Column Clubwatcher FC Emmen

Was ik weer ergens weggestuurd? Kwam daar dan nooit een einde aan?

Deze week geen observaties. Na de wedstrijd tegen Feyenoord, waarvan de uitslag (1-4) weinig vertelde over de weerstand die is geboden, liep ik als gebruikelijk naar de mixed zone, de ruimte tussen veld en kleedkamers waar de pers tussen de spelers mag lopen. Maar halverwege vond ik een koord met beveiligers op mijn pad, die zeiden dat de mixed zone vandaag alleen toegankelijk was voor FOX en NOS.

En ik had het gehad, ik vond het niet leuk meer. Bijna elke keer als ik in een stadion ergens naartoe loop om iets te bekijken, stuit ik op beveiligers. Elke keer volgt vruchteloos overleg, een lange rondgang door het stadion naar de juiste medewerker en als je dan eindelijk terug bent zijn de momenten waar het om te doen was, vervlogen.

Ik dacht, het is wel goed zo. Ik heb hier geen ruimte meer voor in mijn hoofd. Ik moet daarnaartoe en het moet nu. Als ik ga praten, mis ik ­sowieso wat er gebeurt. De enige kans om nog wat mee te krijgen is door de beveiligingslinie heen breken, in de hoop op die ene keer in je leven dat ­iemand zijn schouders ophaalt.

Ver kwam ik niet. Mijn uitbraak – in de dooie hoek van de beveiligers even snel en lenig onder het koord door en ontdekken dat er overheen stappen beter was geweest – duurde anderhalve seconde. Toen kwam een beveiliger voor me staan, die zijn grote, open handen op mijn schouders legde, en me zo, schuin tegen me aan, kin op de borst, begon terug te ­duwen, alsof ik een koe was of een auto die niet wilde starten.

Wat kan ik zeggen? De handjes waren er vlug vanaf. Niet mooi, maar ja, ik had er niet over nagedacht. Het voelde ook niet als een keuze, meer als een reflex, puur verdedigend van aard, zeg ik er zekerheidshalve bij, al ben ik geneigd om toe te geven dat het een energieke reflex is geweest. De man was er niet op verdacht en begon meteen enorm te wankelen – even zwaaiden de armen vervaarlijk in het rond.

Het werd een toestand, de beveiligers raakten ook geestelijk uit evenwicht. Ik werd naar een kantoorruimte gedirigeerd, en een hal, waar journalisten aan stukjes werkten en fotografen beelden doorstuurden, maar daar had ik niets aan, dus ik liep weer naar buiten en net dat ik dat deed zetten twee beveiligers achter mij de schouders tegen elkaar en was mij de toegang tot het stadion ontzegd.

Ik dacht bij mezelf van alles. Was ik weer ergens weggestuurd? Kwam daar dan nooit een einde aan? Wat nu? Naar huis? Een tijd liep ik voor de tribune heen en weer, en het duurde lang, maar uiteindelijk vond ik de voorzitter en mocht ik weer naar ­binnen.

De hal stroomde net leeg. Alleen ik was er nog. En een stomdronken ­Feyenoord-supporter, die wel door de beveiliging was gekomen. Waarschijnlijk waren ze zo druk met mij geweest dat ze achter hun ruggen alle deuren open hadden laten staan. Hij vertelde dat een speler hem ooit geld had gegeven om zijn fiets te laten repareren. Precies weet ik het ook niet. Er was in elk geval een rol voor een ­kapotte handrem. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.