een topsportbeleid, ging ik me gaandeweg steeds meer bezighouden met het schrijven van beleidsplannen. Toenmalig directeur Rob van Rijswijk vond dat niet zo spannend. Zo verhuisde ik vanzelf steeds meer van de ijsbaan naar kantoor. Toen Van Rijswijk naar de internationale hockeyfederatie vertrok, volgde ik hem op.

'Het is me als directeur niet gelukt de nationale ploeg opnieuw naar de Spelen te krijgen. Dat is teleurstellend. Ik blijf zeggen: de opleiding is tegenwoordig beter dan in de jaren zeventig toen we afhankelijk waren van de NederCanadezen. We hebben echt wel talent. Alleen: het zijn er niet genoeg. We hebben niet de aantallen van grote landen. Wat ook niet in ons voordeel werkte, was het uiteenvallen van het Oostblok. Opeens hadden we niet alleen Rusland boven ons staan, maar ook Oekraïne, Kazachstan en Wit-Rusland. Zo zijn we steeds verder weggezakt op de ranglijst.

HvA

'In 2002 werd aan de Hogeschool van Amsterdam de opleiding sport, management en ondernemen opgericht. Ik ben daar in eerste instantie in de ochtenduren gastlessen gaan geven. Hoe organiseer je een WK? Hoe professionaliseer je een bond? Later kwamen daar ook andere vakken bij. Op een gegeven moment, in 2008, kon ik er een fulltimefunctie van maken. Dat was het moment dat ik besloot over te stappen naar de Hogeschool van Amsterdam.

'Wat ijshockey betreft, sta ik als jeugdcoach wekelijks langs de baan bij Amstel Tijgers, waar mijn zoon speelt. De jongens van dat team weten dat ik aan de Spelen heb meegedaan. Volgens mij vinden ze het stoer, maar het is niet dat ze er wekelijks naar vragen. Helemaal niet eigenlijk. Met één druk op hun smartphone kunnen ze de wedstrijden uit de NHL zien. Dat is voor hen veel interessanter, daar spelen de helden van nu.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden