nieuws waterpolo

Waterpolovrouwen maken slim gebruik van nieuwe regels

De eerste horde op weg naar de Olympische Spelen van Tokio heeft het Nederlands waterpoloteam met opvallend gemak genomen. Bij de eindstrijd om de Europa Cup voor landenteams in Turijn wonnen de snelle vrouwen van bondscoach Arno Havenga drie wedstrijden tegen de Europese top met royale verschillen.

Sabrina van der Sloot van Nederland aan de bal tijdens de waterpolowedstrijd tussen Italië en Nederland tijdens het Olympisch Kwalificatie Toernooi (OKT). Beeld ANP

De overwinningen op Spanje (9-6), thuisland Italië (17-11 liefst) en Rusland (finale met 11-9) kwamen tot stand door snel spel, het Nederlandse handelsmerk, en door een betere aanpassing aan de nieuwe spelregels van de wereldbond Fina. In 2019 zijn nieuwe regels doorgevoerd die het spel schoner, sneller en minder fysiek moeten maken.

In de finale tegen Rusland leverde dat Nederland, een altijd clean opererend team, drie strafworpen op. Elke verdedigende actie van achteren op een speler die binnen de zes-meterlijn op doel dreigt te schieten, is tegenwoordig goed voor een penalty, een vrij schot van vijf meter. Voorheen werden die straffen minder vaak gegeven.

‘We hadden ons goed voorbereid op de nieuwe regels. Mijn ploeg is er uitstekend mee omgegaan’, zei de tevreden coach Havenga, die zijn team in meer dan behoorlijke vorm aantrof. ‘Maar er zit nog rek in, hoor’, was zijn inschatting van de prestatie in Italië.

Nederland is de regerend Europees kampioen, maar op minder dan 500 dagen van de Spelen van Tokio nog een eind verwijderd van kwalificatie voor dat olympisch toernooi in Japan. De eerste mogelijkheid dat te bewerkstelligen is begin juni in Boedapest, bij de Superfinale van de World League.

De nationale ploeg wist zich vrijdag al voor die League geplaatst. De zege op Spanje, in 2016 het team dat Nederland in Gouda het ticket voor Rio ontnam, was meteen goed voor een reis naar Hongarije. Omdat de Hongaarse vrouwen zich vrijdag in Turijn ook bij de laatste vier plaatsten, wist Nederland zich gekwalificeerd. De beste drie van de Europa Cup plus het automatisch geplaatste Hongarije konden een feestje vieren.

De nationale ploeg speelde daarna door voor de toernooizege. Dat deed ze door zaterdag Italië kopje-onder te duwen. Zeker in eigen land zijn de Azzurri nauwelijks te verslaan. Zo verspeelde Nederland in 2012 in Triëst het olympisch ticket. Het was toen olympisch titelverdediger, maar haalde het toernooi van Londen niet.

De revanche van zaterdag was dus zoet. Uitblinker van de dag was het linkshandige jeugdtalent ­Simone van de Kraats. Zij maakte vier goals. ‘Ze is net 19, supergetalenteerd en nieuw in de groep. Simone is een van de nieuwelingen die onze ploeg sterker maken’, aldus Havenga over de schutter op rechts.

Zondag was Maud Megens de grote vrouw van de finale. De in Amerika spelende schutter liet weer zien over een fenomenaal schot te beschikken bij de 11-9 tegen de Russinnen. Na een maximale voorsprong van vijf treffers (10-5) trachtte Nederland de wedstrijd relaxed uit te spelen. De overwinning, goed voor het heffen van de Europa Cup, kwam nooit in gevaar.

Na de Europa Cup volgt in juni de Superfinale van de World League. Daar is olympisch en wereldkam­pioen Verenigde Staten de grote favoriet. China, Australië en Canada zijn de andere landen, te midden van vier ­Europese vertegenwoordigers. Dat Nederland een kleine voorsprong genomen heeft op de andere Europese toplanden, wilde bondscoach Havenga zondag niet onderschrijven. ‘We beginnen in Boedapest gewoon weer op 0-0. De Europese top ligt dicht bij elkaar.’

Na die eerste kans op een olympisch ticket volgt in juli in Korea, bij het WK waterpolo, de tweede kans. De wereldkampioen, of het hoogst geplaatste land na de eventuele winnaar van de Super League, krijgt ticket 2 voor de Spelen. Daarna volgt in januari, weer in Hongarije, de Europese titelstrijd. De Europees kampioen gaat naar Tokio. Een vierde kans is er ten slotte bij een afsluitend olympisch kwalificatietoernooi in maart 2020.

Dat het Internationaal Olympisch Comité heeft ingestemd met de verruiming van het deelnemersveld van het vrouwenwaterpolotoernooi, het was acht en wordt nu tien, zegt Havenga niet te veel. Hij acht de strijd in Europa nog steeds riskant. In de top van zes landen, Nederland, Hongarije, Rusland, Spanje, Italië en Griekenland, kan elk land van het andere winnen. Wie pech heeft, grijpt toch naast het ticket voor de Spelen.

Om Nederland goed voor te bereiden, komen alle in het buitenland spelende waterpolosters (nu acht van de veertien) voor een jaar terug naar Nederland. Ze gaan niet zoals in 2015-2016 geheel intern in Zeist, want dat kost wedstrijdritme. De internationals spelen bekercompetitie, geen eredivisie. ‘Dat is om overbelasting te voorkomen’, aldus Havenga.

‘We hebben de luxe van een grote selectie, met veel concurrentie’, zo ­besloot Havenga de eerste troepenschouw uit het olympisch traject.    

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.