Sport Testosteronlimiet

Wanneer is een vrouw ‘vrouw’ genoeg voor de sport?

Komende maand doet het sporttribunaal CAS uitspraak in de zaak van hardloopster Caster Semenya tegen de internationale atletiekfederatie IAAF. Semenya wil voorkomen dat ze testosteronremmers moet slikken om mee te mogen blijven doen aan de vrouwencompetitie. Waar is die testosteronlimiet eigenlijk op gebaseerd? En is er iets voor te zeggen?

Caster Semenya (midden) werd in 2009 op 18-jarige leeftijd wereldkampioen op de 800 meter. Beeld Action Plus via Getty Images

Vanaf het moment dat Caster Semenya in 2009 het toneel van de internationale atletiek betrad, waren alle ogen op haar gericht. Vanwege haar uitzonderlijke hardloopprestaties  als 18-jarige werd ze direct met overmacht wereldkampioen op de 800 meter  maar ook vanwege haar opvallende verschijning. Semenya, die later ook goud zou winnen op de Olympische Spelen van 2012 en 2016 en nu tweede staat op de vorige week gelanceerde wereldranglijst voor vrouwelijke atleten, was aanmerkelijk groter en gespierder dan haar concurrenten, en had een bredere kaaklijn. Direct na haar overwinning wierpen tegenstanders en toeschouwers de vraag op of de Zuid-Afrikaanse wel een vrouw was, of in elk geval of het wel eerlijk was dat ze meedeed aan de vrouwencompetitie.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

De Internationale Associatie van Atletiekfederaties (IAAF) zag zich geconfronteerd met een duivels dilemma: ze wilde geen vrouwen uitsluiten op basis van hun genetische eigenschappen, maar tegelijkertijd wilde ze de vrouwensport beschermen. Die is immers in het leven geroepen om vrouwen – gezien de fysieke verschillen met mannen – een eerlijke kans te geven om te winnen. Waar in principe iedereen mag meedoen bij de mannen, zijn voor de vrouwencompetitie bepaalde kenmerken vereist.

In het verleden werden er allerlei methodes gehanteerd om die kenmerken te bepalen, waar zowel ethisch als biologisch de nodige vraagtekens bij te plaatsen waren. Vanaf de jaren vijftig moesten vrouwen zich ‘naakt voor artsen vertonen’. Een van de eerste vrouwelijke sporters die hiermee te maken kreeg, was de Nederlandse sprinter Foekje Dillema. Zij doorbrak de hegemonie van Fanny Blankers-Koen op de 200 meter, maar weigerde een geslachtstest te ondergaan en werd daarop voor het leven geschorst. Uit dna-onderzoek uitgevoerd na haar dood in 2007, bleek dat bij Dillema sprake was van een intersekseconditie (zie kader). Ze had zowel ‘vrouwelijke’ cellen met twee X-chromosomen als ‘mannelijke’ cellen met XY, schreven onderzoekers van het Erasmus MC in een wetenschappelijke publicatie.

In de jaren tachtig kwam er een test die moest vaststellen of een vrouwelijke sporter twee X-chromosomen had. Echter, er bestaan ook mensen met XY die toch fysiek volledig vrouw zijn omdat ze ongevoelig zijn voor mannelijke hormonen zoals testosteron. Desondanks werd de Spaanse hordenloopster Maria Martínez-Patiño in 1986 uitgesloten van het olympisch team omdat ze beschikte over een Y-chromosoom, zonder dat ze daar enig fysiek voordeel van had.

Intersekse personen

De meest voorkomende intersekseconditie is er een waarbij de persoon, net als de meeste mannen, een X- en een Y-chromosoom heeft. Er worden tijdens de embryonale ontwikkeling wel teelballen aangelegd, maar door een genetisch defect reageert het lichaam niet op het testosteron dat die vervolgens beginnen te produceren. Hierdoor dalen de teelballen niet in en vormt zich geen penis maar een vagina, waardoor de persoon in de meeste gevallen als meisje ter wereld komt en opgroeit. Wanneer tijdens de puberteit de teelballen wederom testosteron beginnen te produceren, reageert het lichaam wel op het hormoon en ontstaan er mannelijke karakteristieken zoals een grotere spiermassa.

Hardloopster Foekje Dillema aan de start van een sprintwedstrijd in het Olympisch Stadion te Amsterdam. Na het weigeren van een geslachtstest werd zij voor het leven geschorst. Beeld Hollandse Hoogte / Spaarnestad P

Naar aanleiding van de commotie over haar WK-winst onderging Caster Semenya in 2009 een uitgebreid medisch onderzoek dat uitsluitsel moest geven over haar geslacht. De uitslag werd niet officieel bekendgemaakt, maar een deel werd wel gelekt naar de pers. De Daily Telegraph meldde dat Semenya een interseksepersoon is, hetgeen haar mannelijke karakteristieken zou verklaren. Haar testosteronconcentratie zou volgens de krant drie keer hoger liggen dan bij de gemiddelde vrouw (wat nog altijd drie keer lager is dan bij de gemiddelde man).

Op zoek naar een oplossing voor de precaire kwestie, riep de IAAF de hulp in van experts om tot een nieuw onderscheidend criterium voor de vrouwensport te komen. Die kwamen uit op testosteron. Dat zou de belangrijkste factor zijn bij het verschil in prestaties tussen mannen en vrouwen, vertelt de Zweedse endocrinoloog Martin Ritzen, die betrokken was bij het advies aan de IAAF. ‘Het hormoon verhoogt het spiervolume en de aanmaak van hemoglobine’, legt hij uit. ‘Daardoor presteren mannen bij individuele sporten zoals atletiek gemiddeld genomen zo’n 10 procent beter. En er is normaal gesproken geen overlap tussen de testosteronwaarden van mannen en vrouwen.’

De IAAF nam het advies over en voerde de nieuwe regel in 2011 in. Sporters zoals Semenya kregen te horen dat ze in de vrouwencompetitie mochten blijven meedoen, mits ze hun testosteron verlaagden tot onder de gestelde grens van 10 nanomol per liter bloed, door hun inwendige teelballen te verwijderen of door een anticonceptiepil te slikken met oestrogeen.

Het besluit was van begin af aan omstreden. Volgens tegenstanders is het testosteronvoordeel vergelijkbaar met het voordeel dat genoten wordt door basketballers die iets langer zijn dan hun tegenstanders, of door marathonlopers uit sommige regio’s in Oost-Afrika die over bepaalde genen beschikken. Ook vinden ze het onterecht dat mannen die extreem veel testosteron aanmaken niet worden uitgesloten. ‘We weten steeds meer over genen die een voordeel bieden in de competitie, bijvoorbeeld door te zorgen voor meer spiergroei of rode bloedlichaampjes’, zegt Hidde Haisma, hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen gespecialiseerd in sport en genetica. ‘Gaan we straks ook een basketbalcompetitie starten voor mensen van onder de twee meter?’

Maar Martin Ritzen is daarover zeer stellig: ‘Hyperandrogeniteit is fundamenteel anders dan andere genetische voordelen’, zegt hij. ‘Die komen voor bij mannen en bij vrouwen en raken niet aan de criteria waarop die worden ingedeeld.’

Laat onverlet dat testosteron op zichzelf niet onomstreden is als onderscheidend criterium. Het verband tussen testosteron en sportprestaties ligt namelijk niet zo simpel, onder meer doordat er variatie bestaat in de gevoeligheid van de spieren voor het hormoon. De ene atlete met een testosteronniveau van 9 nanomol per liter kan een groter voordeel hebben dan de andere met 11, legt endocrinoloog Aart Mudde uit. ‘Je zou dus meer willen weten dan alleen dat testosteron.’

De Zuid-Afrikaanse atlete in 2018 tijdens een persconferentie in Zürich. Beeld Hollandse Hoogte / VI Images (2)

En hoe zit het met transgenders?

De discussie rond Caster Semenya raakt aan die rond sportende transgenders. Kan een man die in transitie gaat naar vrouw vervolgens meedoen aan de vrouwencompetitie? Ook daarvoor hebben het IOC en de IAAF onlangs regels opgesteld. Op dit moment geldt de regel dat transgendervrouwen (die van man naar vrouw in transitie zijn gegaan) een jaar lang een laag (‘vrouwelijk’) testosteron moeten hebben om deel te mogen nemen bij de vrouwen. 

Dat testosteron een twijfelachtige marker is, werd in 2015 bevestigd door het internationale sporttribunaal CAS in een zaak die werd aangespannen door de Indiase 100-meterloopster Dutee Chand. Zij was door de Indiase bond uitgesloten van deelname aan atletiekwedstrijden vanwege een te hoog testosterongehalte. Volgens haar was de regel discriminerend en was er niet aangetoond dat een verhoogd testosteron de prestaties verbetert. De rechters onderstreepten toen het belang van de regel die de vrouwencompetitie mogelijk maakt, en erkenden ook de link tussen testosteron en sportprestaties, maar vonden dat er onvoldoende bewijs was voor de mate waarin die door het hormoon worden bevorderd.

De regel werd voor twee jaar opgeschort en de IAAF-wetenschappers kregen de opdracht bewijs aan te leveren. Dat deden ze vervolgens in een aantal wetenschappelijke artikelen en in april 2018 kondigde de IAAF aan dat de regel in aangepaste vorm opnieuw zou worden ingevoerd: alleen voor de atletiekdisciplines tussen de 400 meter en de mijl – voor andere afstanden ontbrak voorlopig het bewijs. Daar stond tegenover dat de testosteronlimiet volgens de IAAF omlaag kon naar 5 nanomol per liter, omdat 99 procent van de vrouwen daaronder zit.

Deze nieuwe regel vecht Semenya nu aan bij het CAS, dat eigenlijk aankomende week een oordeel zou vellen over de kwestie, maar afgelopen donderdag besloot een maand extra de tijd te nemen omdat zowel de atlete als de IAAF nieuwe bewijsstukken heeft ingebracht.

Semenya wil aan wedstrijden kunnen deelnemen zonder haar natuurlijke testosterongehalte te verlagen – volgens experts zou haar tijd er zo’n 7 seconden langzamer door worden. 

De hardloopster heeft steun uit wetenschappelijke hoek. Drie deskundigen onder leiding van Roger Pielke jr., directeur van het Sports Governance Center aan de Universiteit van Colorado in Boulder, schrijven in The International Sports Law Journal dat de resultaten van het IAAF-testosterononderzoek onbetrouwbaar zijn, onder meer omdat bij de berekeningen ook gegevens zouden zijn gebruikt van sporters die zijn betrapt op doping. Pielke is door de advocaten van Semenya opgeroepen als getuige. Ook het British Medical Journal schaarde zich deze week in een hoofdredactioneel commentaar achter Semenya.

De kwestie gaat niet alleen Caster Semenya aan. Volgens de IAAF is het aandeel hyperandrogene atletes 7 op 1.000, dat is 140 keer hoger dan bij de algemene populatie. Onlangs stonden er naast Semenya twee hardloopsters op het podium van wie ook wordt vermoed dat ze een intersekseconditie hebben.

De uitspraak van het CAS kan implicaties hebben voor veel meer sporten. Het Internationaal Olympisch Comité wil vergelijkbare testosteronregels gaan invoeren voor de Olympische Spelen van 2020.

En de kwestie gaat over meer dan alleen sport, zeker in een tijd waarin steeds openlijker wordt gediscussieerd over genderdiversiteit, en waarin het niet langer taboe is om bezwaar te maken tegen labels als ‘man’ of ‘vrouw’. Vorig jaar zomer werd de IAAF al door Human Rights Watch en een commissie van de Verenigde Naties opgeroepen de testosteronregel af te schaffen, omdat die in strijd zou zijn met de mensenrechten.

Voorstanders van de regel benadrukken dat die de vrouwenrechten juist ondersteunt. Zo ook Joanna Harper, medisch fysicus aan het Sisters of Providence Health System in Portland, Oregon en tevens oud-atleet en transgendervrouw. Zij ondervond aan den lijve wat het remmen van testosteron met sportprestaties kan doen: haar tijden werden 12 procent slechter. Eenzelfde patroon ontdekte ze bij haar onderzoek naar andere transgender-atleten. Harper: ‘Om de vrouwensport te behouden, zul je een criterium moeten stellen en testosteron is het beste wat we hebben.’

Volgens Ellen van Langen, die in 1992 olympisch goud won op de 800 meter, gaat het boven alles over eerlijke competitie, zo verklaarde ze onlangs tegenover de NOS. ‘Ik heb begrip voor de zaak die Semenya heeft aangespannen, maar ik denk toch dat de geloofwaardigheid van de sport hoog in het vaandel moet staan.’

Mocht Semenya in het gelijk worden gesteld, dan zal de IAAF met een nieuw voorstel moeten komen. Eén van de mogelijkheden: het aanvullen van de testosteronwaarde met een spierbiopt om uitsluitsel te geven over de gevoeligheid van het spierweefsel voor het hormoon. Terug naar een indeling op uiterlijke geslachtskenmerken of geslachtschromosomen lijkt geen optie, en wie de door de sporter zelf ervaren genderidentiteit als uitgangspunt wil nemen, negeert de fysieke verschillen die de indeling legitimeren. Een vierde mogelijkheid, geopperd door de IAAF-wetenschappers zelf, is een aparte categorie inrichten voor sporters die niet in de categorie vrouw vallen en niet in de categorie man. Maar die oplossing brengt ook weer allerlei gevoeligheden met zich mee.

De advocaten van Semenya zetten vooral in op de mensenrechtelijke kant van de zaak. In een verklaring van half februari verwoordde ze hun standpunt als volgt: ‘Het gaat om de rechten van vrouwen, die als vrouw worden geboren, opgevoed en gesocialiseerd als vrouwen, die wettelijk erkend zijn als vrouwen voor hun hele leven, die altijd in de vrouwencompetitie zijn uitgekomen en die dat zonder discriminatie zouden moeten kunnen doen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.