AnalyseEredivisie 2019-2020

Wat nou als AZ ... en andere noties aan het eind van het voetbalseizoen

Een uniek voetbalseizoen kwam vrijdag officieel tot een eind met een vergadering over de verdeling van prijzen. Wat rest zijn herinneringen en vragen. Wat als AZ ..? Stel dat Feyenoord ..? We zullen het nooit weten.

Myron Boadu (AZ) scoorde in december vlak voor tijd tegen Ajax de 1-0.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Tot de parels van het voetbalseizoen 2019-2020 behoorde de flegmatieke oerdrift van Steven Berghuis. Of de laatste staaltjes tovenarij uit de magiedoos van Hakim Ziyech. Ze vervlogen in zijn afscheidsseizoen, voordat hij naar Chelsea vertrekt, na jaren van trucs met het sprietige linkerbeen. Risicovoetbal. Of de scoringsdrift van Cyriel Dessers, Nigeriaans-Belgische voetbalvrolijkheid.

Het seizoen is officieel voorbij sinds vrijdag, afgebroken door corona. Herinneringen verwateren snel. Vóór de aftrap van seizoen 2019-2020 rouleerde een grap in voetballand: de kampioen van 2019, Ajax, was zoveel sterker dan de rest van de eredivisie dat het de titel in maart zou prolongeren. En warempel, dat klopt zelfs. Een beetje dan, wetende dat vanwege ­corona op 8 maart de laatste wedstrijd van het seizoen is gespeeld. En op dat moment stond Ajax bovenaan. Op doelsaldo, bepalend bij gelijke stand in Nederland.

Het liep alleen totaal anders dan in de grap, met een eerste plaats die geen echt kampioenschap is. Zonder bruisend feest, zonder schaalvertoon en wie weet zelfs zonder kampioenspremie, want ook Ajax let door de ingevallen crisis op de kleintjes.

1 september

Na 8 maart gebeurde niets meer, op eeuwig gekakel in de kippenren eredivisie na. Voortdurend overleg, besloten met een virtuele praatsessie vrijdag, in het besef dat de voetballoze periode in het Nederlandse ­betaald voetbal is verlengd tot zeker 1 september.

Denk nog even aan de scheldpartij van Dusan Tadic naar ploeggenoot Sergino Dest, de jonge verdediger die op 7 maart in een verschrikkelijke eerste helft van Ajax bij Heerenveen alle kanten opliep, behalve de goede. ­Tadic kreeg de weken daarvoor, tijdens de vrije val van Ajax, kritiek dat hij een surrogaataanvoerder was. Juist hij bracht met zijn kanonnade de kentering, met twee doelpunten en een assist. Juist door zijn inbreng ‘eindigde’ Ajax nog als eerste in de tussenstand die een eindstand zou worden.

AZ vergaarde de sympathie. Nooit zullen we weten of het kwikzilver uit Alkmaar de vermoeide rivaal Ajax had kunnen weerstaan in de slotmaanden. Waarom niet, stellen ze in Alkmaar, waar ze de rol van uitdager met verve uitdragen.

De dartele dribbels en steekpasses van Calvin Stengs. De jeugdige doeltreffendheid van Myron Boadu, de sturing van Teun Koopmeiners, de rushes van Owen Wijndal en de reddingen van Marco Bizot. Ze behoorden tot de rijpe vruchten van een ­seizoen zonder oogst.

Maar alles over de afloop is hypothese. Want ja, zeggen ze in Amsterdam, alle geblesseerden keerden langzaam terug in het elftal van trainer Erik ten Hag, dat vooral imponeerde voor de winterstop, met prachtige uitvoeringen tegen Feyenoord, FC Utrecht, Valencia en Chelsea.

Maar het verval in december, januari en februari was schrijnend, de val van Ajax was zo diep dat de illusie van dat prachtige, vorige seizoen vervloog in weemoed naar de dribbels van Frenkie de Jong en de onversaagdheid van Matthijs de Ligt.

Geen apotheose

Niemand zal ook weten of de opmars van Feyenoord onder Dick Advocaat tot een kampioenschap had geleid. De kans was niet zo heel groot door de toch nog respectabele achterstand, maar het was mogelijk geweest. Het elftal won wekelijks aan kracht, zelfvertrouwen en kwaliteit.

Zo voltrok zich een toch speciaal seizoen van beloften en gebroken beloften, dat had kunnen culmineren in een zeldzaam spannende apotheose. Had kunnen. Al zal de jaargang voor menigeen gedenkwaardig blijven: voor Berghuis en Dessers, voor talent Mo Ihattaren ook, die ontbolsterde in het jaar dat hij ook tranen liet om het verlies van zijn vader.

Het onvoltooide seizoen poetste oude inzichten op. Oud-voetballers zijn niet automatisch toptrainer. ­Giovanni van Bronckhorst en Phillip Cocu ondervonden dat al eerder bij Feyenoord en PSV. Ze kregen een handig zetje in de rug van routiniers Dick Advocaat en Guus Hiddink, op het moment dat hun stoel brandde. Dit seizoen verdwaalde Mark van Bommel hopeloos bij PSV, in zijn hang naar totale controle en ­perfectie.

Jaap Stam boog voor de bestuurlijke en sportieve chaos bij Feyenoord. Advocaat loste hem af op het moment dat spelers langzaam fit raakten. Hij schiep duidelijkheid en begon aan een prachtige opmars, die jammerlijk strandde in de besmettingsgraad van een virus. Advocaat heeft alweer bijgetekend. Voor hem staat de tijd stil, coronatijdperk of niet. Hij is 72 en gaat gewoon door.

Het jaar leerde ook dat voor de ­wederopstanding van het Nederlandse voetbal meer nodig is dan de blonde lokken van Frenkie de Jong, de kampioenstronie van Virgil van Dijk of de onvoorspelbare aanvalslust van Memphis Depay.

Het clubvoetbal kwijnde weer bijna weg in het moeras van coëfficiëntenmalaise. En het jaar leerde dat paniek een slechte gids is voor de overlevingsstrijd. ADO Den Haag liet een halve bus Britten uit de krochten van het Engelse voetbal aanrukken, aangevoerd door trainer Alan Pardew. Het hielp allemaal weinig.

Het seizoen leerde al vóór het virus hoe relatief het leven is. Daley Blind zeeg ter aarde in een duel met Valencia, met een ontstoken hartspier, naar later bleek. Met een kastje bij het hart meldde hij zich maanden later weer op het veld. De strijd tegen racisme verwierf zelfs een prominente plek op de politieke agenda, nadat ­Bossche supporters zich grievend hadden geuit jegens Ahmad Mendes Moreira van Excelsior. Treffend was de reactie van Georginio Wijnaldum, gelegenheidsaanvoerder van Oranje. Hij waarschuwde dat de spelers van Oranje van het veld zouden lopen als zij racisme gewaar zouden worden.

Kwetsbaar

Uiteindelijk joeg het virus alle spelers van het veld, waardoor herinneringen al bijna zijn vervaagd. AZ zag zijn huis instorten en was welkom bij ADO, maar dat was een zeldzaam teken van solidariteit. Mede door de eeuwige onenigheid onder clubs was daar ook nooit een echte strijd om het seizoen tot een ander, sportiever einde te brengen. Het voetbal toonde zich ongewild in al zijn kwetsbaarheid.

Op 8 maart 2020, in de zestiende minuut van FC Groningen – PSV, passt Jorrit Hendrix diep, vanaf de linkerflank. De altijd werklustige Denzel Dumfries ligt al op snelheid, neemt de bal mee op de borst, dendert het strafschopgebied in en scoort knap met de binnenkant van de rechterschoen. Het blijkt de laatste treffer in een seizoen dat hoe dan ook uniek is.

En hoe competitieplanner Heinrich Welling de komende tijd ook goochelt met schema’s, niemand weet wanneer het voetbal terugkeert in de polder. En dat is best vreemd. Net zo vreemd als een ‘eindstand’ met Ajax op de eerste plaats na 25 duels.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden