Wat goed is, komt langzaam

Koen Raymaekers geldt al sinds zijn tienertijd als een talent op de marathon. In Utrecht maakte hij na jaren van voorbereiding zijn langverwachte debuut....

Tot in den treure kreeg Koen Raymaekers de afgelopen jaren te horen dat hij geduld moest hebben.

Een echte marathonloper, zo werd hem voorgehouden door oud-vedetten als Gerard Nijboer, denkt niet in maanden, maar in jaren. Hij hecht niet aan het eenmalig volbrengen van de slijtageslag over 42.195 kilometer, zoals de recreant, maar streeft naar eindtijden waarmee hij in Kenia aanzien verwerft.

Wat goed is, komt langzaam, luidt zijn motto.

Sinds Raymaekers als 17-jarige werd ontdekt bij een trimloop, heeft de voormalige handballer zich die houding eigen gemaakt. Zijn natuurlijk aanleg voor de langste loopafstand bleek uit opzienbarende prestaties op de 5 en 10 kilometer en uit fysieke testen die onder leiding van Nijboer en sportarts Peter Vergouwen zijn gedaan. Vijf jaar geleden werd een stappenplan ontwikkeld dat hem moest klaarstomen voor zijn debuut: volgend jaar of het jaar daarop.

In Rotterdam, op het snelle parcours, zou Raymaekers streven naar een tijd die hem in een klap in de topvijftien van de beste Nederlandse marathonlopers zou brengen. ‘Een 2.12 debuut, dat heb ik altijd in mijn hoofd gehad’, zegt de 26-jarige student commerciële economie aan de Johan Cruijff University.

De gestructureerde aanpak van Raymaekers oogstte hoon en bewondering.

Zoveel geduld was onnodig, stelden zijn critici die meenden dat de Utrechtse atleet bij korte wegwedstrijden prijzen liet liggen, door te trainen voor de marathon zonder er aan deel te nemen. Zijn medestanders wezen erop dat marathonlopers vaak chronische blessures oplopen als ze hun lichaam te snel zwaar belasten.

De wedstrijdorganisatoren bleken ongeduldig. Rotterdam had hem vorige week al graag aan de start gehad, maar Utrecht bleek uiteindelijk in staat hem van zijn eerdere voornemens te laten afwijken. In zijn woonplaats werd hem een bonus van achtduizend euro in het vooruitzicht gesteld als hij zou meedoen en binnen de 2.15 zou finishen.

Na lang aarzelen ging Raymaekers akkoord met wat hij zag als een ‘testmarathon’. Na al die jaren van voorbereiding wilde hij ook wel eens weten hoe het zou voelen om verder te lopen dan 35 kilometer: het punt waar de marathon volgens kenners pas werkelijk begint. De atleet: ‘99 Procent van de lopers zegt dat je wat tegenkomt. Dus het zal ongetwijfeld waar wezen.’

Met twee Keniaanse gangmakers ging hij maandag vol vertrouwen van start op het winderige parcours. Van de pijnlijke kuit die afgelopen week onverwacht opspeelde, had hij geen last meer. Dankzij een wekenlange stage in Kenia was hij ervan overtuigd dat hij in blakende vorm verkeerde. ‘In een marathon heb je nooit garanties’, waarschuwde zijn ervaren trainer Joop van Amerongen vooraf, maar hij leek eerder uit gewoonte te spreken dan uit overtuiging.

Tot verbijstering van Van Amerongen en Raymaekers bleek de zegswijze allerminst achterhaald. Na een hoopgevende halve marathon – doorkomst in 1.07 als lid van de kopgroep – ging het snel bergafwaarts. Raymaekers kreeg last van zijn maag, slaagde er niet in voldoende energierijke sportdrank tot zich te nemen en zag zijn tempo van 3.10 minuten per kilometer zakken tot bijna 4 minuten. Zijn eindtijd was minuten langzamer dan het slechtste scenario waarmee hij rekening had gehouden. ‘Als slechtste tijd dacht ik aan 2.19 of 2.20. Niet aan 2.23.38. De kans is natuurlijk klein dat je eerste marathon alleen een positieve ervaring wordt, maar dat het zo negatief zou uitpakken had ik niet verwacht.’

Al na 25 kilometer kreeg hij de klap die hij pas tien kilometer later had verwacht. Vermoedelijk moest hij zijn pogingen om aansluiting te houden bij de kopgroep bekopen. Het tempo wisselde steeds. ‘Als ik ergens niet van hou, is het van dat jojo-gedoe. Maar het was vreemd hoor. Ik kon nog net mijn ene been voor het andere krijgen. Meer zat er niet in. Eigenlijk hoor je dat pas te hebben vanaf 35 kilometer.’

Aan voortijdig stoppen had Raymaekers nauwelijks gedacht, al wist hij gedurende de race dat hij ver van de gedroomde eindtijd zou blijven. Hij vond dat hij de pijn moest doorstaan met het oog op zijn toekomst. Want marathonloper wil hij worden, ondanks de deceptie bij zijn debuut. ‘Een echte marathonloper ben je in mijn ogen pas, als je een marathon vlak kunt lopen: dus niet de eerste helft in 1.07 en de tweede helft in 1.16. Ik ben een wedstrijdatleet die een marathon heeft gelopen, geen marathonloper.’

Raymaekers is ervan overtuigd dat hij eens een tijd gaat neerzetten waarmee hij in Kenia aanzien zal verwerven. Maar voorlopig hoeft hij daar niet op te rekenen, beseft hij. ‘Met 2.23 krijg je in Kenia geen status. Als ik mijn eindtijd daar niet hoef te vertellen, doe ik het niet. Maar het zal wel geen geheim blijven. Mijn ‘haas’ gaat het vast verraden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.