Weinig interesse voor conventies

'Dit gestencilde vel papier heeft niet de pretentie van het beste biedsysteem. Integendeel, er bestaan veel betere. U dient het alsvolgt te zien: een kind van één jaar dat moet beginnen met lopen, schrijft niet in voor het nummer hardlopen bij de Olympische Spelen....

De aanhef van een artikel door Bob Slavenburg over zijn partnership met Hans Kreijns. Weinig interesse, bijna minachting, voor conventies en systemen. Actief spel, het ontregelen van de tegenpartij, dat was de grote kracht van het sterkste Nederlandse paar uit de jaren zestig.

Volgens Kreijns voelden Bob en hij precies het tijdstip aan voor een afwijkende actie. Kreijns: 'Onze conventies konden op een bierviltje. Maar vergis je niet, we speelden zo vaak dat elke situatie bekend was. Het gebeurde maar dikwijls dat Bob bij mij aanklopte om over een detail uitvoerig te debatteren. Nou ja, hij was aan het woord en ik luisterde.'

Bob Slavenburg (1918-1981), telg uit een bankiersgeslacht, sporter en boven alles bridger. Belastingperikelen waren de oorzaak van de verhuizing naar Marokko. Hij kocht en verkocht van alles, waaronder Pepsi Cola. Het verhaal wil dat hij de Marokkanen duidelijk maakte dat moslims volgens de koran Pepsi wel en Coca niet mochten drinken. Slavenburg was goed van de tongriem gesneden en kreeg overal entree. Daar kan Harry Vermeegen, net als sportjournalist gestart, over meepraten. Een ontmoeting met bridgecrack Slavenburg op het strand van Casablanca: 'Ik bridge vanmiddag met koning Hassan', de verslaggever geloofde er niets van. Later op de dag: 'De koning vertelde me dat er misschien oorlog komt. Marokko en Mauretanië maken allebei aanspraak op Spaans-Marokko. Ik raadde Hassan aan met een half miljoen mensen de woestijn in te trekken om de boel onder druk te zetten.'

De ongelovige journalist bedankte Slavenburg beleefd voor deze informatie. Bij terugkomst in Nederland keek Vermeegen naar de televisie en zag honderdduizenden Marokkanen de woestijn inlopen. Een primeur misgelopen.

Slavenburg/Kreijns domineerden het Nederlandse bridge. Het tafelspel, de psychologische benadering, tablepresence, een goede neus voor de situatie. Praktisch en doortastend bridge was hun handelsmerk. Ook internationaal timmerden zij aan de weg. Bij het WK-paren (1966, Amsterdam) sleepten zij na een fabuleuze eindsprint de eerste wereldtitel voor Nederland in de wacht.

Slavenburg had oog voor menselijke zwakheden. Hij pikte de schrijver van deze rubriek eens op van een terras in Deauville: 'Kom vanavond om twaalf uur naar hotel Royal. Je speelt met mij een partij tegen een stel Franse internationals rond Omar Sharif.' De bridge-instructies van Slavenburg waren kort: 'Bied zo vaak maar wel zo eerlijk mogelijk'. Er volgde een interessant tactisch advies: 'De champagne en wijn zijn voor rekening van het hotel. Als de glazen van die gasten (de tegenstanders) half leeg zijn vul je ze snel weer bij. Zij kunnen er vast niet tegen en wij varen er wel bij.' Zo gezegd zo gedaan. 'We' wonnen royaal.

Hans Kreijns is de liefhebber pur sang. Na een intensieve vijftigjarige bridgecarrière is het vuur voor het spel niet gedoofd, hij blijft vrijwel dagelijks actief. De inzet en het fanatisme zijn nooit geweken. Kreijns is ziek van elke fout, van onnodige missers. Hoe komt het dat de wereldkampioen van 1966 immer met de besten meedraait? 'Ik vind het spelletje gewoon erg leuk. Ik speel graag en ben nooit bang voor de reputatie van een tegenstander.'

Nederlands bridge in de jaren zestig was een natuurlijke affaire zonder veel aandacht voor de uitgebreide mogelijkheden van het bieden. In Rome (Fiori Romana), Napels (Fiori Napolitana) en Dallas (Aces Scientific) knutselde men aan kunstmatige sterke klaverensystemen. CC Wei boetseerde in Shanghai voor het Chinese team het Precisie-systeem.

De wens naar internationale ontmoetingen bestond vanaf het begin van het competitieve bridge. Een eerste wereldmatch in 1936 tussen de VS en Frankrijk. Vanaf 1950 spelen de Europese kampioen en de Verenigde Staten om de Bermuda Bowl, in 1958 neemt voor de eerste keer de kampioen van Zuid Amerika deel. Bridge krijgt in 1958 wereldwijde uitstraling met de oprichting van de Wereld Bridge Federatie (WBF) die in 1960 de eerste Olympiade voor landenteams organiseert (Turijn).

Bob Slavenburg, opmerkelijk in het gewone leven, briljant aan de bridgetafel. Een sterk staaltje in diagram 1. (1948, Nederland-Frankrijk).

Zie diagram 1

westnoordoostzuid ----11 dblpaspas1SA dbl2dblpas paspas----

Slavenburg, zuid, volgde in een opwelling op zijn doubleton schoppen. Een strafdoublet door west. Na het doublet op 1SA correctie door noord naar 2. Oost doubleerde deze keer en Slavenburg besloot zijn verlies te nemen. Met weglopen naar 3 kon hij de ramp alleen vergroten.

Grappig genoeg was er nooit sprake van een naderende katastrofe voor Nederland. Oost-west kunnen alle dertien slagen maken tegen 2 maar acht down (in die tijd minus 1500) is een goedkope verzekering tegen de 2210 (7/7) of 2140 (7) in oost-west.

West kwam uit met A en vervolgde met H en V. De 8 in de dummy was nu hoog! Elke rode kaart uit west doet 2 nog steeds downgaan, maar west - geïmponeerd door het feit dat zuid met twee kleine schoppen in 2-gedoubleerd bleef zitten - speelde 10 na! Slavenburg trok met 8 de laatste troef van west en maakte daarna zes, éen klaveren afgegooid, klaverenslagen. Niet gek, 2-gedoubleerd gemaakt met in de andere lijn groot slem in schoppen.

Op het voorlaatste spel van het wereldkampioenschap in 1966 grepen Slavenburg/Kreijns de leiding (diagram 2)

Zie diagram 2

westnoordoostzuid ------pas pas122 paspas3dbl paspaspas--

Slavenburg opende in de natuurlijke stijl met 1 door zuid, Kreijns, rustig naar 2 opgehoogd. Oost persisteerde met 3 en zuid sprak met een doublet twijfel uit. West toonde groot vertrouwen in oost, paste, en het 3-contract ging één down. Een topscore voor het Nederlandse paar dat later met gemengde gevoelens terugblikte naar dit beslissende moment. Als west met een sos-redoublet oost vraagt uit de rode kleuren te kiezen, bereiken oost-west 3, met tien slagen voor het oprapen.

Uit de finale Frankrijk - VS van de olympiade 1960 een spel (diagram 3) waarin Pierre Jaïs (Fr) op handige wijze een onmogelijk 5-contract maakt op weg naar de eerste titel.

Zie diagram 3

westnoordoostzuid paspaspas1

1paspas2

24pas5 paspaspas--

West kwam uit met een troef voor V. Een kleine ruiten naar B (gedoken door west!), klaveren naar het aas, H gedeblokkeerd, een ruiten getroefd. Op A en V twee schoppen uit zuid weg, een harten getroefd, een ruiten getroefd en alleen een schoppenslag en H gingen verloren. In een oogwenk lagen elf slagen op tafel.

Dit is de vijfde aflevering van een terugblik op bridge in de twintigste eeuw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden