We zijn kampioen

Gisteren, toen ik deze column schreef, had ik de WK-finale tussen Spanje en Nederland nog niet gezien. Het kon ook niet anders, want in verband met de wedstrijd was de deadline voor het inleveren vervroegd....

Nu Nederland zover was gekomen, wilde ik dat we Spanje met 3-0 zouden verslaan.

Ik heb daarvoor mijn eigen reden: mijn moeder is na zoveel jaar bij me op bezoek.

Ze kan mijn boeken niet lezen en weet daarom niet wat ik hier geschreven heb.

Ze voelt ook niet de drang, want ze is een bijzondere oosterse vrouw. Zij heeft, net als alle andere oosterse vrouwen, onvoorwaardelijk vertrouwen in haar zoon. Als ik tegen haar zeg dat Nederland van Spanje gewonnen heeft, dan is dat de waarheid. En niemand kan die waarheid meer veranderen.

Aan deze moeder wilde ik de voetbalgekte van Nederland laten zien.

Wat ik uit de bodem van mijn hart voor haar wilde, was een uitbundig feest, een onvergetelijke krankzinnige juichende oranje massa, een beleving waaraan ze de rest van haar leven in het vaderland met een glimlach terug kan denken. Een nationale oranje uitbarsting met toeters, klompen, hoeden, pruiken, geschminkte gezichten, bier en olé, we zijn kampioen.

Om die reden wil ik haar morgen mee naar Amsterdam nemen waar een historische gebeurtenis plaats zal vinden. Ik wil haar tussen de menigte van duizenden supporters zien, die juichend het Nederlandse elftal bejubelen.

Ik heb nu al een mobiele telefoon voor haar geregeld voor het geval ik haar in de menigte kwijtraak. Haar naam, het adres van ons huis en mijn eigen telefoonnummer heb ik op een kaartje geschreven en in haar paspoorttasje gestopt, dat ze om haar nek draagt.

Gisteren, toen ik dit schreef, was ik in de volle overtuiging dat we zouden gaan winnen en het mocht niet anders zijn want het past niet bij mijn moeder.

Toen ik een tijdje geleden in Amerika was, ontmoette ik de Nederlandse consul en zijn vrouw in San Francisco – mooie mensen. Ze waren bezig met de voorbereidingen van Koninginnedag en hadden daarom veel oranje spullen en presentjes voor hun gasten aangeschaft.

De consul gaf me een oranje armbandje met fijne kraaltjes, die met het oog op het WK in Zuid-Afrika was gemaakt. Ik ben niet het type dat een armband draagt, dus deed ik het in mijn zak en vergat het. Gisteren, toen ik mijn moeder mee naar ons buurtcafé wilde nemen om de finale met de fans te kijken, vond ik per ongeluk dat oranje armbandje in mijn broekzak.

‘Moeder, je moet iets oranjes omdoen, anders laten ze je het café niet binnen.’

Ik had al besloten dat we zouden winnen, maar als dat niet het geval zou zijn, zou ik toch tegen mijn moeder zeggen dat we gewonnen hadden.

Verlies past niet bij haar overtuiging van de plek waar haar zoon woont.

Hoe dan ook, wat dan ook: we zijn kampioen. Dat hadden we gisteren thuis al besloten voordat de wedstrijd begonnen was.

Kader Abdolah is schrijver.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden