Waarom curling geen sport is om lacherig over te doen

'Vegen lullig? Had je gedacht. Vegen is een kunst'

Het Nederlands curlingteam begint vandaag aan het olympisch kwalificatietoernooi. Iedereen die lacherig doet over het vegen, mag een keer een wedstrijdje komen spelen. 'Het is zweten op de ijsbaan.'

Nederland in actie tegen Schotland op het Europees kampioenschap, afgelopen november. Foto Richard Gray / WCF

Jeu de boules op ijs, sjoelen op ijs - van badinerende vergelijkingen moet het Nederlands curlingteam niks hebben. Curling is geen spelletje, hoe vaak moet bondscoach Shari Leibbrandt dat nog herhalen? Noem het schaken op ijs; twee, drie stappen vooruit denken.

Onder leiding van Leibbrant beginnen Jaap van Dorp, Wouter Gösgens, Laurens Hoekman en Carlo Glasbergen vandaag aan misschien wel het belangrijkste toernooi uit hun carrière: het olympisch kwalificatietoernooi in Pilzen, Tsjechië.

De vier curlers en hun coach willen Nederland overtuigen van de schoonheid van hun sport. De granieten steen van 19,1 kilo, de ruim 45 meter lange ijsstrook met gekleurde cirkels, de bezems met wrijfblokken: ze kunnen zich geen leven voorstellen zonder curling. 'Vegen lullig? Dat dacht je: vegen is een kunst', aldus Hoekman. Hij is second, de tweede werper en veegspecialist. 'Het komt vaak aan op centimeters. Dat verschil wordt gemaakt door de twee vegers op de baan. En vergis je niet: het is ook nog eens fysiek loodzwaar.'

Brein

Bij curling staat het tactische brein, de skip, in het zogenoemde 'huis': de gekleurde cirkels op het ijs waarin de stenen zo dicht mogelijk bij het midden tot stilstand moeten komen (zie graphic). In tien ends, vergelijkbaar met innings bij het honkbal, gooit iedere speler twee stenen. De skip bepaalt de strategie: verdedigen, aanvallen of bijleggen. Of in curlingjargon: guards, take-outs of draws gooien. De twee vegers corrigeren de lijn en snelheid van de steen.

Vanaf het moment dat de werper de steen los heeft gelaten ontstaat er op het eerste gehoor een luid gekrakeel in de ijshal, waar het vaak flink galmt. Maar wie goed luistert, hoort in het geschreeuw heldere aanwijzingen: 'Lijn is goed! Vegen, hard! Iets wijd! Iets te kort!'

(De tekst gaat verder onder de foto.)

Dagboek van een curler

Tegenstanders op het olympisch kwalificatietoernooi zijn China, Tsjechië, Denemarken, Finland, Duitsland, Italië en Rusland. De beste twee gaan door. Minimaal drie dagen per toernooiweek volgen ze onderstaand schema.

05:30 Opstaan, douchen. Ontbijt met bespreking.
06:00 Naar de baan.
06:45 Voorbespreking en warming-up.
07:30 Op het ijs, voorbereiding, oefenen.
08:00 Wedstrijd (I)
11:00 Nabespreking.
12:00 Lunch/rust.
14:00 Terug naar de ijsbaan.
16:00 Wedstrijd (II)
19:00 Nabespreking.
23:00 Terug in hotel. Fysio, eten.
00:00 Slapen.

Nederland in actie tegen Schotland op het Europees kampioenschap, afgelopen november Foto Eakin Howard / WCF

De skip en vegers hebben gedurende de ongeveer 25 seconden die een steen onderweg is voortdurend overleg. Dat begint op het moment dat de werper afzet om van startblok naar de hog-line te glijden: voor die lijn moet de steen losgelaten zijn. De voorste veger houdt op een stopwatch bij hoeveel seconden de werper onderweg is. 'Op die tijd baseren we de snelheid van de steen', legt Hoekman uit. 'Dat gaat soms om honderdsten van seconden. Dan krijgen we van de werper ook nog wat informatie. Zoals: ik gaf iets mee, of ik hield iets in. En dan kan het veegspel beginnen.'

Alle informatie wordt doorgegeven aan de skip. Die ziet of de steen de goede richting heeft. Of de steen de juiste curve maakt, op tijd gaat 'curlen'. Is deze curve iets te krap, dan moet er vroegtijdig ingegrepen worden door de vegers, zodat de steen wat verder naar buiten draait. Heeft de steen te veel effect, kunnen de vegers het ijs door de wrijving voorzien van een dun vliesje water: hoe minder grip, hoe minder effect. 'Maar ook', voegt Hoekman toe, 'hoe harder je veegt, hoe meer lengte de steen krijgt. Dus daar moet je allemaal rekening mee houden.'

Tekst gaat verder onder afbeelding.

Foto de Volkskrant

Pokdalig

Het ijs van de curlingbaan lijkt in niets op het gladde schaatsijs. Met een curlingpebble, een soort omgekeerde douchekop, wordt de baan voor elke wedstrijd geprepareerd. Zo ontstaat er een pokdalig oppervlakte op de baan. Hoekman: 'Je kunt het vergelijken met een flink blok piepschuim dat je doormidden hebt gebroken: echt een flink reliëf.'

Met speciale curlingschoenen glijden de werpers en vegers over het ijs. Een van de twee zolen is voorzien van een teflonzool, waarmee soepel over het ijs bewogen kan worden. Ook de punt van de schoen is extra glad: een werper moet zo diep door de knieën dat bijna de hele bovenkant van de schoen over het ijs glijdt.

Tekst gaat verder onder afbeelding.

Foto de Volkskrant

Ze trainen hard. Zeker 25 uur per week. Naast het oefenen op het ijs, gaan de curlers veel de sportschool in. De ideale training voor een veger? Hoekman: 'Interval op een roeimachine. Dat betekent zo'n halve minuut de hartslag maximaal. En dan in een paar seconden zo snel mogelijk weer de hartslag naar beneden. Te vergelijken met een baantje vegen.'

Iedereen die lacherig doet over dat vegen, mag van Hoekman een keer een wedstrijdje komen spelen. In een curlingwedstrijd, die tussen de 2,5 en 3 uur duurt, veegt Hoekman zo'n zestig keer een baan. 'Soms hoef je niet te vegen, maar vaak wel. Het is zweten op de ijsbaan. We dragen niet voor niets die korte mouwen.'

Het veegaspect van de curlingsport is ook de reden dat de afgelopen jaren een professionaliseringsslag is gemaakt. Er moest een sponsor komen die de reizen naar wedstrijden en trainingskampen naar Canada kon betalen. Daar is het na ijshockey de tweede sport van het land. Die sponsor werd gevonden: Asito, inderdaad, een schoonmaakbedrijf.

Meer over