Waarom komen bijna alle Olympische schaatsers uit Friesland?

Het geheim achter de successen op het ijs

Nederland is in Zuid-Korea met 29 schaatsers en shorttrackers: elf geboren Friezen en twaalf 'Thialf-Friezen' die in de provincie wonen om hun sport te beoefenen. Hoe nestelde het schaatsen zich in het dna van de (import)Fries?

De Nederlandse ploeg bij de openingsceremonie in Pyeongchang, vrijdagmiddag. Foto anp

'Het schaatsen zit ons Friezen in het bloed', zegt Henk Hospes, trainer van het Friese gewest. 'Dat gaat hier 100, 150 jaar terug in de tijd', vult collega Jan Ykema, de zilveren medaillewinnaar van Calgary (1988), aan.

De olympische schaatsploeg bestaat dit jaar uit 29 schaatsers en shorttrackers. Van die groep die zijn er elf geboren in Friesland. Dat is opmerkelijk veel. Er zijn achttien kunstijsbanen in Nederland. Als die allemaal evenveel toppers zouden afleveren, hadden er hooguit twee Friezen tot de olympische selectie behoord. De ruime vertegenwoordiging komt niet voort uit een exceptioneel hoog aantal Friese wedstrijdschaatsers. In de randstedelijke provincies heeft de schaatsbond veel meer leden dan de 3.705 die Friesland telt.

Wat is de verklaring wel? 'De provincie Friesland heeft verreweg de langste schaatstraditie. Het schaatsen zit in het dna van de Fries. Er is geen andere verklaring voor de concentratie van al dat succes', zegt schaatshistoricus Hedman Bijlsma (een Fries).

Het Friese aandeel van de olympische ploeg is nog groter als de schaatsers en shorttrackers worden meegeteld die voor hun sport naar Heerenveen zijn verhuisd. Dat zijn er nog eens twaalf. 'Thialf-Friezen' noemt bondscoach Geert Kuiper, een geboren Fries, deze groep. 'Je hebt Friezen en import-Friezen, hè. Dat vertekent het beeld. Thialf is het trainingscentrum voor de schaatssport geworden. Iedere profschaatser gaat in Heerenveen wonen of schept daar een verblijfsmogelijkheid.'

Waterprovincie

De nabijheid van ijs - nu kunstijs, vroeger natuurijs - heeft Friesland zijn reputatie van schaatsprovincie gegeven. Elk dorp heeft een ijsbaan en een ijsclub.

Kuiper: 'Dit is een waterprovincie en als de vaarten en meren bevroren waren, maakten de Friezen daar gebruik van. Zeker in de vorige eeuw. Jeen van den Berg, de Elfstedenwinnaar van 1954, vertelde dat hij in de winter op de schaats naar school ging. Het bekortte de afstand met de helft. De jonge Jeen hoefde het meer niet rond, maar kon dwars over. Schaatsen was niet alleen leuk, het was ook nuttig.'

Nuttig was ook dat in oude tijden de bevolking op het ijs prijzengeld kon verdienen. Kortebaanschaatsen, rechtuit over een baan van 160 meter, geldt als een van de eerste profsporten in Nederland.

Spekrijderijen

Oud-sprinter Ykema: 'We gaan dan 150 jaar terug in de tijd. Schaatsen bood vertier en notabelen loofden premies uit. Kroegbazen organiseerden wedstrijden om bier te kunnen verkopen. Er was prijzengeld, maar soms gewoon een homp spek. De Spekrijderijen werd dat genoemd. Sommigen leenden schaatsen om mee te kunnen doen. Het werd volksvermaak.'

De kortebaan was de basis van het Friese schaatsen tot in 1966 in Heerenveen kunstijsbaan Thialf werd geopend. De kortebaan had zich impopulair gemaakt door een gewoonte: matchfixing. Rijders maakten onderling afspraken en verdeelden het prijzengeld. Bijlsma: 'Het was in de jaren veertig en vijftig dat Friesland zich afwendde van de kortebaan. Er waren te veel onderlinge afspraken over de uitkomst van wedstrijden.'

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

De kunstijsbaan van Deventer, gebouwd in 1962, wakkerde de Friese belangstelling aan voor de langebaan. Bijlsma: 'Het verzet tegen de langebaan was gebroken. In Deventer ontstond de ommekeer. Wij moeten ook zo'n baan, zeiden ze in Friesland.

Oud-sprinter Ykema kwam door de kortebaanwedstrijden in het olympisch schaatsen terecht. 'In 1979 hadden we in Nederland een heel strenge winter. Weken ijs. Ik was 15. Mijn vader reed me naar wedstrijden, de sneeuwschuiver mee. Piet de Boer was de grote man, hij werd later gekozen tot Friese schaatser van de eeuw. Ik reed hem er een keer af, als 18-jarige. Dat vond iedereen in Friesland super-interessant.'

Levensvatbaar in Friesland

De doorbraak van het Friese langebaanschaatsen kwam met Atje Keulen-Deelstra en Jappie van Dijk. Keulen, viervoudig wereldkampioen allround (1970-74), kwam van de kortebaan. Ze was een laatbloeier en is nog altijd de oudste wereldkampioen: 35. Van Dijk sloot aan bij de succesgeneratie van Ard Schenk en Kees Verkerk, westerlingen die de schaatsliefde in Nederland deden oplaaien met hun olympisch successen in 1968 en 1972. 'Atje en Jappie werden het uithangbord, het teken dat de langebaan levensvatbaar was in Friesland.'

Daarna ging het hard. Na Keulen-Deelstra (drie olympische medailles in 1972) kwam Lieuwe de Boer uit Ureterp: brons op de 500 meter van 1980. Acht jaar later volgde het zilver van Ykema. Hilbert van der Duim, alom beschouwd als de eerste Friese langebaangrootheid bij de mannen, bleef op de Spelen zonder eremetaal. Hij werd wel tweemaal wereldkampioen (1980 en '82) en vormde de inspiratiebron voor de jonge Friezen die ook olympische medailles veroverden: Falko Zandstra en Rintje Ritsma. Ids Postma was in 1998 op de 1.000 meter de eerste olympisch kampioen uit Friesland.

6x goud voor Friesland

Goud
1998: Ids Postma (1.000m). 2010: Sven Kramer (5k). 2014: Sven Kramer (5km). 2014: Jorrit Bergsma (10km). 2014: Sven Kramer (achtervolging). 2014: Marrit Leenstra (achtervolging).

Zilver
1972: Atje Keulen-Deelstra (1.000m). 1988: Jan Ykema (500m). 1992: Falko Zandstra (5km). 1994: Rintje Ritsma (1.500m). 1998: Rintje Ritsma (5km). 2014: Sven Kramer (10km)

Brons
1972: Atje Keulen-Deelstra (1.500 en 3km). 1980: Lieuwe de Boer (500m). 1994: Falko Zandstra (1.500m). 1994: Rintje Ritsma (5 en 10km). 2006: Rintje Ritsm/Sven Kramer(achtervolging). 2014: Jorrit Bergsma (5km). 2014: Sjinkie Knegt (1.000m shorttrack).

Met zijn drie gouden plakken is Sven Kramer tot nu toe de succesvolste Fries (al put hij vooral inspiratie uit de acht races waarin hij naast het goud greep). Zoon van Yep Kramer, de nummer twee van Europa in 1983, en Elli, een regionale topper. Een kwestie van goede genen volgens Bijlsma. 'Elke keer als ik een lezing hou, in een bejaardensoos of bij een vrouwenvereniging, komen er uitblinkersnamen voorbij die afstammen van oude mensen met successen achter de naam. De opa van Sven, Hendrik, reed zes Elfstedentochten uit. Daar komt het uithoudingsvermogen vandaan.'

Thialf

Al die Friese genetische aanleg kon slechts tot wasdom komen door de aanwezigheid van Thialf. Geert Kuiper, kind van Thialf, weet het zeker. 'Er waren toernooien in Deventer, Assen en Den Haag, maar al snel kreeg Thialf een grote naam. Daar schaatsen gaf een speciaal gevoel. De sfeer met 25 duizend toeschouwers op de taluds was uniek. Al snel ging de voorkeur in Nederland naar grote toernooien op Thialf.'

Toen het stadion in 1987 werd overkapt werd Friesland het epicentrum van de schaatssport. De merkenteams trainen sinds jaar en dag in het al meermaals verbouwde Thialf. Dat is geen garantie voor toekomstig Fries succes. Het aantal kinderen dat serieus schaatst loopt terug. Dat hoeft volgens bondscoach Kuiper geen probleem te zijn. 'Nu leiden we beter op en kunnen we met een minder schaatsers meer toppers oogsten.'

De huidige hoofdcoach van het regionale trainingscentrum Friesland is Wouter van der Ploeg. Hij denkt dat de Friese dominantie nog lang geen verleden tijd is. 'We hebben een fantastische lichting van 25 schaatsers, waarvan 16 junioren. Voor de techniek heb ik oud-schaatsers als Henk Hospes en Jan Ykema. Geweldige mannen, bevlogen en met een schat aan ervaring. Dat is het mooie van Friesland. De passie waarmee ze het doen.'


De mooiste verhalen over de Olympische Winterspelen

Lees de mooiste verhalen over de Olympische Spelen, verzameld op één pagina.

Drie keer ging het mis bij Sven Kramer, nu wil hij drie keer goud - is die druk wel verstandig? Twee sportpsychologen lichten toe.

Schaatscoach Jac Orie (50) heeft sinds 2002 op elke Winterspelen een olympisch kampioen afgeleverd. En hij maakt met Sven Kramer en Kjeld Nuis in Korea goede kans dat succes vast te houden. Hoe doet hij dat toch?

Sjinkie Knegt (28) is de favoriet van het shorttracktoernooi dat zaterdag begint met de 1.500 meter. Maar let wel: er is geen sport waar medaillekansen zo snel kunnen vervliegen.

Kunstschaatsster Kim Yuna ontsteekt vrijdag het Olympisch vuur in Pyeongchang. Foto epa