Interview Ranomi Kromowidjojo

Waar de nieuwe Ranomi blijft, weet Kromowidjojo zelf ook niet: ‘Kinderen moeten meer in aanraking komen met water’

Als het niet anders kan, dan wil Ranomi Kromowidjojo, drievoudig olympisch kampioen, best het boegbeeld van het Nederlandse zwemmen zijn. En dan zwemmen in de breedste zin van het woord. Niet alleen gericht op die wetenschappelijk klaargestoomde toppers, maar ook op de maatschappelijke positie van de sport, ooit bedoeld om verdrinkingen in Nederland te voorkomen.

Ranomi Kromowidjojo wint de 50 meter vlinderslag tijdens de Swim Cup. Beeld ANP

Op het terras van haar sponsor, het Italiaanse zwemkledingmerk Arena, steekt zij van wal. Ze zegt zich te hebben gefocust op de 100 meter vrije slag die donderdag op de WK wordt afgewerkt, maar ze wil wel een gewogen gedachte formuleren waarom haar sport langzaam maar zeker terrein verliest.

Staccato: ‘Het begint volgens mij met het schoolzwemmen dat onder druk staat. Zwemclubs hebben het steeds moeilijker. In Nederland worden ook steeds meer zwembaden gesloten, er is een gebrek aan 50-meterbaden. En de zwemtrainers bij de clubs doen het bijna allemaal vrijwillig. Een coach van een gemiddelde club in Nederland staat vaker aan de badrand dan drie keer in de week. Dus hij of zij heeft een soort fulltime hobby naast zijn of haar fulltime baan. Dat alles draagt niet bij aan het Nederlandse zwemmen. 

‘Na de estafette van zondag (4x100 vrij, red.) werd me gevraagd waar toch de nieuwe Ranomi blijft. Ik denk dat als die komt, het bijna toeval of geluk is. Wanneer je die opvolging systematisch voor elkaar wilt krijgen, begint dat al met diplomazwemmen en met schoolzwemmen. We moeten kinderen meer in aanraking laten komen met water, zodat de kweekvijver veel groter wordt en we kinderen na het diplomazwemmen kunnen doorsturen naar de zwemclubs. Zo wordt de aanwas groter. Maar daar heb je wel trainers voor nodig, en badwater en zwembaden.’

Toevalstreffer

Tot zover de noodkreet. Ze kent de wereld van het zwemmen als geen ander. ‘Kromo’ ging als kind met haar moeder of oma dagelijks naar het Helperbad in Groningen. Ze zegt zo’n toevalstreffer te zijn. ‘Ik kom niet uit een zwemfamilie, ik kom uit een sportfamilie. Karate ja.’

Dat ze de zwemtop bereikte is te danken aan haar ouders, die hun dochter ‘heel erg’ stimuleerden. ‘Met name mijn moeder. Die dacht: hé dit is wel een waterrat. Dan kom je bij de zwemclub en zegt de trainer: ja, iedere ouder vindt zijn dochter of zijn zoon een nieuwe Pieter of Inge.

‘Toen ik op basisschool zat, was in mijn klas het schoolzwemmen al een gedoe. Het ging erom of ouders wilden rijden en als dat niet kon, dan gingen we niet schoolzwemmen. Nee, er reed geen bus van Sauwerd naar het zwembad in Winsum. Maar we hadden prima kunnen fietsen, hoor.

Beweegprobleem

‘Ik denk niet alleen aan zwemmen als topsport of aan de toekomst van het topzwemmen, maar ook aan de gezondheid van de volgende generatie. Als de baby’s van nu 60 jaar zijn, zullen die niet meer zo gemakkelijk bewegen. De laatste generatie zit en hangt veel. Dat gaat echt problemen opleveren. Met mijn generatie is het al zo. Het zal zich ongetwijfeld oplossen, maar dat beweegprobleem is voor de hele maatschappij wel een dingetje.’

Dan over topzwemmen. Volhouden, het valt velen niet mee. Kromowidjojo (28) zwemt in Gwangju haar 27ste grote internationale kampioenschap. Het veertiende seizoen bij de senioren is bijna afgerond. Het vijftiende, het olympische jaar, staat voor de deur. Ze beschrijft de trainingsijver die ook een gevorderde zwemmer aan de dag moet leggen.

‘Topzwemmen kun je niet voor altijd. Dat ga je niet volhouden met drie, vier trainingen in de week. Daar zit ook het probleem bij die jonge zwemmers. Je moet zoveel trainen. Met twee uurtjes zwemmen ga je geen NK-limiet halen.

‘Ik train negen à tien keer per week. Officieel tien keer twee uur, maar meestal train ik negen keer en niet de volledige twee uur. Als ik klaar ben, dan is Ferry (Weerman, vriend, red.) nog bezig in het bad. Wanneer hij thuiskomt, staat het eten op tafel voor hem.’

Geld verdienen

Zwemmen op topniveau is een serieuze affaire. Zo ondergaat het mondiaal een gedaanteverandering. Dankzij de betalingen bij de World Cups kortebaan, de Fina Champions Series en bij de particuliere ISL (International Swimming League, met een finale in Las Vegas) zijn de toppers van de zwemsport opeens redelijk tot goed betaalde profs.

‘We praten veel. Hoe kunnen we het leuker maken voor het publiek, commercieel aantrekkelijker? Het is tijd voor de Fina om te luisteren naar zwemmers. Voor mij persoonlijk is zwemmen leuker geworden door zulke evenementen. We doen al twaalf of veertien jaar hetzelfde. Dan is zo’n wedstrijd aan de andere kant van de wereld, twee dagen zwemmen en weer terug, opeens heel leuk. 

Jij kan na Tokio (2020 red.) nog vier jaar door, zeggen ze, en dan zwem je voortaan alleen de 50 meter vrije slag. Want je kan er nu geld mee verdienen. Maar als het lichaam niet wil en de geest ook niet, dan ga je niet hard zwemmen.’

Wereldtijd Hongaarse tiener Kristof Milak 

Michael Phelps, de Amerikaanse zwemlegende, raakte woensdag een van zijn geliefdste wereldrecords kwijt. Hij bezat sinds 2000 de beste tijd van de wereld op de 200 meter vlinderslag. Hij verbeterde die toptijd vier keer. Sinds 2009 was de wereldstandaard op het allerzwaarste zwemnummer 1.51,51. Woensdag dook een Hongaarse tiener, Kristof Milak, daar bijna een volle seconde onder: 1.50,73. Milak is 19, werd geboren in het jaar (2000) dat Phelps zijn talent voor het eerst aan de wereld toonde. Vorig jaar, bij de Europese titelstrijd, miste de Hongaar het begeerde record. Woensdag stond er geen maat op het zwemmen van de tempobeul. Halverwege had hij de gelijke tijd als Phelps (52,88), daarna schoof hij over de rode recordlijn die op de tv-schermen wordt getoond. Phelps bezit van zijn vijf wereldrecords er nog twee: de 400 wissel en de 100 vlinder. De 200 vrij, de 200 wissel en nu de 200 vlinder is hij kwijt. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden