Vijf vragen Over de kunst van het mountainbiken

Waarom mountainbiker Mathieu van der Poel dit beslist niet wil laten liggen

Mathieu van der Poel is als mountainbiker op weg naar zijn derde nationale titel na de NK veldrijden en de NK op de weg. Beeld Arie Kievit / ANP

Alleskunner Mathieu van der Poel stapt zondag in het Zuid-Duitse Albstadt op de mountainbike, na het veld en de weg zijn derde wielertalent. Mocht hij tijdens de wereldbekerkoers bij de eerste zes finishen, dan is hij geplaatst voor de Spelen van Tokio. Zijn ambitie: Olympisch goud.

Wat bezielt Mathieu van der Poel om zich na zijn succes op de weg (zege Amstel Gold Race) en in het veld (wereldkampioen) op het mountainbiken te storten?

Het biedt hem uitzicht op een olympische medaille, volgend jaar in Tokio. Hij heeft het afgelopen seizoen al bewezen met de wereldtop mee te kunnen. Op het WK greep hij het brons. Veldrijden is geen olympische sport. Op het parcours van de olympische wegwedstrijd heeft hij waarschijnlijk weinig te zoeken. Dat lijkt met bijna 5.000 hoogtemeters meer geschikt voor de klimgeiten in het peloton.

Volgens Bart Brentjens (50), de olympisch kampioen uit 1996, maakt Van der Poel een goede kans op een olympische medaille. Hij begint zondag in het Zuid-Duitse Albstadt aan zijn vierde wereldbekerseizoen. ‘Hij zat al dichtbij en hij lijkt alleen nog maar sterker te worden.’ De top is zich volgens hem wel aan het verbreden. Naast olympisch en wereldkampioen Nino Schurter uit Zwitserland (zie profiel) noemt hij als concurrenten de Italiaan Gerhard Kerschbaumer, de Zwitser Mathias ­Flückiger en de Nieuw-Zeelander Sam Gaze.

Wat ook telt, is dat Van der Poel het fietsen op ongebaande paden nu eenmaal leuk vindt. Tegen het Vlaamse Sporza zei hij eind april, een week na zijn zege in de Amstel Gold: ‘Qua plezier staan mountainbiken en veldrijden voor mij nog altijd hoger dan de weg.’ Hij vindt het decor ook mooier. Wereldbekerwedstrijden zijn onder meer in het Tsjechische Reuzengebergte, de Franse Alpen, de Italiaanse Dolomieten, Andorra en de VS. Het WK is in Canada. Het is weer eens wat anders dan het vlakke land, het Vlaamse land.

Wat zijn de verschillen tussen mountainbiken en veldrijden?

De wedstrijden in de cross-country, de olympische discipline die Van der Poel rijdt, duren langer, anderhalf uur in plaats van één uur in het veld. Het ­traject varieert in lengte van 3,8 tot 4,2 kilometer. Afhankelijk van de zwaarte worden er zes of zeven ronden afgelegd. De ondergrond verschilt: ­rotsiger en steniger dan het zand, de modder en het grasland van de vooral Vlaamse veldrijdlocaties. De klimmen zijn langer. Mountainbikers zijn op de parcoursen in het buitenland drie tot vier minuten bezig, veldrijders zijn meestal in hooguit 30 seconden boven.

Als de natuur het de renners niet te lastig maakt, zetten de parcoursbouwers een tandje bij. Ze leggen rotstuinen aan, vlijen boomstammen neer, trekken een steile wand op of timmeren een smal pad van planken, een zogeheten north shore. De circuits in de ­Ardennen en de Alpenlanden vergen acrobatie. Renners denderen naar ­beneden of klauteren omhoog over rotsen, losliggend gesteente en boomwortels verspreid als bloedvatenstelsels.

De kunstmatige ingrepen – al lang een vertrouwd patroon in het veldrijden – zijn iets van de laatste jaren, zegt Bart Brentjens. ‘Tv-registratie vraagt om meer spektakel.’ Tijd en traject zijn ook korter geworden. ‘Ik herinner me dat ik 2,5 uur reed en ronden van 10 kilometer.’

Een extra ingrediënt voor het vermaak is de introductie afgelopen seizoen van de zogeheten short race, één of twee dagen voor de Worldcup. De 40 bestgeplaatste renners in de UCI-ranking rijden korte rondjes gedurende 20 minuten. De uitslag bepaalt de startvolgorde voor de wedstrijd op zondag. Dat telt, beklemtoont Brentjens. Inhalen op de veelal smalle paden, single tracks, is niet eenvoudig. Daarbij komt nog dat het aantal deelnemers veel groter is: zo’n 150 renners in plaats van de tientallen die elkaar in het veld bestrijden.

Stelt het mountainbiken in Nederland wat voor?

De populariteit van de dikkebandenfiets is in Nederland vooral zichtbaar op ­recreatieniveau. Duizenden mountainbikers zoeken in de weekeinden bos, hei en duin op. Krachtmetingen zijn er ook. De KNWU-kalender meldt in de zomer vijf tot tien wedstrijden per maand. De Bart Brentjens Challenge in Zuid-Limburg trekt tweeduizend deelnemers.

Er in Nederland je brood mee verdienen is niet zo eenvoudig. Brentjens, in Albstadt van de partij met zijn CST Sandd Bafang MTB Racing Team, schat dat er hooguit tien sporters op professioneel niveau actief zijn. Hij heeft de talenten Anne Tauber (23) en David Nordemann (21) onder zijn vleugels. Tauber reed vorig jaar geregeld toptien in de wereldbekers, Nordemann haalde bij de beloften brons op de afgelopen WK. Ook Anne Terpstra (28) is tijdens internationale wedstrijden geregeld voorin te ­vinden.

Brentjens hamert erop dat die prestaties niet mogen worden onderschat. Mountainbiken is volgens hem in tegenstelling tot het veldrijden een mondiale sport, met deelnemers uit Europa, Zuid-Afrika, Zuid-Amerika, de Verenigde ­Staten en Australië. Op UCI Worldcups komen soms tienduizenden toeschouwers af.

Volgens hem is het nadeel van een ­afkomst uit het vlakke land intussen betrekkelijk aan het worden. Nederlandse mountainbikers met ambitie kunnen ook terecht in speciale parken op Papendal, Watersley in Sittard en bij Zaltbommel. Voorbereidende trainingen in landen als Spanje of Zuid-Afrika behoren tot de mogelijkheden.

Mathieu van der Poel in actie op het cross-country mountainbiken op de Cathkin Braes Mountain Bike Trails tijdens het EK 2018. Beeld ANP

Waarom horen we zo weinig over deze fietsdiscipline?

Brentjens snapt het wel. ‘Je hebt nu eenmaal aansprekende resultaten uit eigen land nodig. Dan komen ze pas, de kranten, de tv.’ Er zijn wel gespecialiseerde tijdschriften en sites. Zo verzorgt Brentjens voor het online te volgen Red Bull TV geregeld het co-commentaar bij de wedstrijden. De uitzendingen trekken bijvoorbeeld in Brazilië alleen al een half miljoen kijkers. Ziggo Sport Select ­programmeert dit weekeinde de wedstrijden in Albstadt.

Is de mountainbike zelf aan het veranderen?

Aan de brede banden valt natuurlijk niet te tornen. Op lage druk bieden die meer grip en comfort. De omvang is nogal eens voer voor discussie. Waar de eerste mountainbikes met 26 inch wielen ­waren uitgerust, is vrijwel iedereen ­overgeschakeld op 29 inch. Dat zou het nemen van obstakels vergemakkelijken. Er is nog een variant met de gulden ­middenweg: 27,5 inch.

De komst van de grotere wielen leidde ook tot het uitdunnen van het aantal ­kettingbladen aan de voorkant – het ­buitenste tandwiel werd overbodig. Vroeger waren er steevast drie, nu kan worden volstaan met één. Dat levert ­gewichtsbesparing op en minder kans op pech. De bladen achter zijn in maximale grootte gegroeid: 50 tanden behoort tot de mogelijkheden, als het loodrecht omhoog gaat.

Schijfremmen en frames van carbon zijn al lang gemeengoed. De vering kan verschillen. De hardtail heeft alleen demping op de voorvork, de fully voor en achter. De vering is uit te schakelen. Dat kan van pas komen bij het klimmen en het sprinten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden