KijkwijzerWK handbal

Waar moet je zondag op letten tijdens de WK-finale handbal om 12.30 uur? Een kijkwijzer

In het handbal worden gerust twee doelpunten in een minuut gemaakt en is de keeper meestal de sleutel tot succes. Dit is hoe je de WK-finale tussen Nederland en Spanje zondag volgt als een kenner.

De Nederlandse handbalster Estavana Polman in actie tijdens de halve finale wedstrijd tegen Rusland op het WK handbal. Beeld ANP

Tempo

Handbal is geen voetbal, waarin spel met liefde dood wordt gemaakt, met ­medewerking van de scheidsrechter. In handbal kunnen in een minuut tijd ­gerust twee goals worden gemaakt. Een gemiddelde van een goal per minuut is geen uitzondering. Wie tijdrekt of geen aanvallende intentie tentoonspreidt, wordt al na circa 30 seconden gewaarschuwd. De scheidsrechters, altijd een koppel middels een headset met elkaar in contact, steken dan beide een hand op. Daarna mag de bal nog zes passes in eigen bezit zijn. Na pass vijf moet er een schot op het doel komen. Anders fluiten de arbiters af en is de bal voor de andere partij.

Het tempo van een handbalwedstrijd op het veld van 40 bij 20 meter is hoog. In 3 à 4 seconden kan de bal aan de andere kant van het veld zijn. Tussen de twee cirkels (op 6 meter van de doellijn) liggen 28 meters die door de aanvalsters (‘break-outlopers’) in volle sprint worden afgelegd.

Wat de snelheid ook verhoogt, is dat het spel na een doelpunt razendsnel wordt hervat. De gepasseerde doelvrouw gooit de bal naar een speelster op de middenstip, die meteen de tegenaanval mag opzetten. Er hoeft niet gewacht te worden op een speelster van de tegenpartij die haar feestje viert na het maken van een doelpunt of licht geraakt op de grond ligt. De spelhervatting duurt vaak slechts enkele seconden, terwijl er bij voetbal al snel een minuut verloren gaat.

 De speelstijl van Nederland is gebaseerd op ‘run, run, run’ zoals de Franse bondscoach Emmanuel Mayonnade steeds propageert. Internationaal is het ren-je-rotspel ook de trend.

Doelverdedigen

Lekker schieten op doel lijkt de belangrijkste activiteit op een handbalveld, maar de sleutel van succes ligt meestal in handen van de doelvrouw. Nederland verloor twee wedstrijden in de hoofdronde, tegen Duitsland en Denemarken, door de inbreng van de keepsters Dinah Eckerle en ­Sandra Toft. Zij waren onpasseerbaar.

Niet te passeren is bij handbal niet de nul houden, maar ongeveer één op de twee schoten stoppen. Wie dat magische stoppercentage van 50 procent haalt, is de uitblinker van de dag en frustreert de schutters van de tegenstander. Tegen Duitsland en Denemarken ­werden de ­Nederlandse ­kanonnen Estavana Polman en Lois Abbingh zo het ­zwijgen opgelegd.

Met keepers die ruim 30 procent van alle ballen tegenhouden (zoals Tess Wester) weet het aanvallende team zich dermate in de rug gesteund dat het vrijuit kan blijven spelen en hoeft het in de verdedigende formatie niet steeds aan de noodrem te trekken. Nog belangrijker is het als een keepster vijf ballen op rij stopt, benadrukte doelvrouw Rinka Duijndam deze week in de Volkskrant. Het kan het gat slaan tussen de kort tevoren nog om en om scorende teams.

Doelvrouw Tess Wester tijdens de halve finale tegen Rusland. Beeld AFP

Aanval

Niemand schiet bij dit WK harder dan de Nederlandse linkeropbouwer Lois ­Abbingh, de nummer twee van de topscorerslijst met 64 goals en na de finale van zondag waarschijnlijk de vrouw met de gouden bal. In het Nederlands team vormt ze een tandem met de even schotvaardige Estavana Polman, zesde op de topscorerslijst met 49 treffers. Polman heeft dit toernooi ook vaak de rol van aangever. Het tweetal geeft ‘druk’ vanuit de tweede lijn met hun afstandsschoten en soms met acties richting het cirkelgebied.

Op dat vlak van ‘instarten en passeren’ komen ze tekort ten opzichte van de ­Russin Anna Vijakirheva, algemeen beschouwd als de beste speelster ter wereld, die met haar acties de tegenstander voortdurend op het verkeerde been zet. Maar Vijakhireva stond er vrijdag alleen voor tegen Nederland. Eén speelster kan nooit van een heel team winnen, was de conclusie van Lois Abbingh na de WK-zeges op Noorwegen en Rusland.

Fysiek

Handbal oogt als een uiterst fysiek spel, met het duw- en trekwerk aan de cirkel. Fysiek contact is evenwel de kern en de aard van het spel, net als in rugby, maar de bestraffing bij onreglementair stuiten is streng. Het aanpakken van de aanvaller is alleen frontaal toegestaan, met gestrekte armen. Het is verboden om naar de keel te grijpen of op het hoofd slaan.

Wie zijwaarts duwt bij een inkomende speler krijgt meteen een tijdstraf van 2 minuten, plus vaak een strafworp (de ‘zevenmeter’) tegen. Wie van achteren duwt, heeft kans op direct rood. Een speler pakken die in een break-out (de snelle uitbraak met vaak lange bal van achteruit) is doorgebroken kost ook rood. Het lichaam tegen een opspringende hoekschutter aanduwen kost een strafworp en twee minuten tijdstraf. Het is allemaal bedoeld ter bescherming van de technisch vaardige handballers.

Volgens de coach van de Nederlandse kampioensploeg VOC, Ricardo Clarijs, verhoogt de duelkracht de amusementswaarde van zijn sport. Verdedigen zonder aanraking (door de armen) zou volgens hem niet kunnen. Dan zou je alleen met het lichaam mogen blokken. Om modern handbal te spelen, zegt Clarijs, docent aan de nationale Handbal Academie, moet je zeer atletisch zijn.

De WK-finale tussen Nederland en Spanje is zondag 15 december te zien  op Ziggo Sport vanaf 12.00 uur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden