Wachten op een toevalstreffer

Eén à twee medailles tijdens een groot, mondiaal toernooi, plus een aantal finaleplaatsen. Dat lijkt het maximaal haalbare voor de Nederlandse atletiek....

ZOMAAR EEN doordeweekse avond op de atletiekbaan van Hellas in Utrecht. Atleten uit diverse disciplines werken hun trainingsschema's af. Marathonloper Luc Krotwaar draait zijn rondjes onder leiding van trainer Rob Veer. Mohammed Baket, de Palestijnse Nederlander, dribbelt op het grasveld. Eric Roeske, middenafstandspecialist, trekt sprintjes, onder het toeziend oog van zijn vriendin, sprintster Jacqueline Poelman.

Een aantal andere sprinters traint op start en snelheid. Van Balkom, de beste van het stel, nationaal recordhouder op de 200 meter, start wat verder naar achteren dan zijn collega. 'Je moet 'm blijven prikkelen', zegt zijn coach Peter Verlooy. Een valse start wordt gestraft met tien maal opdrukken.

Van Balkom studeerde twee jaar geleden af en besloot alles op alles te zetten om topatleet te worden. Een nobel streven, maar voor een Nederlandse sprinter is het vaak kwaad kersen eten temidden van het geweld uit de VS, het Caribisch gebied, West-Afrika en sinds kort - weer - Engeland.

Maar angst voor de concurrentie uit het buitenland heeft Van Balkom niet. Wat Patrick Stevens in België kan, kan ik ook, wat de Brit Alan Wells tijdens de Spelen van 1980 kon (goud), kan ik óók bereiken, luidt zijn credo.

Eric Roeske, die in zijn lange carrière de stap naar fulltime-sport nooit durfde te wagen ('Ik was ook niet goed genoeg'), spreekt zijn waardering uit voor atleten als Van Balkom. 'Het blijft een enorme gok. Julien Hagen staat momenteel voor die keuze. Hij komt uit op de 400 meter, mondiaal een zwaar nummer met zeer veel concurrentie. Maar als je de stap waagt, en het lukt niet, dan kun je achteraf wel zeggen dat je er alles aan hebt gedaan.'

Steeds meer Nederlandse atleten kunnen hun sport op een redelijke wijze professioneel bedrijven. De een kiest bewust voor een studie naast het bestaan van topsporter, de ander verkiest, ter afwisseling, nog een halve baan, een derde, geeft, net als Van Balkom, de voorkeur aan volledig professionalisme.

Het net geïntroduceerde atletensalaris, financiële bijdragen van sponsors en NOCNSF maken het bestaan draaglijk voor Nederlandse toppers. Maar ze worden wel gecoacht door trainers van wie het merendeel niet of nauwelijks van de sport kan leven. 'Ik ben de beperkende factor in de carrière van Patrick, laat ik het zo maar vriendelijk zeggen', zegt Verlooy, die een bestaan in het onderwijs poogt te combineren met het begeleiden van een aantal sporters.

Wanneer Verlooy 's winters mee wil op broodnodige trainingsstages naar plekken onder de zon, dan neemt hij onbetaald verlof. 'De atleten betalen in dat geval mijn verblijf.' Roeske: 'Zo'n vijfhonderd gulden de man, boven op onze eigen reiskosten natuurlijk.'

Ze worden liefdevol 'idioten' genoemd, de trainers die 'soms leven van een korst brood', atleten bijstaan op weg naar de top. Mensen als Johan Voogd en Ton Eijkenboom in Apeldoorn, Vince de Lange in Assen, Peter Verlooy en Rob Veer in Utrecht, Ronald Klomp in Noord-Brabant, Haico Scharn in Arnhem, Theo Joosten in Nijmegen en Gerard Lenting in de Randstad . Een aantal heeft gekozen voor een al dan niet sappelend fulltime bestaan in de topsport, anderen combineren het trainersvak met een vaste baan.

Johan Voogd, coach van Gert-Jan Liefers, nam eerder dit jaar ontslag bij de Luchtmacht. 'Ik heb altijd fulltime coach willen zijn. Ik heb daarnaast een loopschool, waarmee ik bedrijven van dienst wil zijn. Ik heb van de Luchtmacht een afvloeiingsregeling gekregen, maar ik moet eind volgend jaar weer solliciteren. Of die loopschool moet dan een minimuminkomen garanderen.'

Voogd vond het 'een verschrikkelijk probleem' dat hij zijn sporters niet continu kon bijstaan. 'Je moet er toch altijd bij zijn. Je kunt een atleet niet in zijn eentje harde tempo's laten maken. Een atleet die alleen traint kan ook veel sneller overtraind en dus geblesseerd raken.'

Verlooy: 'Onze status is droevig. Ik ben ervan overtuigd, dat als je meer in je trainers investeert, je ook betere atleten krijgt. Ik zou bij elke training willen zijn, dan kun je het proces veel meer sturen. Nu kan ik dat niet.' Verlooy kreeg vorig jaar van atletiekunie KNAU ongeveer duizend gulden overgemaakt, omdat Patrick van Balkom in de Sydney-selectie was opgenomen.

'Daar kun je om lachen, maar dat doe ik niet. Het vertegenwoordigt toch een bepaalde manier van denken die positief is, het probleem wordt door de bond onderkend. Het is jammer dat de KNAU maar beperkte middelen heeft. De volgende stap is natuurlijk dat het bedrag groter wordt.'

HAICO SCHARN, trainer bij Ciko'66: 'Ik zie jonge trainers na een paar jaar al weer afhaken, omdat er niks tegenover staat op het financiële vlak.' Hij trekt een parallel met het Nederlandse zwemmen: 'Het zwemmen doet het nu goed, daar gaat een half miljoen heen. De atletiek krijgt in Nederland nog geen ton van NOCNSF.

'Bij het zwemmen begon het een paar jaar terug met talenten en enthousiaste trainers, daaruit is iets moois gegroeid. Bij de atletiek was en is daar ook sprake van, maar de olympische medaillekansen zijn kleiner. Het geld gaat naar sporten waarmee volgend jaar in Sydney geoogst kan worden. Het probleem van de atletiek is dat dat de sport mondiaal zo groot is. Een à twee atletiekmedailles plus nog wat finaleplaatsen op een groot toernooi is voor de Nederlandse top al een geweldige prestatie.'

Voogd weet dat Spaanse top-atleten ter ondersteuning 75 duizend gulden van hun bond krijgen, hun coaches ontvangen ongeveer de helft van dat bedrag. 'In dit soort landen praat je pas over een gedegen topsportbeleid. Ik kreeg vorig jaar honderd gulden per maand voor het begeleiden van Gert-Jan Liefers. Het is natuurlijk terecht dat de atletiekunie het meeste geld in de atleten investeert, maar er zou ook iets meer voor de coaches moeten worden gedaan.'

Een atleet valt na een aantal jaren weg, de coach blijft, kan voor de continuïteit zorgen. 'Als de atleet afscheid neemt, is vaak ook de coach verdwenen', zegt Voogd. 'Het zou geweldig zijn als een topsporter talenten om zich heen formeert, net als Richard Krajicek doet. Compleet met eigen trainer en fysiotherapeut. Waarom zou er eigenlijk geen Team-Korving kunnen ontstaan?'

Henk Kraaijenhof kan wel van de sport leven. Hij werkt een paar weken per jaar voor de voetbalclub Juventus ('ik geef consultancy's'), schrijft columns en boeken, houdt lezingen en traint een aantal buitenlandse atleten, van wie de Arubaan Miguel Jansen en Bermudaan Troy Douglas inmiddels de Nederlandse nationaliteit bezitten.

'Ik word er niet echt rijk van, maar zonder auto en mobiele telefoon kom je ook ver, hoor. Ik heb er voor gekozen om in Nederland te blijven wonen, maar ik train geen Nederlandse atleten. Daarmee voorkom ik gezeur met de bond. Als trainer van Nelli Cooman heb ik genoeg ellende met de KNAU beleefd.

'Ja, Miguel Jansen en Troy Douglas zijn Nederlander geworden, al heeft Troy misschien wel weer spijt van die stap. Hij heeft nu ook last van dat typisch-Nederlandse gezeur. De recente perikelen met de estafetteploeg zijn hem niet in de kouwe kleren gaan zitten.'

'Ik heb het al eerder gezegd, topatletiek in Nederland is als de korenwolf, een uitstervende diersoort', meent Kraaijenhof, die nooit te beroerd is om een stevige steen in de vaderlandse atletiekvijver te werpen. 'Met de tijden die ik zelf jaren geleden liep, zou ik zelfs nu nog aardig kunnen meekomen. Sterker nog, de tijden van Fanny Blankers-Koen uit de jaren veertig, zijn nog niet eens zo slecht.'

'Het leven is een golfbeweging, en we gaan nu weer een beetje omhoog', zegt Voogd. 'In zijn algemeenheid vind ik dat het niet geweldig gaat met de Nederlandse atletiek', zegt Has van Cuijk, coach van het Seven Hills Running Team. 'Het is niet veel, en de paar toppers die er wel zijn, zitten daar niet dankzij de KNAU', zegt Erik de Bruin, voormalig discuswerper en bondscoach.

EEN eenduidig antwoord over de status van de Nederlandse atletiek valt niet te beluisteren. Niemand zal beweren dat het reuzegoed gaat, een enkeling vindt dat het erg slecht gaat, een meerderheid meent dat de donkerste jaren inmiddels wel voorbij zijn. Alhoewel: 'Bij de vrouwen, na de gouden jaren van Nelli Cooman, Elly van Hulst en Ellen van Langen, zie je nauwelijks enige vooruitgang', zegt Van Cuijk.

Voogd: 'We staan internationaal op de zijlijn; niet er achter en niet midden op het veld. Nee, we staan óp de zijlijn. Want ik zie toch wel aardige dingen. De meerkampers, met voorop Chiel Warners, zijn leuk bezig. Robin Korving is van wereldklasse, Kamiel Maase staat op het punt van doorbreken, Marko Koers komt terug.'

Over de kwaliteiten van hordenloper Robin Korving (drie, vier jaar geleden nog door velen verguisd) is iedereen het eens. 'Robin heeft de juiste, blufferige instelling die bij dit niveau hoort', zegt Kraaijenhof. 'Hij heeft alles wat een goede sprinter kenmerkt, hij bezit de mentale hardheid. Maar wacht nog even, hij heeft pas één seizoen op dit niveau achter de rug. En het grote werk moet nog komen.'

Schaarse toppers als Korving zullen altijd in Nederland opstaan. Kraaijenhof: 'Zij zijn het product van de befaamde koppeltjes trainer-atleet, zoals je die altijd in de Nederlandse atletiek vindt. Ik had dat met Nelli Cooman, Elly van Hulst trainde met Theo Kersten, Korving heeft het met Ineke Bonsen. Ze komen tot wasdom buiten het systeem om.'

De Bruin: 'Die koppeltjes worden gevormd door enthousiaste, onderbetaalde trainers die talenten op sleeptouw nemen. Vanuit de KNAU wordt niks gedaan, daar zitten mensen die geen atletiekhart hebben, die niet weten wat zweten is. Maar talent zal er altijd zijn, ondanks de bond.'

Atletiek in Nederland, dat is een hele rustige wereld, zegt Kraaijenhof. 'En dat moet vooral ook zo blijven. Het is een wereld vol Simon Vroemens en Marcel Larossen. Beschaafde jongens - hoe rustiger, hoe beter. Zoals ook het bondsbureau van de KNAU in Nieuwegein zelf altijd keurig op orde is, de nietjes zitten altijd in de nietmachine, het ontbreekt nooit aan papier in het kopieerapparaat. Maar winnaars komen er niet vandaan.'

Ex-tienkamper Robert de Wit: 'Het beleid van de KNAU? Wélk beleid? Toppers in Nederland blijven toevalstreffers . Er moeten meer oud-atleten worden ingezet bij KNAU-taken. Oud-toppers worden nu afgedankt.'

Kraaijenhof: 'Wat een prachtige ambassadrice zou Nelli Cooman niet kunnen zijn? Laat haar scholen bezoeken, om de jeugd te enthousiasmeren. Maar de bond doet er niks mee.'

Op internationale jeugd- en juniorentoernooien doen Nederlandse jongeren het redelijk goed. Of niet? De Bruin: 'Zo'n jeugdkampioenschap stelt niks voor. Het is hoogstens aardig om er wat ervaring op te doen, maar verder moet je je daar als atleet niet teveel op focussen. Ook de kampioen van Nederland moet snel weer met beide pootjes op de grond worden gezet. Want het stelt niks voor.'

'Het is hier te snel al goed', zegt Haico Scharn. 'Nationaal toppers, internationaal nobodies, daar is de Nederlandse atletiek toch grotendeels mee samengevat, laten we wel zijn', zegt Peter Verlooy. Van Cuijk: 'Misschien is er nationaal wel te weinig concurrentie voor onze atleten.'

Verlooy: 'We zwemmen niet in het talent. We verkeren niet in de omstandigheden dat we aan een boom kunnen schudden, waarna er, ik zeg het oneerbiedig, tien negertjes uitvallen die allemaal binnen 10,50 op de 100 meter kunnen lopen. Het eenzame talent dat bij ons uit de boom valt, moet je koesteren, daar mag je geen fouten mee maken.'

De Bruin: 'Talenten zullen er altijd zijn, maar de vraag is: vind je ze? Het DDR-systeem deugde natuurlijk niet, maar de talenten kwamen wel bovendrijven. In Australië bestaat ook een sport-selectiebeleid op de scholen. Ze kijken naar de lichaamsbouw, naar de samenstelling van de spieren. Op basis daarvan krijgt de jeugd advies: je móet niets, het blijft een vrije keuze, maar talenten glippen er zo minder snel doorheen.'

Haico Scharn: 'De jeugd in Nederland kampt met een grote bewegingsarmoede, die deels voortkomt uit het basisonderwijs, dat het zonder vakleerkrachten moet doen. Maar talent zal er altijd zijn. Ik was laatst in Rotterdam, gaf wat proeftrainingen. Daar was een Surinaamse jongen bij met een enorme sprongkracht. Ik ben er voor bijna honderd procent zeker van dat die bij het hink-stapspringen tot minimaal 16 meter zou zijn gekomen. Maar hoe winnen we zo'n jongen voor de atletiek? Hij gaat liever basketballen.'

Scharn vertelt van het Marokkaanse junioren-atletiekbeleid. 'Daar rijdt een caravan met sportmedici door de bergen en langs de dorpen, op zoek naar talent. Ze laten schoolkinderen tussen twaalf en zestien jaar een korte sprint maken en wat sprongen doen. Zo stellen ze profielen op van jeugdige talenten. Ze kunnen, als ze willen, gaan trainen op regionale sportcentra.'

De Nederlandse atletiek, ach, op sommige fronten hoeft er niet geklaagd te worden: Robin Korving, de meerkampers, Gert-Jan Liefers, Corrie de Bruin, Lieja Koeman, Greg van Hest, Kamiel Maase en Marko Koers. Op nationaal niveau onnavolgbaar. Maar buiten de landsgrenzen?

Koers en Maase deden tijdens de recente wedstrijden om de Gouden Spike een dappere poging een bijna 25 jaar oud nationaal record op de 3000 meter uit de boeken te lopen. Maase eindigde exact een seconde boven de tijd van 7.44,4 die Jos Hermens in 1974 op de klok zette. Koers eindigde daar niet ver achter. Er ontstond lichte euforie bij pers en publiek in Leiden over deze bijna geslaagde poging.

De bijna jubilerende recordhouder Hermens relativeert: 'Kamiel en Marko zijn prima atleten, aan wie we nog veel plezier aan zullen beleven, laat ik dat vooropstellen, maar ik liep die recordtijd indertijd wel twee dagen na een zware tien kilometer-wedstrijd.'

Bovendien: 'Wat zegt die 7,44 internationaal nou helemaal? Haile Gebreselassie gaat woensdag in Oslo tijdens de Golden League een poging doen om het wereldrecord op de 5000 meter te breken. Hij wil op de 3000 meter op 7.35 doorkomen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden