ColumnPaul Onkenhout

Was die bal van Rensenbrink maar gewoon naast gegaan

Paul Onkenhout artikel ColumnBeeld .

Op 25 juni 1978 schoot Rob Rensenbrink in de finale van het wereldkampioenschap een wit-zwarte bal op de rechterpaal van het Argentijnse doel, na een pass van Ruud Krol. Het gebeurde in blessuretijd, de stand was 1-1. Vanaf de bank in ons ouderlijk huis zagen mijn jongste broer en ik het gebeuren. Oranje verloor.

Het verdriet viel mee. Na 1974 waren we wel wat gewend. Toen voelde het alsof een goede vriend plotseling was overleden. In 1978 overleed een kennis; óók erg, maar niet traumatisch. Hier viel mee te leven, meteen al.

Rensenbrink was weergaloos in de zomer van 1978. Hij excelleerde in Argentinië zoals Johan Cruijff dat vier jaar eerder in West-Duitsland had gedaan, met één groot verschil. In de finale was hij wel op zijn best, in tegenstelling tot Cruijff die er na het zwembadincident en de urenlange telefoontjes met Danny, zijn vrouw die onraad rook, doorheen zat en in de finale zwaar teleurstelde.

Steeds meer werd Rensenbrink de man van het schot op de paal. Elk jaar nam het toe, er was geen houden aan. Lang geleden probeerde ik er nog wat aan te doen, in een column waarin ik schreef dat het een tragische onvolkomenheid van de geschiedenis was dat zijn carrière altijd weer werd opgehangen aan dat schot op die paal, maar dat hielp natuurlijk niks. In alle necrologieën eisten de bal en de paal deze week als vanouds de aandacht op.

De Volkskrant: ‘Rensenbrink was veel meer dan die bal op de paal’.

Nu.nl: ‘Slangenmens Rensenbrink was meer dan ‘man van bal op de paal’.

Voetbal International: ‘Rob Rensenbrink, meer dan de man van de bal op de paal’.

NOS: ‘Rob Rensenbrink, veel meer dan het schot op de paal’.

En dan ging het natuurlijk toch ook weer uitgebreid over dat schot op de paal, net zoals hier nu. Voor een deel werkte hij het zelf in de hand. Rensenbrink trok zich na het beëindigen van zijn loopbaan volledig terug. Hij ging vissen, in sloten in Oostzaan.

Jarenlang was hij de vissende man van het schot op de paal. Er was niks anders. Hij werd geen trainer en ook geen analyticus, vanwege een gebrek aan eerzucht en ijdelheid. Zo nu en dan werd hem weer eens iets gevraagd over het schot op de paal. Hij zei dan altijd dat de bal er vanuit die hoek niet in had kunnen gaan, dat het geen échte kans was. Zo probeerde hij de last van dat ene moment van zich af te schudden. Iedereen begreep het.

Ontegenzeglijk was Rensenbrink de beste van de drie legendarische linksbuitens, hij, Coen Moulijn en Piet Keizer. Toch werd hij na zijn dood bijna routinematig herdacht. Al na twee dagen had niemand het meer over Rob Rensenbrink, zelfs niet bij De Wereld Draait Door.

Het boek over zijn leven van sportjournalist Bert Nederlof dat in 2017 verscheen, Het Slangenmens, trok nauwelijks aandacht. De presentatie vond plaats in de kantine van de eerste club van Rensenbrink, DWS in Amsterdam. Jan Mulder, zijn grootste fan, was erbij. Ze hadden nog een jaar samengespeeld bij Anderlecht.

Het was treurig. Het regende, schreef Mulder destijds in een column in Humo. ‘We gingen naar binnen, waar de bitterballen zijn. De opkomst van de pers was gering.’ Over de paal ging het ook. ‘Hij hield zich goed en legde voor de duizendste keer uit dat het geen échte kans was.’

Was die bal maar gewoon naast gegaan. Gelukkig herhaalde Mulder zaterdag op NOS Radio 1 tot mijn grote plezier wat hij ook in die column had geschreven, een schitterend compliment dat die ellendige paal in Buenos Aires even wegvaagde: dat Rob Rensenbrink als voetballer nóg iets sierlijker was dan Johan Cruijff.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden