Waarom Kramer wéér het WK allround gaat winnen

Sven Kramer (30) wint zondag bij de WK allround zijn negende titel. Saai? Misschien, maar Kramer op zijn best is ook een sieraad voor de sport. De rest kan voorlopig niet beter.

2016, Sven Kramer voor de achtste keer wereldkampioen Beeld anp

'Bij de vrouwen gaat het nog een strijd worden. Maar wie gaat tweede worden bij de mannen?' Die vraag stelt Rintje Ritsma een dag voor de WK allround. De winnaar staat voor iedereen vast. Sven Kramer heeft tien wereldkampioenschappen allround gereden en er acht gewonnen: in 2006 verloor hij voor het laatst. Niemand twijfelt eraan dat hij dit weekeinde in Hamar zijn negende wereldtitel zal pakken. Zo'n zegereeks werpt de vraag op: staat de ontwikkeling in het allrounden stil?

'Ik dacht al: ik moet me weer een weekeindje verdedigen tegenover jullie', reageert Kramer als het niveau van zijn lievelingsdiscipline bij de persconferentie ter tafel komt. Het voelt als een miskenning van zijn talent en alle jaren energie en training die hij in het allrounden heeft gestoken. 'Het lijkt alsof het me gemakkelijk afgaat ten opzichte van de rest, maar zo is het natuurlijk niet.'

Ook zijn coach, Jac Orie, vindt dat Kramers dominantie niet als teken van een gebrek aan niveau bij de anderen gezien mag worden. De gedachte dat veel winnen op weinig tegenstand duidt, ergert hem. 'Als we te weinig winnen is het niet goed. Dan zijn we teleurgesteld omdat we een schaatsland zijn, omdat het onze volkscultuur is. En als we te veel winnen zouden we het schaatsen kapot maken. Je doet het niet gauw goed.'

Kramer en zijn coach hebben in de discussie over het niveau van het allrounden de statistieken aan hun kant. Er zijn niet minder schaatsers gaan allrounden: het aantal mannen dat wereldwijd minimaal een grote vierkamp volbrengt schommelt volgens statistische website Speedskatingnews al tien jaar rond de 250.

Wie de WK-klassementen sinds de eeuwwisseling naast elkaar legt, ziet een duidelijke trend: de toppers rijden steeds harder. Niet alleen de winnaars, maar ook de rijders daarachter. En dat terwijl de individuele, olympische afstanden belangrijker worden gevonden en de WK allround door de WK afstanden naar de rand van de winter is gedrukt.

Die vooruitgang in prestaties is volgens Orie niet alleen toe te schrijven aan sneller ijs, betere ijsbanen of geavanceerder materiaal.

Negen is goed, veertien is beter

Weinig sporters domineren een discipline zoals Sven Kramer, maar ook andere topsporters zijn soms jarenlang onverslaanbaar. Rafael Nadal heeft Roland Garros negen keer gewonnen, Usain won zevenmaal op rij de 200 meter (bij WK's en de Spelen). Het getal van zeven duikt vaker op: Michael Schumacher was zevenmaal de beste in de Formule 1, Lance Armstrong in de Tour (tot zijn dopingzaak) en Roger Federer op Wimbledon. Het is weinig vergeleken bij darter Phil Taylor, die veertien wereldtitels vergaarde.

De grootste stap voorwaarts zetten Chad Hedrick en Shani Davis in de jaren 2004, 2005 en 2006. Zij zorgden met hun sterke 500 en 1.500 meters voor een nieuwe standaard in het allrounden. Volgens Orie maakten zij de discipline meer allround dan het daarvoor was geweest. 'Voorheen kon ook een man als Piet Kleine wereldkampioen worden en die reed een seconde langzamer dan de rest van het veld op de 500 meter. Nu zijn het jongens die snelheid met duur combineren. Dat zijn dus echte allrounders. Je kan niet meer via één kant winnen.'

De twee kortere afstanden in de klassieke vierkamp wonnen onder invloed van de twee Amerikanen aan belang. De oude garde Nederlandse allrounders had daar aanvankelijk geen antwoord op. Jochem Uytdehaage, wereldkampioen in 2002, ondervond aan den lijve hoe hoog het niveau ineens geworden was. Hij werd in 2005 Europees kampioen, maar op de WK eindigde hij als vijfde. 'Ik weet dat ik zelf ook steeds harder reed, maar dat ik niet meer won.'

Hedrick en Davis

Van de Nederlanders kon alleen Sven Kramer, die als 18-jarige op het WK van 2005 debuteerde met brons, mee in het spoor van Hedrick en Davis. En twee jaar later stoof hij de mannen voorbij en werd hij acht keer wereldkampioen. Slechts twee keer, in 2011 en 2014, kon hij de titel niet veroveren. Beide keren weerhield een blessure hem van deelname.

Hoewel er sinds 2007 niemand in is geslaagd om hem op de WK allround te verslaan, is ook het niveau van zijn concurrenten omhoog gegaan. De verschillen tussen Kramer en de nummers twee en drie is in grote lijnen steeds kleiner geworden. Zeker in de periode na 2010-2011, kroop de concurrentie dichterbij als gevolg van kramers blessure.

De reden daarvoor is de toegenomen concurrentie op de 1.500 en 5.000 meter, sleutelafstanden binnen een allroundtoernooi. Kramer: 'De 5 kilometer is geen stayersafstand meer. Je hebt daar nu snelheid voor nodig.' Het gevolg daarvan is dat 1.500-meterrijders meer kansen hebben op de 5 kilometer. Andersom zijn de 5-kilometerrijders gedwongen zich meer op snelheid toe te leggen. 'Daardoor worden de 1.500 meters van de 5-kilometerrijders ook beter.'

In al die jaren hebben slechts enkele tegenstanders zich laten ontmoedigen door Kramers ogenschijnlijke onoverwinnelijkheid: Shani Davis legde zich na twee wereldtitels allround toe op de sprint en middellange afstand. Anderen hebben zich verbeterd en zijn Kramer steeds meer genaderd. Orie vindt dat niet zo vreemd. 'Er is bijna geen topsporter te vinden die gedemotiveerd raakt van andermans presteren. Een topsporter die het beste uit zijn lichaam wil halen, heeft dat niet zo snel.'

Volgens Orie werkt het eerder motiverend voor anderen. Elke schaatser wil de eerste zijn die Kramer van zijn voetstuk stoot. Hij vergelijkt het met de positie van de Nederlandse sprinters. 'Jaren hebben we daar achter de feiten aangelopen. We hebben nu pas voor het eerst een 500 gewonnen op de WK afstanden.'

2005, Sven Kramer maakt zijn debuut bij het WK allround Beeld Jiri Buller

Håvard Bøkko

Datzelfde gevoel heeft Håvard Bøkko. De Noor, die jarenlang gold als een potentiële titelkandidaat, traint deze weken wel op de ijsbaan in Hamar, maar hij rijdt dit seizoen geen wedstrijden. Hij heeft na een periode vol blessures even vrijaf genomen. 'Als Kramer er niet was geweest, was ik misschien wel drie keer wereldkampioen geweest.'

Toch heeft ook Bøkko (30), die ook tekort kwam in de twee seizoenen dat Kramer bij de WK ontbrak, het allrounden nooit willen opgeven. 'Sven was en is nog steeds een motivatie voor me. Nadat ik in 2008 zilver achter hem won, had ik nog maar één doel: hem verslaan. Ik heb gedaan wat ik kon.'

1 eretitel in het allrounden heeft Sven Kramer niet in zijn bezit. Op de Adelskalender, de wereldranglijst aller tijden voor allrounders, staat hij tweede achter Shani Davis. Bij elkaar opgeteld zijn de persoonlijke records van de Amerikaanse tweevoudig wereldkampioen allrounden (en enkelvoudig wereldkampioen sprint) op de grote vierkamp beter dan die van Kramer.

Hij kent de discussie over Kramers succes in het allrounden en het Nederlands schaatssucces in het algemeen. In Noorwegen is er een vergelijkbaar debat rond het langlaufen. Daar domineren de Noren en rijst de vraag of er niet té veel gewonnen wordt. 'Als er dan eens anderen winnen, dan zijn wij ook blij omdat het goed is voor de sport.'

Voor Orie dient het langlaufen ook als vergelijkingsmateriaal. 'Waarom denk je dat het in Noorwegen zo populair is? Dat komt door het aantal zeges. Die zijn goed voor de sport.' De coach is ervan overtuigd dat zijn sport juist door de successen zo geliefd is bij het publiek. 'Ik heb nog nooit brieven gekregen van mensen omdat ze het vervelend vinden dat we zoveel winnen.'

Maar een beetje saai is het toch wel als er jarenlang één sporter bovenuit steekt? Daar kan Kramer zich niet zoveel bij voorstellen. Als jonge wielerfan keek hij vol bewondering naar Lance Armstrong, die zevenmaal de France na Tour de France won (en de titels vervolgens wegens doping kwijtraakte). 'Fantastisch vond ik dat. Achteraf is dat natuurlijk wel anders geworden, maar op dat moment vond ik het mooi, ja.'

2014, Sven Kramer op de eerste meters van de 1.500, een sleutelafstand bij het allroundschaatsen Beeld Klaas Jan van der Weij

Jochem Uytdehaage

Uytdehaage kijkt er net wat anders tegenaan. De acht titels van Kramer zijn geen probleem. 'Maar je wil wel strijd zien. Mijn grootste teleurstelling is dat Bøkko het nooit gered heeft. En bij Bart Swings, zie je min of meer hetzelfde gebeuren. Ik vind het niet saai als Kramer wint. Zeker niet als hij rijdt zoals op de EK. Maar als hij berekenend gaat rijden dan wordt het wel saai. Al kan je hem dat niet kwalijk nemen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden