AnalyseFrenkie de Jong

Waarom scoort Frenkie de Jong toch zo weinig (en hoe kan het beter)?

Frenkie de Jong dribbelt en drijft, hij draait weg en opent, hij passt, tackelt en kopt, maar hij schiet en scoort vrijwel nooit. Hoe kan dat? En hoe kan het beter?

Frenkie de Jong speelde met flair tijdens de wedstrijd tegen Polen en was belangrijk bij de enige goal, Grzegorz Krychowiak probeert hem op te vangen.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Het is een ogenschijnlijk mooie samenloop van ideale omstandigheden. De nauwelijks schietende topvoetballer Frenkie de Jong (23) is bij Barcelona onder de hoede gekomen van een geducht schutter van weleer, trainer Ronald Koeman. Die symbiose van kennis en kwaliteit zou hem tot een betere schutter kunnen maken. Toch?

Kijken en luisteren naar de meester. Vaker schieten. Meer doelpunten maken. Die aspecten staan ook op het verlanglijstje van De Jong, al geldt dat meer voor scoren dan voor schieten. Hij kent ook die ene uitspraak van Johan Cruijff: je moet schieten, anders kun je niet scoren. Het is een kwestie van trainen, van doen, van wil, van begeerte naar een doelpunt. En het is mooi om te zien hoe hij zaterdag, in de slotfase van het duel met Betis Sevilla (5-2), steeds meer naar voren trekt. Hij wil een doelpuntje meepikken.

Ronald Koeman onderschrijft de stelling, dat training op de kunst van het schieten en scoren resultaat zal opleveren. Koeman: ‘Meer afwerkvormen trainen. Frenkie in deze situaties brengen tijdens trainingen. Dat is momenteel alleen niet gemakkelijk vanwege de vele wedstrijden.’ 

Trainen is vaak een kwestie van onderhouden, nu de ene wedstrijd de andere in recordtempo opvolgt. Koeman heeft De Jong daarbij weer voor tien dagen losgelaten, nu de selectie van het Nederlands elftal maandag bij elkaar komt voor interlands tegen Spanje (oefenduel, woensdag), Bosnië (thuis) en Polen (uit), de laatste twee voor de Nations League. Bij Oranje treft hij ook een aardige schutter als trainer, Frank de Boer.

Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Schoten

Het is nochtans opvallend. In 48 wedstrijden voor Barcelona, in 3.758 minuten spel, schoot Frenkie de Jong slechts zeven keer (cijfers Opta), waarvan vijf maal op doel, met twee doelpunten als resultaat. Van die schoten waren er zes van binnen het strafschopgebied, slechts eentje van daarbuiten. Hij schiet het minst van alle spelers bij Barcelona, waar dus een hoog slagingspercentage tegenover staat. 

Hij is als een schutter die weet dat de strijd langdurig zal zijn, die bang is om kogels te verspillen, die liever de scherpschutter naast hem bedient of, wat nog vaker gebeurt: hij is degene die de munitie uit de kist pakt en doorgeeft aan de assistent van de scherpschutter. De zogenoemde voorassist is zijn ding. Zaterdag ook. Hij voetbalt uitstekend tegen Betis en geeft de pass aan de man met de assist bij 1-0 en 2-1.

‘Natuurlijk praten wij over meer doelpunten maken’, zegt Ali Dursun, de zaakwaarnemer van De Jong. ‘Anderzijds is Frenkie meer iemand voor de laatste pass, voor de steekbal, de mooie boogbal, voor tiki taka en de voorassist. Hij heeft nu eenmaal dat adelaarsoog. Hij kijkt naar opties en beslist wat hij zal doen. Ik denk soms zelfs dat hij liever de assist geeft dan dat hij een goal maakt. Hij is ook geen man van de sliding. Als hij een sliding maakt, heeft hij de bal ook.’

Maar toch, doelpunten en assists staan mooi op het cv van een voetballer, zelfs voor de prof die geen aanvaller is. De Jong analyseerde onlangs zijn eerste seizoen bij Barcelona en beloonde zichzelf met het cijfer 5,5 tot 6 in dagblad Trouw. Te vlak, al met al, was hij zelfkritisch. Vorig seizoen was hij vaak linkshalf, terwijl hij het liefst de eerste middenvelder is in de opbouw, zodat hij ook ruimte krijgt voor zijn dribbels. Vanaf links, dat dan wel, of vanuit het centrum. Zaterdag was hij bijna overal. In vorige wedstrijden was hij zelfs geregeld centrale verdediger. Maar goed, dat was Koeman vroeger ook, en die schoot op doel zodra hij de kans had.

Familie en vrienden hebben al zo vaak tegen hem gezegd: schiet nou eens vaker, Frenkie. In Trouw: ‘Ik kom regelmatig in de positie om te schieten. Alleen: ik doe het niet. Ik hou er eerlijk gezegd ook niet van om zomaar te schieten. Ik heb ook niet zo’n uitzonderlijk schot dat ik van 30 meter op doel ga schieten.’

Tennisbal

De Jong schiet vaak met de binnenkant van de wreef, geplaatst. Het heeft niet zoveel zin om dat van grote afstand te doen. Als kind heeft hij veel met een tennisbal gevoetbald, om zijn techniek te verbeteren. Een tennisbal leent zich alleen minder voor het schot. Toch schoot hij best veel als jongen. Bilal Ould-Chikh, aanvaller van ADO Den Haag, voormalig teamgenoot van De Jong in de jeugd bij Willem II en in nationale jeugdteams: ‘Ik ben ook wel verbaasd over de huidige situatie. Vroeger schoot hij veel meer en nam hij veel vrije trappen. Hij kon het ook goed. Nu zit ik soms naar een wedstrijd van hem te kijken, dan dribbelt hij door het midden en denk ik: schiet toch Frenkie.’

Wie beelden van de spaarzame goals van De Jong bekijkt, ziet vooral doelpunten na combinaties. Vrijwel geen schoten. Het mooist is een schot met links tegen Den Bosch, met Jong Ajax, maar die wedstrijd is van 27 januari 2017, bijna vier jaar geleden. Plus dan een schuiver van achttien meter tegen PEC Zwolle, in het jaar van het kampioenschap. Twee man op het verkeerde been gezet, naar binnen trekken, geplaatst schieten, over de grond, binnenkant wreef, precies in het hoekje.

Bij Barcelona heeft hij pas twee keer gescoord, waarvan één schitterend doelpunt tegen Betis, vorig seizoen. Met de buitenkant van de voet opent hij op rechts, naar Messi. Hij loopt door, neemt Messi’s perfecte pass aan en rondt van dichtbij af. De Jong gaf een paar geweldige assists. Voor de eerste goal van Ansu Fati bijvoorbeeld, of voor de legendarische hakbal van Luis Suarez tegen Mallorca. Maar het is nog aan de karige kant, al zijn er tientallen filmpjes te vinden van zijn sierlijke ‘skills’. Wegdraaien van tegenstanders, diepte zoeken.

Frenkie de Jong draait weg bij Mateusz Klich met zijn mooie techniek.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Zijn scorend vermogen moet groeien. Zijn cijfers van goals en assists zijn nochtans lager dan bij Ajax of bij Oranje. Dat moet ook gewenning zijn, groei. Gery Vink, die De Jong een tijdje trainde bij de A-jeugd van Ajax, kon destijds het middenveld Abdelhak Nouri, Frenkie de Jong en Donny van de Beek opstellen. 

Hij zegt: ‘Frenkie had als bescheiden jongen van Willem II eventjes moeite met de de hardheid van de kleedkamer in Amsterdam. Hij kwam uit een bescheiden omgeving en moest eerst zijn plaatsje veroveren. Dat proces verliep snel en goed, mede door zijn exceptionele kwaliteiten. Hij leerde snel, mede omdat de bal aan zijn voet kleefde. Vanuit dat balgevoel zal hij ook bij Barcelona vaker gaan schieten, als hij meer rust krijgt in de eindfase. Alles heeft tijd nodig. Het is nu al bijzonder wat hij doet, vrijwel altijd in de basis staan van Barcelona. Daarna is het tijd om volgende stappen te zetten, want de techniek van het schieten is goed trainbaar.’

Ronald Koeman weet wat hem en De Jong te doen staat: ‘Oefenen op de wreeftrap. Hij heeft aangeleerd om veel met de binnenkant van de wreef te passen.’ Wim Jonk, trainer van Volendam, specialist in techniek, bekwaam schutter in zijn tijd als prof: ‘Een afstandsschot is altijd te verbeteren. Ik kijk of een speler in balans is bij het afwerken. Komt het schot na een dribbel of een kaats, of vanuit een bepaalde hoek? Wanneer gebruik ik de binnenkant, de wreef of de buitenkant van de voet? Kan ik vanuit verschillende hoeken de juiste richting en versnelling meegeven aan de bal? Het is een kwestie van veel doen, zodat er steeds meer gevoel in komt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden