Waterpolosters aan druk ten onder

Voor de tweede keer op rij missen de Nederlandse waterpolosters, olympisch kampioen in 2008, de Spelen. Het thuisvoordeel kon een volledige mentale blokkade niet voorkomen in het beslissende duel met Spanje: 10-7.

Bondscoach Arno Havenga, staand voor een affiche van zijn ploeg, is zaterdag in Gouda teleurgesteld na het missen van de Spelen. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

De arm voelde stijf, het hoofd was verward, het lijf wilde niet adequaat reageren, de ogen namen niets waar. Zo moet het gevoel zijn geweest bij de Nederlandse waterpolosters in de beslissende kwartfinale van het olympische kwalificatietoernooi (OKT) in Gouda. Spanje, de wereldkampioen van 2013, was een maat te groot (10-7).

Tranen

Met hun tranen hadden de dertien Nederlandse waterpolosters zaterdag het kleine Groenhovenbad tot de rand kunnen vullen. Ze vloeiden na een volledige, mentale blokkade. De olympische kwalificatie voor Rio 2016, na de tweede plaats bij het WK in 2015 een kleine opdracht geacht, werd gemist.

Voor de tweede keer op rij voegt de olympisch kampioen van 2008 zich niet bij de beste acht landen van de wereld voor de strijd om die ene, allesovertreffende trofee. Vier jaar geleden in Italië, in Triëst, was er nog sprake van schuldigen uit een ander kamp. De arbitrage en de Italiaans georiënteerde leiding van de wereldzwemfederatie FINA kregen de schuld. Nederland werd een oor aangenaaid.

Dagmar Genee en Vivian Sevenich na het mislopen van de Spelen. Beeld anp

Italië ging naar de Spelen, Nederland kroop boos over zoveel onrechtvaardigheid weg in het trainingscentrum van de vrouwenwaterpoloploeg in Zeist. Vier jaar later, een coach verder (Arno Havenga in plaats van Mauro Maugeri), ging het mis door eigen schuld.

'We hebben gefaald', sprak Havenga.

'We hebben tegen onszelf gespeeld', oordeelde schutter Sabrina van der Sloot.

Onbevangenheid

Nederland slaagde er op het OKT van Gouda niet in zichzelf in vorm te spelen. Vorig jaar, bij de wereldtitelstrijd in Kazan, flonkerde de ploeg met als uitblinker de piepjonge Maud Megens. Zij schitterde, net als doelvrouw Laura Aarts, dankzij de onbevangenheid waarmee zij in het bad lag.

De nationale ploeg verloor de WK-finale in Kazan van olympisch kampioen VS. Een jaar eerder (2014) was de EK-finale van Boedapest verloren gegaan tegen Spanje. Die nederlagen moesten stappen zijn in het proces. Het waren zeker geen littekens.

De pijn kwam met de nederlaag van januari in de EK-finale van Boedapest. Nederland beschouwde zich, als het beste Europese land van het WK, als de favoriet. In de finale zou, na een sterk gespeeld toernooi, Hongarije wel opzijgezet worden. In plaats daarvan speelde het team van Havenga zich kapot op het fysieke spel, met een mangerichte verdediging, van de Hongaarsen.

Plankenkoorts

Die nederlaag bleek in Gouda niet verwerkt. Nederland speelde het toernooi in eigen land zonder enig zelfvertrouwen. Er was officieel thuisvoordeel. De scheidsrechters zouden op de Nederlandse hand zijn. Door de plankenkoorts ter plekke leek op het op thuisnadeel in het krap bemeten stadion, waarin zelfs de Nederlandse bondsvoorzitter Erik van Heijningen met stoelen liep te sjouwen.

Door tweemaal 8-8 te spelen in de poule, tegen Rusland en aartsvijand Italië, belandde de nationale ploeg in een kwartfinale tegen Spanje, de olympisch finalist van 2012, de wereldkampioen van 2013 en de Europees kampioen 2014. De wedstrijd was beslissend in de strijd om de vier olympische tickets.

Voor de vierde keer op rij - na de WK-finale en de twee EK-finales - verloor Nederland een allesbeslissende wedstrijd. Dat gebeurde in de eerste periode. Spanje kwam op een voorsprong van 0-4 door schuiffouten in de defensie, niet nagekomen afspraken en zwakke schoten van Nederland. Er was complete paniek. Keepster Aarts schreeuwde meer dan ze stopte. Van der Sloot, niet eens de aanvoerder, was de enige die haar team regisseerde.

Bondscoach Arno Havenga. Beeld anp

Mentale ondergang

In die chaos kwam het nooit meer goed met Nederland. Toen op vierenhalve minuut van het einde Lieke Klaassen dan eindelijk deed wat ze eerder had moeten doen, raak schieten, en daarmee de stand op 7-8 bracht, was die marge na 30 seconden alweer weg. Spanje schoot beter, oogde fitter en haalde met 7-10 de buit binnen in een omgeving die niet in zichzelf geloofde.

Het Nederlandse vrouwenwaterpolo zal na een lege zomer de weg omhoog wel weer vinden. Jeugd zal de plaatsen van routiniers innemen. Wel moet de ploeg geld zien te vinden nu grote olympische ondersteuning van sportkoepel NOC*NSF zal stoppen. Er zullen woorden als revanche en Road to Tokio klinken. De ploeg zal vooral moeten leren grote wedstrijden te winnen.

'We hebben het onszelf aangedaan', sprak Sabrina van der Sloot. 'We zijn niet bestand tegen dit soort druk.'

Dat was haar constatering na de mentale ondergang waar geen trainingsprogramma, hoe mooi en professioneel ook, echt in voorziet. Grote wedstrijden moet je spelen en af en toe winnen. Anders blijf je een sportploeg in de marge. Vooral dat deed pijn bij dertien Nederlandse sportvrouwen en hun gedreven coaches.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden