WedstrijdverslagNederland - Italië

Waterpolosters fitter en scherper dan Italianen en winnen met 10-4

Bondscoach Arno Havenga (midden) tijdens het EK-duel met de Nederlandse waterpoloploeg tegen Italië.Beeld Proshots

Nederland boekte een derde zege op het EK in Boedapest en is kwartfinalist. Na winst op Israël en Duitsland werd nu van Italië gewonnen.

Kracht en scherpte kwam het Nederlands waterpoloteam de afgelopen zomer bij het zwaar mislukte WK in Zuid-Korea tekort. Daar moest verandering in komen, stelde bondscoach Arno Havenga vast. Woensdag, bij de eerste grote opdracht van het EK in Boedapest, bleken de veranderingen in de conditionele en mentale aanpak zich al uit te betalen.

De vooraf als pittig beschouwde wedstrijd tegen Italië werd met gemak gewonnen. Met name in de derde periode was Nederland overheersend (3-0). Het vierde kwart werd gebruikt om zonder al te veel krachtverlies en andere schade de wedstrijd uit te spelen. Het eindsignaal kwam met de stand 10-4 op het scorebord, via de periodestanden 2-2, 4-2, 3-0 en 1-0.

Maud Megens, de afgelopen zomer in het WK-waterpolobad van Gwangju vooral zichzelf ernstig teleurstellend, scoorde tegen de bleke Italianen liefst vijf keer. Ze kon zich zelfs nog een gemiste strafworp permitteren, bij de stand 6-4. Haar taterbal, vlak voor de keeper geschoten om die met opspattend water te hinderen, smoorde in de armen van de Italiaanse goalie Giulia Gorlero.

Megens revancheerde zich binnen een halve minuut. Ze stal, in een manmindersituatie, de bal van de Italiaanse sterspeler Roberta Bianconi die tot dan drie goals had gemaakt. Bianconi liet zich verleiden tot een reactie en kreeg daarvoor haar derde en definitieve P, een uitsluiting. De zwaar gehinderde Megens zwom door naar het Italiaanse doel en schoot van dichtbij 7-4 binnen. Bianconi en met haar het Italiaanse team hingen in de denkbeeldige touwen.

Het was een demonstratie van de Nederlandse conditie. De zwemsolo van Megens kostte flink kracht en ze mocht van coach Havenga even de kant opzoeken. Een minuut voor tijd, 31 minuten zuivere speeltijd op de klok, was ze echter weer zodanig hersteld dat zij voor Nederland het tiende doelpunt liet aantekenen, een sluw afstandsschot, haar vijfde treffer uit acht pogingen.

Coach Havenga vertelde vorige week, enkele dagen voor vertrek naar het EK in Boedapest, over de analyse van het voor zijn team ernstig mislukte WK in Korea. Daar, in bloedheet Gwangju, werd het nationale team in de kwartfinale door Spanje ongenadig over de knie gelegd.

Uit het verslag van die maandag in juli: ‘Na zes minuten en 16 seconden was het pleit in het Nambu-bad beslecht. Er was nog dik 25 minuten te spelen, maar iedereen wist dat het klaar was. Spanje, de wereldkampioen van 2013, leidde met 6-0. Zes-nul. Nagenoeg elk Spaans schot was raak: na 17 seconden, na 1.19, na 3.35, na 4.28, na 5.30 en na 6.16.’

De einduitslag was 12-8 in het voordeel van Spanje dat de finale tegen het oppermachtige Verenigde Staten wist te bereiken en daarmee het tweede olympische ticket voor Tokio 2020 bemachtigde. Nederland bleef versuft achter. Het verloor de wedstrijd uit de strijd om de vijfde plaats met 10-5 van Italië. Het team werd uiteindelijk zevende, door Griekenland, de wereldkampioen van 2011, te verslaan.

De wonden werden gelikt in het gefrustreerde Nederlandse kamp. Binnen een dag na terugkeer in Europa had coach Havenga een gesprek met drie keepers om zijn selectie aan te vullen. Het werd Debby Willemsz die in april haar cap had ingeleverd. Havenga moest in actie komen om het gat te vullen dat kort voor het WK was ontstaan, toen Laura Aarts, een van de beste keepers ter wereld onder de lat, besloot niet meer voor het Nederlands team uit te komen.

‘Met die keeperskwestie is veel energie weggelekt’, gaf Havenga pas na het toernooi toe. Tijdens het WK wilde hij er niet te veel aandacht aan besteden. Zoals hij ook helemaal klaar was met Aarts die weigerde haar contract in Hongarije te beëindigen en het olympische jaar in het centrale trainingskamp te Zeist door te brengen. Hij sprak na de breuk nooit meer één woord met Aarts. Dat liet hij aan manager Ineke Yperlaan en sommige van de speelsters met een betere band met de goalie.

In de nabeschouwing van Gwangju kwamen Havenga en zijn stafleden erachter dat enkele van de topspelers, Maud Megens en Sabrina van der Sloot, ‘vermoeid’ waren. Er was te veel gespeeld en te veel gereisd. ‘Die waren op’, stelde de coach vast. ‘We hebben ons niveau niet gehaald.’ Zijn algemene vaststelling over het WK: ‘We hebben niet gepresteerd.’

De coach had één voordeel. In september kreeg hij zijn speelsters allemaal in Zeist. Het uitvliegen naar Amerikaanse universiteiten en Europese topclubs was voorbij. Er kon geschaafd worden aan conditie en kracht. ‘Meer kilometers gezwommen, meer kilo’s getild’, aldus Havenga.

Tegen Italië, een van de grootmachten in de wereld van het vrouwenwaterpolo, was die toegenomen fitheid de sleutel voor het Nederlandse succes. Eerder werd met grote cijfers gewonnen van Israel (22-3) en Duitsland (23-3). Het toernooi in Hongarije eindigt volgende week zaterdag. De inzet is de Europese titel plus één olympisch ticket voor Tokio 2020.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden