INTERVIEW

Waarom is Nederland niet trots?

Binnen de ring is Zakaria Tijarti meedogenloos, daarbuiten de bescheidenheid zelf. Op 7 maart vecht hij om de wereldtitel.

Tijarti traint voor het wereldkampioenschap. Kenners voorspellen hem een grote toekomst.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Binnenkort vecht hij om de wereldtitel, zijn gevecht wordt rechtstreeks uitgezonden in 52 landen. Toch traint kickbokser Zakaria Tijarti (23) deze avond niet in een luxe sportschool maar ergens 2-hoog achter in Amsterdam-West, in een sfeerloos zaaltje met tl-licht. Een boksring is er niet, alleen uit de zwarte stootkussens die de mat omringen blijkt dat hier vaker vechtsporters actief zijn.

Nadat Tijarti anderhalf uur trappen en stoten heeft geoefend op twee sparringpartners, spreken we hem in het uitgestorven restaurant van de sporthal. Daar vertelt hij dat hij het gevoel heeft dat de overheid hem in de steek laat. Hij kan zichzelf best redden, maar is gefrustreerd over het gebrek aan officiële ondersteuning.

Meedogenloze vechter

Hij zit achterover en doet zijn verhaal zonder zijn stem te verheffen. Binnen de ring is Zakaria Tijarti een meedogenloze vechter ('Iedereen die in mijn weg staat, wil ik opruimen'), daarbuiten is hij een bescheiden jongen. Volgend jaar hoopt hij zijn hbo-opleiding pharmakunde af te ronden. Dat is lastig; hij traint drie ochtenden en vier avonden per week. En dan zijn er ook nog geregeld wedstrijden.

'Ik voel me ondergewaardeerd', zegt hij. 'Er lopen op mijn hogeschool van die badmintontypes rond die vrij krijgen voor belangrijke wedstrijden. Als zij naar het buitenland moeten en een toets missen, mogen ze die inhalen. Ik moet alles zelf oplossen, want kickboksen wordt niet als topsport erkend door NOC*NSF. De school zegt: we kunnen niks voor je betekenen.'

Hoog aanzien

Nederlandse kickboksers staan internationaal in hoog aanzien, dus er komen veel buitenlanders om hier te trainen. 'Ik hoor vaak dat ze schrikken van de manier waarop de overheid ons behandelt. Zij krijgen wel ondersteuning van de staat, zij vinden sneller goede sponsoren. Hier wordt kickboksen gezien als een criminele sport, we worden in een hoekje geduwd.'

Hij erkent dat er 'weleens' wat misgaat bij vechtsportgala's en dat sommige onderwereldfiguren een verleden hebben als kickbokser. 'Maar het wordt overdreven. Bij iedere misdadiger die één amateurpartij heeft gevochten, zeggen ze: het is een ex-kickbokser. De meesten hebben ook weleens een balletje getrapt, toch hoor je nooit: het is een ex-voetballer. Het lijkt wel het enige waarover de staat en NOC*NSF praten: criminaliteit. Waarom kijken ze niet naar al die kickboksers die zich wél gedragen?'

Zelf heeft hij geen strafblad. 'Ik heb een schone naam, gelukkig heb ik wel sponsoren. Alleen daardoor hou ik het vol: kun je je voorstellen dat ik een fulltime studie, trainingen én een bijbaan zou combineren?'

Kenners voorspellen hem een grote toekomst. Misschien is hij nog wel beter dan zijn broer Fikri (38), die dertienvoudig wereldkampioen is. Of hij zelf ooit écht de beste ter wereld wordt, blijft voorlopig onduidelijk. Zelfs als hij op 7 maart de wereldtitel pakt in Hoofddorp, zijn er nog zes andere kampioenen in zijn categorie, van verschillende bonden.

Zijn broer vocht op grote gala's, op locaties als de Arena en de Sporthallen Zuid in Amsterdam. Dezer dagen zijn er vooral kleine evenementen. Burgemeesters zijn huiverig voor grote gala's, die heb je alleen nog in het buitenland. Tot zijn spijt kan Zakaria er zelden naartoe. 'Het is nu niet te combineren met mijn studie.'

De afgelopen jaren vocht hij in Dubai, Marokko en Brazilië. Als Tijarti daarover praat, gaan zijn ogen fonkelen. Hij vertelt enthousiast over een openluchtgala in Marrakech, een paar jaar geleden. 'Weet je hoeveel mensen kwamen kijken? 40 duizend! We reden rond met een politie-escorte. Nog mooier was het WK in Brazilië, in 2013. Daar kwam ik uit voor Marokko, dat mijn hotel en vliegtickets betaalde én me zakgeld gaf. Ik verloor in de halve finale, maar het waren twee geweldige weken in Sao Paulo.'

Waardering

In Marokko krijgt hij de waardering die hij hier soms mist. 'Vlak nadat ik Nederlands kampioen was geworden, vorig jaar, ging de telefoon: het was de Marokkaanse ambassade, om me te feliciteren. Je zou verwachten dat de Nederlandse overheid zoiets doet; ik ben geboren en getogen in Amsterdam en heb een Nederlands paspoort. Toch heb ik niets van ze gehoord. Marokko is trots op me, dat zou Nederland ook moeten zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden