Interview Max Verstappen

Waar staat Max Verstappen in zijn carrière? ‘In de Formule 1 kun je nou eenmaal niet precies weten wie de beste van het veld is’

Max Verstappen viert zijn overwinning van de Grand Prix van Mexico. Beeld Getty Images

Max Verstappen (21) staat aan de vooravond van een nieuwe fase in zijn Formule 1-bestaan. Zondag rijdt hij in Abu Dhabi zijn laatste race met een Renault-motor. Daarna gloren onbekende wateren met ­Honda-aandrijving. Waar staat hij in zijn carrière?

‘Sorry hoor, deze moet ik heel effe beantwoorden.’ Max Verstappen (21) pakt zijn telefoon en reageert op een appje. Een paar ­seconden later legt hij hem weer neer op het zwarte ­tafeltje voor het teamgebouw van Red Bull in het golfstaatje Abu Dhabi, waar om de tien minuten een ­andere journalist aanschuift. Tussen de interviews houdt hij zijn sociale ­contacten bij.

In Verstappens hectische leven blijft geen seconde onbenut. Toch vertoont hij na twintig Formule 1-races in acht maanden (zondag is de laatste race) geen spoor van vermoeidheid. Hij voelt zich na vier seizoenen als een vis in het water van de miljardenindustrie. Hij is naar ­eigen zeggen klaar om te strijden om wereldtitels.

In 2015 stapte je als 17-jarige de Formule 1 in. Nu heb je tachtig races achter je naam en ben je vijfvoudig racewinnaar. Sta je er weleens bij stil hoe snel alles in je leven verandert?

‘Niet heel bewust. Soms heb ik het er wel over hoor, bijvoorbeeld met mijn vader. Dat het allemaal wel heel snel is gelopen. Gelukkig op een goede manier.’

Is de Formule 1 wat je ervan had verwacht? Je zei vorig jaar nog dat je moest wennen aan de politiek in de raceklasse. ‘Ik lieg nooit, ik zeg gewoon niet altijd alles meer’, zei je.

‘Klopt, want dat kan ook niet in de ­Formule 1.’

Heb je dat moeten leren?

‘Niet echt. Ik heb daar vooraf al veel met mijn vader (voormalig F1-coureur Jos Verstappen, red.) over gesproken, dus het ging allemaal vanzelf. Soms worden dingen wat verdraaid opgeschreven. Je moet altijd voorzichtig zijn met wat je zegt. Dat hoort er gewoon bij en ik moet daar gewoon mee leren leven. Verder krijg ik steeds meer ervaring. Het wordt in de toekomst alleen maar beter.’

Toch blijf je aardig recht voor zijn raap met je uitspraken.

‘Ja, zo ben ik nou eenmaal. Ik zeg gewoon wat ik denk.’

Hoe vaak heb jij de afgelopen jaren moeten nadenken over je gedrag? 

‘Niet zo heel vaak. Alles gebeurt met een reden en je moet soms ook leermomenten hebben om beter te worden. Er zijn daarom ook maar weinig wedstrijden die ik achteraf anders zou doen. Monaco (crash in vrije training, red.) was dit jaar bijvoorbeeld niet ideaal. Maar daar leer je ook weer van, en zo waren er wel meer wedstrijden. Vooral in het begin, in 2015. De precieze races weet ik niet meer, maar in het eerste seizoen kunnen altijd ­dingen beter.’

Verstappen debuteerde in 2015 als 17-jarige in de Formule 1, als de jongste ooit. Er was volop scepsis rond zijn entree. Vooral in de buitenlandse pers. Want wat had een puber te zoeken in de ­prestigieuze Formule 1?

Wanneer had je het gevoel dat je de critici had overtuigd?

‘Niet echt met één moment. Meer met het seizoen dat ik toen had. Ik denk dat dat wel genoeg zei. Je bent natuurlijk erg afhankelijk van de auto die je hebt. Als ik dat seizoen de beste auto had, had ik toen al races kunnen winnen. In de ­Formule 1 ligt het ook heel erg aan de omgeving waarin je zit.’

Ferrari-coureur Vettel zei vorige week wel dat hij je rustiger vond dan in je eerste jaren.

‘Weet je, ik vind het zo shit om over ­andere coureurs te oordelen. Daar heb ik helemaal geen zin in. Ik voel ook geen noodzaak te reageren als ze iets over mij zeggen.’

Vind jij dat je rustiger bent geworden?

‘Nee, ik ben dezelfde persoon gebleven. Ik heb wel wat meer levenservaring gekregen. Misschien dat het dan lijkt dat ik rustiger ben. Maar als persoon? Nee.’

Wat waren de mooiste momenten in de afgelopen vier seizoenen?

‘Sowieso de overwinningen. En dan vooral de eerste (in Spanje, 2016, red.). Die zal toch wel altijd iets bijzonders houden. Zo’n overwinning kun je ­namelijk niet meer overtreffen. Bij ­nummer twee, drie of waar het ook ­eindigt, is dat anders.’

Die eerste zege in Spanje was ook de wedstrijd die van hem een beroemdheid maakte als jongste racewinnaar ooit. In Nederland en ver daarbuiten haalde hij de voorpagina’s. Vier zeges later is hij een wereldster. Op elk circuit is zijn handtekening gewild. Tienduizenden Nederlanders trekken jaarlijks de grens over om hem met eigen ogen in actie te zien.

De terugkeer van de Grote Prijs van ­Nederland lonkt, vooral omdat de F1 in hem de ster van de toekomst ziet. Zijn fans ondernemen voor hem zelfs de vijfduizend kilometer lange reis naar het Yas Marina Circuit in Abu Dhabi. Tijdens het interview staan er drie mannen van middelbare leeftijd geduldig te wachten tot de coureur tijd heeft hun shirts te ­signeren.

Max Verstappen tijdens de Grand Prix van Oostenrijk met op de achtergrond het Oranjelegioen. Beeld AFP

Hoe is het om zo bekend te zijn?

‘Tsja. Je wordt steeds vaker en veel meer herkend. Daar moet je mee leren ­omgaan. Soms is het wel moeilijk om met familie of vrienden leuke dingen te gaan doen. Dan word je toch wel een beetje lastiggevallen. Ik heb liever dat niemand mij zou herkennen. Het liefst ben ik onbekend.’

Verlang je niet terug naar je karttijd, toen je nog anoniem over het circuit kon rondlopen en het alleen om racen draaide?

‘Nee, dat niet. En in die tijd werd ik ook wel al herkend, hoor. Toen was ik meer het zoontje van. Iedereen had wel een mening over me.’

Dat is niet veranderd.

‘Het is niet anders. Zo werkt de wereld nou eenmaal op dit moment.’

Lees je eigenlijk wat er over je wordt geschreven?

‘Nee, bijna niet. Ik kom bij het scrollen door berichten weleens een kop tegen, maar ik klik dan niet het verhaal aan. Ik lees meer het algemene nieuws of voetbaldingen.’

Wie houdt je met beide benen op aarde?

‘Dat is niet nodig. Maar het is altijd goed om mensen om je heen te hebben die er voor je zijn als het nodig is en de beste bedoelingen met je hebben. En die heb ik.’

Komen er veel mensen op je af met slechte bedoelingen dan?

‘Mwah. Ik weet sowieso wel wie goed voor mij is en wie niet.’

Red Bull-persvoorlichter James Ranson werkt samen met Verstappen sinds de Nederlander in 2016 debuteerde bij het topteam. Hij heeft de ontwikkeling van de coureur van dichtbij meegemaakt en tegelijk de aandacht voor zijn persoon zien toenemen. Dit jaar is met afstand het drukste jaar rond Verstappen als het gaat om media-aanvragen, aldus ­Ranson.

Max Verstappen met het Red Bull Racing team na zijn winst van de Grand Prix van Mexico. Beeld Getty Images

Wie Verstappen wil interviewen, moet maanden van tevoren een aanvraag indienen bij het team. Donderdag overzag Ranson zes interviews van tien minuten, die hij stipt bijhield met zijn eigen ­opname-apparaat. De internationale media was aangewezen op de persconferentie, twee uur eerder. Daar werd hij aan de tand gevoeld over het geruchtmakende opstootje met Esteban Ocon in Brazilië, twee weken geleden.

Verstappen was er niet van onder de indruk tijdens het vragenvuur. ‘Jullie houden wel van een beetje drama, hè’, grapte hij richting de volgepakte zaal. Om daarna zijn actie te verdedigen. ­‘Natuurlijk ben ik emotioneel na zo’n race. We zijn geen robots, gelukkig. Wat moet ik dan doen? Hem de hand schudden en bedanken dat ik tweede ben?’

De confrontaties en drukte lijken geen effect te hebben op hem. Hij rijdt sinds de GP van Canada, in juni, nagenoeg ­foutloos. Hij stond dit jaar tien keer op het podium, het vaakst van alle Red Bull-coureurs in de afgelopen vijf jaar.

In de laatste vier races verzamelde hij 76 WK-punten, slechts één minder dan wereldkampioen Lewis Hamilton in de superieure Mercedes. Verstappen heeft naar eigen zeggen zijn leukste jaar in de Formule 1 achter de rug. ‘Want hoe meer je vooraan rijdt, hoe leuker het wordt.’

Toch gaat hij zijn Renault-motor na de vele problemen van de afgelopen jaren niet missen. Verstappen verheugt zich op de samenwerking met Honda, vanaf volgend jaar de motorleverancier. Dat geldt ook voor de rest van zijn team, merkt hij aan de sfeer in de garage. Volgens ­Verstappen is er veel meer enthousiasme over het nieuwe seizoen dan in andere ­jaren.

Voelt dit weekeinde als de afsluiting van een fase in je Formule 1-loopbaan?

‘Nee, dat niet. We gaan volgend jaar gewoon verder met een andere partner. Het is ook niet zo dat er heel veel verandert, hè. Kijk, die mensen willen winnen. Wij ook. Zet dat bij elkaar en hopelijk gaat het dan gebeuren. We gaan het zien.’

Je rijdt nu vier seizoenen tegen meervoudig wereldkampioenen als ­Hamilton, Vettel en Alonso. Heb je ­inmiddels het gevoel dat je net zo goed bent?

‘Dat vind ik moeilijk om te zeggen, maar je moet wel altijd in jezelf geloven. Ik probeer het beste uit mezelf te halen. In de Formule 1 kun je nou eenmaal niet precies weten wie de beste van het veld is, omdat niemand in dezelfde auto rijdt.’

Je hebt recent wel op de Britse tv ­gezegd dat je vier wereldtitels wil winnen voor je 30ste.

‘Ik noemde gewoon een aantal en dat wordt dan overal letterlijk overgenomen. Natuurlijk zou het mooi zijn als dat zou lukken. Aan de andere kant moet je ook een beetje geluk hebben met de goede auto op het juiste moment. Dus of het er nou vier, één of geen zijn: je weet het niet.’

Wordt te gemakkelijk gedacht dat jij die wereldtitels gaat binnen harken?

‘Weet je, in veel sporten ligt het aan de sporter zelf hoe succesvol hij is. Als je echt goed bent, kun je meerdere jaren blijven winnen. Bij ons ben je extreem afhankelijk van je materiaal. Dus het is voor mij ook gewoon lastig inschatten hoe het ­allemaal gaat verlopen. Als jij goed kunt schaatsen, kun je goed schaatsen en heb je in principe altijd kans om te winnen als je goed bent voorbereid. Als ik een rondje tien seconden sneller ren, maakt dat niet uit voor hoe hard ik rijd.’

Je hebt in ieder geval nog wat jaren voor de boeg, want je hebt geen ambities in andere raceklassen, toch?

‘Nee. Althans, zo kijk ik er nu naar. Misschien wil ik wel een keer de 24 uur van Le Mans doen met mijn vader of zo, maar dan wel in een goede auto. Sowieso is ­alles na de Formule 1 namelijk minder professioneel, dus het moet wel goed worden aangepakt. We gaan niet voor janlul meerijden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.