COLUMNWillem Vissers

Wat een schitterende sportman is Mathieu van der Poel, talisman van de aanval

Heerlijk kapot is hij als hij op de grond zit, met het hoofd tegen het hek geleund. Ogen dicht. Hijgend. Schoonheid Roxanne knielt voor hem, haar blonde haar als een waaier voor het gezicht. Even ontsnapt zij nog aan zijn aandacht. Hij is moe. Uitgewoond. Eerst uitblazen, dan mag haar mondkapje af en accepteert hij de warme zoen van zijn geliefde voor de winnaar.

Prachtig en spectaculair is de ontknoping in België van de wielerronde die om Nederland krulde vanwege corona. En wat een schitterende sportman is Mathieu van der Poel, als talisman van de aanval. Bijna is hij symbool van durf in een angstige wereld. Langs de kant, op de stoepen en in de bermen van Vlaanderen, staan mensen met mondkapjes, hunkerend naar de vrijheid van het verleden, met ingehouden angst voor de toekomst.

Even wagen ze zich buiten, voor een flits van renners. Ze blijven netjes aan de kant en bewonderen. Ze klappen voor de malende man op de fiets, de man die vrij is in zijn hoofd, die zichzelf telkens bevrijdt en opnieuw geschiedenis schrijft met een expeditie van bravoure over vijftig kilometer solo. Hij wint de rit en behaalt de eindzege in de ronde met de naam die te lelijk is voor een stijlvolle wielrenner als hij is, met zijn witte, opgetrokken sokken. BinckBank Tour.

De apotheose van de ronde is een zinderend spel om seconden, waarin Van der Poel vier hongerige achtervolgers op precies genoeg afstand houdt. Commentatoren zwelgen in geluk. Ze lachen hardop. Zo leuk en opwindend kan sport zijn. Van der Poel houdt een paar tellen over. Hij blaast uit en zegt met een glimmend, rood hoofd dat hij ‘niet van plan’ was op vijftig kilometer van de streep weg te rijden en dat het ‘te vroeg’ was. Het was ‘alles of niets’.

Juist dat is zo uniek aan hem. Hij was het niet van plan, maar hij deed het toch. Het was te vroeg, maar nog meer dan dat was hij niet te laat. Het was alles of niets, maar met name alles. En wees nou eerlijk: al die liefhebbers waren zo blij met de Tour de France in coronatijd, maar wat was die gemiddeld gesproken saai. Al dat gereken. Telkens die gele trein van de supermarkt op kop, als de lopende band voor de lege flessen. Wat was het bedwelmend mooi toen Pogacar de wereld op zijn kop zette in de tijdrit, toen er niets meer te controleren viel.

Hij maalt, Van der Poel, deze zaterdag. Bosberg, Muur van Geraardsbergen. Denderend over de Dendenoordberg. Zijn armen liggen ontspannen op het stuur. Hij kijkt niet om, op een terloops knikje na. Hij is als de fietser uit het lied van Boudewijn de Groot, krom gebogen over zijn stuur. Hij neemt een stoepje mee en leest de kortste weg. Af en toe wipt hij even uit het zadel, om kracht bij te zetten. Ongewild is hij symbool voor licht in deze duistere tijd. Niet omkijken, altijd vooruit. Op naar de toekomst. Onbevreesd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden