Waar Max' weg naar de Formule 1 begon

Max Verstappen rijdt komend weekeinde voor het eerst de Grote Prijs van België. Op Spa-Francorchamps is hij dan niet ver verwijderd van de kartbaan waar hij als 4-jarig jochie zijn eerste meters racete. En waar hij al snel indruk maakte.

Max Verstappen in zijn jonge jaren op de kartbaan in Genk. Beeld Karting Genk

Vanaf het terras van de kantine wijst Paul Lemmens (68) naar een van de veertien bochten van zijn kartbaan. 'Daar moet het ongeveer zijn geweest', zegt hij. Hij doelt op de plek waar Max Verstappen als jochie van nog geen 5 jaar oud zijn eerste meters reed in een kart, onder toeziend oog van zijn vader Jos.

De kleuter van toen is inmiddels Formule 1-coureur. Zondag rijdt hij voor het eerst de Grote Prijs van België op Spa-Francorchamps, het circuit dat ruim 100 kilometer ten zuidoosten ligt van de plaats waar Max Verstappens racecarrière ooit begon. Dichter bij zijn wortels zal de 17-jarige Nederlander dit seizoen niet komen.

Precies voor de geest kan Lemmens die eerste racemeters van Verstappen niet meer halen. Wel weet hij nog dat het talent er al vroeg van afdroop.

Het circuit in Genk vanuit de lucht. Beeld Karting Genk

Rijstijl aanpassen

Waaruit dat bleek? 'Circuits zijn op elk moment van de dag anders', legt Lemmens uit. Coureurs moeten hun rijstijl aanpassen aan koud of warm asfalt, of aan de hoeveelheid rubber op de baan. Lemmens: 'Met veel rubber heb je meer grip. Dan kun je later remmen en vroeger op het gas. Max had dat soort zaken al heel snel door. Dat heb je, of heb je niet.'

Hij betoogt dat toptalenten als Verstappen 70 procent van hun hersencapaciteit nodig hebben om snel te gaan. De andere 30 procent hebben ze dan over voor onder meer inhalen en anticiperen op situaties. Het zijn ook de coureurs die binnen twee ronden al hard gaan op een circuit waarop ze voor het eerst rijden, terwijl anderen daar een halve dag voor nodig hebben.

Lemmens weet waar hij over praat. Ruim dertig jaar geleden richtte hij met een paar vrienden het circuit op langs een provinciale weg nabij Genk, in een bosrijk gebied. De sfeervolle baan heeft een goede naam in de kartwereld. Ze is toneel geweest van allerlei kartkampioenschappen, van nationale titelstrijden tot WK's.

Verstappen wordt in 2008 kartkampioen in de klasse Mini Max. Beeld Karting Genk

Tien jaar geleden is de baan nog volledig omgewoeld en opnieuw aangelegd, in het kader van Lemmens' zoektocht naar de perfecte baan. 'Trage bochten niet te traag, rechte stukken niet te snel en genoeg plekken om veilig in te halen', aldus Lemmens. Zes inhaalplekken telt de baan nu, zegt hij trots.


Jongetjes die Lemmens in de loop der jaren opvielen op het Genkse asfalt, werden later wereldkampioen in de Formule 1. Zo reed Fernando Alonso in zijn opmars naar de troon van de F1 eerst in Genk naar de Europese karttitel. Ook andere latere wereldkampioenen als Sebastian Vettel, Lewis Hamilton, Kimi Räikkönen en zevenvoudig wereldkampioen Michael Schumacher toonden hun racetalent in Genk.


Op de kartbaan zijn ze die historie niet vergeten. Langs het circuit hangen spandoeken en wapperen vlaggen met daarop de slogan 'huis van kampioenen'.

Jos en Max Verstappen op de kartbaan. Beeld Karting Genk

In de racerij wordt karten als een goede basis gezien. Alle twintig coureurs die nu een stoeltje hebben in de koningsklasse van de autosport, begonnen in een kart. Met snelheden boven de 100 kilometer per uur en de korte, smalle circuits die het snelheidsgevoel verder verhogen, is het de ideale voorbereiding op het tempo in bijvoorbeeld de Formule 1. Verder leren coureurs in het karten over technische zaken als het afstellen van motoren.

Maar kartgoeroe Lemmens stelt dat de mentale lessen die coureurs meekrijgen in het karten misschien wel belangrijker zijn dan het praktische gedeelte. 'Het zijn jonge mannetjes. Als hun vriendjes iets gaan doen, moeten zij trainen. Ze moeten er al vroeg voor leven en gemotoriseerde sporten zijn hard. Je kunt perfect zijn, op kop liggen en dan gaat de motor stuk. Daar moeten ze mee kunnen omgaan.'

Jaren voordat de coureurs mogen flaneren in de glamourwereld die Formule 1 heet, bepaalt hun intrinsieke motivatie om te willen racen of ze kaf of koren zijn. Lemmens herinnert zich nog dat Schumacher in een busje naast het circuit sliep. 'Niet gemakkelijk. En zo zijn er wel meer begonnen. Alles start met plezier in wat je doet', zegt hij.

Verstappen met Jenson Button. Beeld Karting Genk

Zes inhaalplekken

Het verklaart waarom sommige coureurs als supersterren terugkeerden naar Genk. Zo parkeerden Vettel en Schumacher een aantal jaren geleden op een zaterdag onaangekondigd hun auto's op de parkeerplaats bij de kartbaan van Lemmens om een dagje tegen elkaar te sparren. 'Karten is voor hun ontspanning', zegt Lemmens. 'Het is net als een profvoetballer die even een balletje trapt op het pleintje waar hij ooit begon. Het zijn intelligente jongens. Ze vergeten hun afkomst niet.'

Zodoende is Lemmens druk met het schudden van handen van coureurs als hij een Grote Prijs bezoekt. Iedereen kent zijn gezicht nog wel. Met McLaren-coureur Jenson Button (35) is de begroeting altijd extra hartelijk.

Drie jaar lang woonde de Brit bij Lemmens in huis, met één missie: zo veel mogelijk karten om ooit de beste F1-coureur van de wereld te worden. Dat lukte de Brit in 2009. Aan de muur in het kantoor van Lemmens hangt een foto van hemzelf en Button, gemaakt op een privéfeestje dat Button organiseerde in Londen na het winnen van zijn wereldtitel.

Elk jaar nodigt Button hem uit voor de Grote Prijs van België. Ook dit jaar. De editie van zondag is voor Lemmens speciaal, omdat met Max Verstappen nu nog een coureur die hij heeft zien opgroeien, deel uitmaakt van het Formule 1-circus.

Ook de band met de familie-Verstappen is hecht. Jos Verstappen was kind aan huis op het circuit. Hij mocht er in de jaren tachtig gratis racen. Als wederdienst hielp hij af en toe mee met het kartmotorenbedrijf van Lemmens. Dat werk varieerde van sleutelen aan motoren tot staan achter de toonbank.

Een jonge Verstappen tussen de pitspoezen. Beeld Karting Genk

Victoria

Tijdens en na zijn F1-carrière kwam Jos altijd terug naar Genk. Max doet hetzelfde. Veel van de spaarzame vrije uren tijdens zijn eerste Formule 1-seizoen bracht hij door op het kartcircuit, onder meer met racen tegen zusje Victoria. 'Hij zei vorige maand zelfs te denken het circuit met een blinddoek op zijn hoofd te kunnen ronden', zegt Lemmens lachend.

Hij komt superlatieven tekort om de prestaties van Verstappen in zijn debuutseizoen in de Formule 1 te omschrijven. In zijn eerste tien races verzamelde de Nederlander 22 punten, met een vierde plek bij de Grote Prijs van Hongarije vorige maand als voorlopig hoogtepunt. 'Fenomenaal', roept Lemmens.

De Belg is ervan overtuigd: het is niet de vraag of de jongen die dertien jaar geleden op zijn baan voor het eerst in een kart stapte wereldkampioen in de Formule 1 zal worden, maar wanneer. Hij erkent wel dat alles staat of valt met een goede bolide. 'Maar ik weet zeker dat de topteams nu al op hem azen. Zo'n coureur zie je eens in de tien jaar. Hoogstens.'

Het zal voor Lemmens betekenen dat de vlaggen met de slogan van zijn circuit nog een aantal jaren kunnen blijven hangen. Het huis van kampioenen heeft er dan een nieuwe bewoner bij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.