Reportage Hockeyclub Den Bosch

Waarom de hockeyvrouwen van Den Bosch al twintig jaar dominant zijn

Al twee decennia maken de hockeysters van Den Bosch de dienst uit in de hoofdklasse. Het geheim? De clubcultuur, de wil om te winnen en de trouw aan de jeugd.

Maartje Paumen kijkt toe hoe Frederique Matla de bal pusht. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Het moet ergens in een bruine kroeg in Utrecht zijn geweest, midden jaren negentig. Aan een tafeltje zaten de Brabantse hockeyinternationals Mijntje Donners, Minke Booij, Margje Teeuwen en Ageeth Boomgaardt. Maanden hadden ze al zitten broeden op een plan om de randstedelijke dominantie van Amsterdam en het Wassenaarse HGC in het vrouwenhockey te doorbreken. Die avond moesten ze een beslissing nemen.

Belangrijke aanleiding was de wedstrijd die Den Bosch met 12-0 had verloren van Amsterdam in 1994, het eerste jaar dat de club in de hoofdklasse speelde. Een vernedering. En zeker niet de enige. Den Bosch kwam er die eerste paar jaar niet aan te pas met een tiende, negende en vijfde plek. Om het de concurrentie echt moeilijk te maken, moest er iets veranderen.

De eerst stap: de krachten bundelen. Donners en Booij speelden bij Den Bosch, Teeuwen en Boomgaardt in het nabijgelegen Vught bij MOP. Ze kwamen elkaar al regelmatig tegen in Utrecht, waar ze studeerden. Bij het Nederlands team trokken ze naar elkaar toe. Waarom gingen ze dan niet ook bij dezelfde club spelen? Samen moesten ze het de heersende clubs toch lastig kunnen maken?

Hegemonie

Die avond in Utrecht sloten ze een verbond dat nu al 20 jaar succes oplevert. Dat ze voor Den Bosch kozen als club om mee verder te gaan, en niet Vught, had vooral een praktische reden: Donners, telg uit een echte Bossche hockeyfamilie, kon het thuis niet verkopen dat ze naar de concurrent zou gaan. Voor haar was MOP geen optie.

In 1998 won Den Bosch het allereerste landskampioenschap. Gevolgd door nog achttien kampioenschappen in twintig jaar. Bij de start van de tweede seizoenshelft, na de winterstop, staat Den Bosch ook fier bovenaan in de hoofdklasse.

Het is een ongekende hegemonie in de Nederlandse topsport, zegt Raoul Ehren, sinds tien jaar de coach van de vrouwen van Den Bosch. Hij is met afstand de langstzittende coach in het vrouwenhockey en heeft net voor twee jaar bijgetekend. Den Bosch is zijn club. Voordat hij hoofdcoach werd, was hij al vijf jaar assistent bij de vrouwen. Als speler werd hij in 1998 met de mannen ook landskampioen.

Clubcultuur

De 45-jarige Ehren geeft een rondleiding op de club. De geel-zwarte tribune die drie jaar geleden werd gebouwd ligt pal aan de A2. De tribune telt 2.000 zitplaatsen, met in het nieuwe complex vier kleedkamers, drie behandelkamers, een fitnesszaal, een vergaderruimte voor heren en dames 1, een interne fysiotherapeut. In het nieuw gebouwde restaurant is er een kok aanwezig die dagelijkse gebalanceerde maaltijden bereidt voor de eerste teams. ‘Vroeger aten we gewoon een flinke pan spaghetti, nu wordt er met zorg een maaltijd bereid’, zegt Ehren.

De faciliteiten zijn niet de belangrijkste reden voor de successen van Den Bosch, voegt hij toe. Wat dan wel? Wie rondvraagt op de club krijgt vaak hetzelfde antwoord: de clubcultuur.

Ehren legt uit: ‘De betrokkenheid van speelsters bij deze club is ongekend groot. Als je hier hockeyt, betekent dat niet dat je alleen maar een beetje de trainingen afwerkt en een wedstrijd speelt in het weekend. Vrijwel alle belangrijke spelers van de afgelopen twintig jaar bemoeien zich op de een of andere manier nog met het eerste. Op een positieve manier.’

Zelf het heft in handen

Dat begon al in de eerste jaren, zegt Mijntje Donners, de voormalig aanvoerder van het Nederlands elftal en haar hele leven betrokken bij Den Bosch als speelster en bestuurslid. Ze kan zich nog goed herinneren hoe ze in die eerste jaren als spelersgroep altijd bezig waren het team te versterken.

Met het naderende afscheid van de strafcornerspecialist Ageeth Boomgaardt in 2004 moest een nieuwe strafcornerspecialist aangetrokken worden. Donners had er al een op het oog: Maartje Paumen, de latere topscorer aller tijden van het Nederlands elftal die op dat moment nog een jonge speelster met een geweldige sleeppush was bij concurrent Oranje-Zwart in Eindhoven.

‘We hebben haar wel honderd keer gebeld in die tijd’, zegt Donners. ‘Maartje had zo veel potentie en die zou het beste tot haar recht komen bij ons. Maar ze twijfelde en twijfelde. En waar bij andere clubs de transfers misschien worden geregeld door de trainer of het bestuur, namen wij als speelsters zelf het heft in handen.’

Paumen lacht als ze terugdenkt aan die tijd. ‘Ja, ik ben echt gestalkt. Het was voor mij als Limburgs meisje al een hele stap om naar Eindhoven te verhuizen, laat staan om daarna direct opnieuw door te gaan naar een andere club. Maar op een gegeven moment kwam ook bij mij het besef: voor de grote successen moet ik bij Den Bosch zijn.’

Eigen jeugd gaat voor

Den Bosch is sinds de beginjaren altijd een voorloper geweest in de hoofdklasse, zegt Donners. ‘Den Bosch was gewoon een amateurclub toen we die eerste keer kampioen werden. We trainden aanvankelijk maar twee keer in de week, dat werden er al snel drie. En toen de concurrenten drie keer gingen trainen, besloten wij om vier keer te gaan trainen. Inmiddels is dat wel enigszins gelijkgetrokken, maar daar ligt wel de basis.’

De sterke jeugdopleiding bepaalt volgens Mieke van den Akker, tussen 2006 en 2018 voorzitter van de club, ook een deel van het succes. Talentvolle jeugdspelers zwichten niet voor aanbiedingen van andere clubs. Ze krijgen bij Den Bosch altijd de kans zich te bewijzen. Toen afgelopen winter twee Nederlandse internationals interesse toonden om zich bij Den Bosch te voegen, hoefde Ehren niet lang na te denken: ‘We zijn al hofleverancier van het Nederlands elftal. Ik had niets aan die twee extra krachten. Dan had ik namelijk spelers uit de eigen jeugd moeten passeren. En zo werkt het hier niet. Eigen jeugd gaat voor.’

Maartje Paumen, oud-hockeyster, in gesprek met Raoul Ehren, de coach van de Dames 1 van Den Bosch. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Speelt geld ook een rol? Ehren krijgt vaak de vraag als hij lezingen geeft: zo vaak kampioen, dan moet Den Bosch wel het Manchester City of Paris Saint-Germain van de hoofdklasse zijn. Een koopclub die de concurrenten leeg rooft met riante salarissen.

‘Dat is aantoonbare onzin’, zegt Ehren. In de tien jaar dat hij trainer is, speelde er geen buitenlander in het geel-zwart. ‘Daarin zijn we uniek als topclub. Kijk maar bij Oranje-Rood, daar spelen een Japanse international en twee Argentijnse speelsters. Een van die twee had zich ook bij ons aangemeld, maar ik koos voor speelsters uit onze eigen A1. Bij SCHC staat de Argentijnse Delfina Merino in de spits, zij werd vorig jaar nog uitgeroepen tot beste speler ter wereld. En zij hebben Maddie Hinch in het doel, misschien wel de beste keeper ter wereld.’

Geen buitenlanders

Den Bosch heeft de buitenlanders niet nodig, zegt Ehren. Nederland speelde begin deze maand nog een wedstrijd tegen China. Van de 19 speelsters die bondscoach Alyson Annan selecteerde, kwamen er 6 van Den Bosch. De voorlopige selectie voor de volgende interland bestaat uit 32 spelers, 10 komen van de recordkampioen.

Bondscoach Alyson Annan: ‘We ze heel goed doen is het betrekken van de jeugd bij het eerste elftal. Al vroeg komen jonge speelsters in aanraking met het hoogste niveau. Soms zijn ze pas vijftien, zestien jaar als ze meedoen met Dames 1. Dat maakt het daarna ook weer makkelijker om aan te haken bij het Nederlands team.

‘En het feit dat de coach er al zo lang zit, dat zorgt ook voor stabiliteit. Die houdt de grip op het team, terwijl de vrouwen komen en gaan. Die rust moet je niet onderschatten.’

Kampioenen van 2025

Er staat er alweer een volgende generatie spelers klaar om het over te nemen, verzekert Ehren. Ook dat gaat volgens een plan: de beste speelsters mogen bij Den Bosch nooit tegelijk stoppen om te voorkomen dat het geheel als een kaartenhuis in elkaar stort. ‘Die filosofie is gebleven’, zegt Ehren. ‘Voor de vrouwen die in het Nederlands elftal spelen, lopen de contracten gefaseerd af na de Olympische Spelen van Tokio. Zo heb je als coach de mogelijkheid om nieuwe speelsters de kans te geven om een plek te vinden in het eerste.’

Maartje Paumen, die vorig jaar stopte, onderschrijft die filosofie. Ze is wekelijks te vinden bij Den Bosch. Ze is trots op de club. Zoals velen voor haar wil ze ervoor zorgen dat de hegemonie voortduurt. ‘Wat er hier is neergezet de afgelopen twintig jaar is fantastisch. Ik wil mijn steentje bijdragen.’

Een paar dagen voor de herstart van de competitie is Paumen daarom ook weer te vinden op het trainingscomplex van Den Bosch. Ze is in haar eigen woorden ‘vergroeid met de club’. Ze geeft een keer per week strafcornertraining. Soms een halfuurtje, niet meer. Dan leert ze Frederique Matla en Ireen van Assem hoe ze de perfecte sleeppush moeten nemen.

Vaak sluit er dan ook een talent uit de A1 aan. Want ja, ook de kampioenen van 2025 moeten weer worden klaargestoomd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.