Warners wil nog zo veel, maar kan hij dat wel?

Gouden Spike..

LEIDEN Chiel Warners, met zijn 29 jaar nog ogend als een jonge god, strijkt eens door de eigen haren. Hij heeft zelfs al enkele grijze, zegt hij aan de rand van de atletiekbaan van de Leidse Hout, al zijn de blonde nu nog fiks in de meerderheid. ‘Die bedekken ze wel.’

Maar toch, zou het uitbrekende grijs iets zeggen over de zorgen die deze atleet, in aanleg Nederlands beste aller tijden, al jaren plagen? Warners, de nummer vijf op de olympische tienkamp van Athene, gaat al jaren van blessure naar blessure en ooit moet er een streep volgen. Die van genoeg is genoeg.

Dat meetmoment is na de laatste rugblessure nog niet genaderd. Hij heeft zijn ‘hypotheeklasten en normale levensbehoeften’ tot en met Peking 2008 afgedekt bij zijn sponsor, Asics. En tot en met de WK van augustus staat hij nog op de lijst van gesubsidieerde sporters in Nederland, de mannen en vrouwen met de A-status.

Hij pareert bij de Gouden Spike in Leiden – zijn eerste wedstrijd in anderhalf jaar – de vraag hoe lang dit nog kan doorgaan. Of hij niet moedeloos wordt van deze keten van blessures (knie, buikspier, hamstring, achillespees, rug), met tussendoor een hersenvliesontsteking.

‘Moedeloos? Ik ben nooit moedeloos. Ik doe dit, nog steeds, omdat ik het leuk vind. En als ik het niet meer leuk vind, dat stop ik ermee. Ik ga mezelf niet lopen frustreren door het te blijven proberen. Zoals Robin Korving het vier, vijf jaar bleef proberen op de horden, dat zul je mij niet zien doen.’

Warners – een reus van 1.96 meter bij 94 kilo – heeft in zijn lange carrière het gehele medische handboek al doorgewerkt en hij, de fiscaal jurist, klinkt als een volleerd medicus, als hij vertelt van zijn laatste blessure, een ‘lekkende tussenwervelschijf, ook wel herniatie’.

‘Ik wist het eigenlijk in december al. Maar daarna had ik geen probleem meer, tot ik bij een stage een tikkie voelde. De dokter zei hamstring. Maar ik vond dat de pijn wat doorzwom, door bil en hamstring. Het bleek inderdaad wat anders, een uitstulping van de tussenwervelschijf, een lek.’

Hij kreeg drieënhalve week geleden een paar injecties. ‘Van die vieze spuiten, tussen de wervels. Corticosteroïden, om de tussenwervelschijf heen, om de ontsteking tegen te gaan. Plus een verdovingsmiddel. Maar die tussenwervel is versleten, stuk. Mijn lichaam is niet zo geschikt voor de dingen die ik doe.’

De injectiekuur nekte de start van het seizoen. Warners zegde af voor Lisse, het begin van het atletiekjaar. ‘Dat was balen. Ik begon de voorbije winter juist de hoop te krijgen dat het allemaal goed zou komen. Ik had sinds september kunnen trainen. Duurwerk. Waardoor ik met een goede conditie mijn wintertraining kon beginnen.’

De echte voorbereiding strandde. In het trainingskamp in San Diego moest hij er half april mee stoppen. Daarna volgde het onderzoek en de kuur. En pas vorige week maandag hervatte hij voorzichtig de training.

In Leiden doet Warners – haast onvoorbereid – mee aan de 110 horden en aan het discuswerpen, omdat je ‘toch ergens’ weer moet beginnen. ‘Wedstrijden laten zich niet vergelijken met training.’

Kapot is hij na de hordenrace. Hij blijft 1,2 seconde van zijn persoonlijk record (14,07) verwijderd. ‘Dit was mijn eerste hordewedstrijd in twee jaar tijd. Götzis 2005 was de laatste keer op de 110.’

Het lijkt een waagstuk, zeker mentaal, omdat Warners in februari 2006 juist op de horden, de 60 indoor in Estland, de achillespees scheurde. Hij vertelt er met een zekere achteloosheid over. Hier spreekt de patiënt die elke aandoening met humor bestrijdt.

‘Het gebeurde op de eerste horde, daar in Estland. Bij de afzet scheurde ie in, daarna bij de landing af. Hoe dat voelt? Het is net of je in een gat stapt waar geen eind aan komt.’

Warners heeft dat malheur achter zich gelaten. Hij is monter. Hij zegt dat hij midden in zijn sterkste jaren zit. ‘Voor een tienkamper is dat 28, 29 of 30 jaar. Volgens de statistieken dan. Ik kan mee tot mijn 34ste, ook volgens die statistieken.’

Hij richt zich op de Olympische Spelen in Peking. De WK van Osaka, in augustus, zijn geen direct doel. ‘Dit jaar beschouw ik als een tussenjaar. Ik wil daarin twee goede meerkampen doen. En later nog een tienkamp waarin ik het beste van mezelf kan laten zien.’

De jacht op zijn stokoude persoonlijke record (8363, uit 1999) is secundair. ‘Eerst moet ik maar weer eens wedstrijden draaien. Als ik mijn goede niveau terugkrijg, is er geen reden voor mij niet door te gaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden