WK voetbal Frankrijk 2019

Vrouwen van Oranje voegen vechtersmentaliteit toe aan het Nederlandse voetbal

De vrouwenploeg voegt een nieuwe kwaliteit toe aan de rijke historie van het Nederlandse voetbal: de vechtjas. Als het technisch en tactisch niet vlot, staat er een trots, onvermoeibaar strijderscollectief.

Jill Roord wint in de lucht van de Zweedse Hanna Glass.

Vechtmachine was het eerste betekenisvolle woord van bondscoach Sarina Wiegman op Twitter om de ongelooflijke reis door Frankrijk de beschrijven. Oranje staat in de WK-finale tegen de Amerikanen, zondag in Lyon. Het Nederlands team als een nooit opgevend, saamhorig strijderscollectief. Opofferingsgezind, met bescheiden ego’s. Niet bepaald factoren waaraan je het eerst denkt bij Nederlands voetbal.

Het voetbal van de WK-finalist valt tegen, in technisch opzicht zeker, en tactisch eigenlijk ook. Het is voorspelbaar, angstig soms en met veel fouten. De beoogde toppers Lieke Martens en Shanice van de Sanden spelen een bijrol. Maar het verleden is hoogstens een lastje, geen last. De norm voor de vrouwen is nog onder constructie. Dat is lekker voetballen. Onbevlekt.

De mannen bereikten de WK-finale drie keer, waarbij de eerste keer in 1974 een slagschaduw wierp over alles dat komen ging. Johan Cruijff, Rob Rensenbrink, Willem van Hanegem en co speelden aanvallend wondervoetbal. Zij verhieven voetbal naar het museum van herinneringen. Natuurlijk hadden ook zij vechters als Johan Neeskens, alleskunner Van Hanegem zelf, Wim Rijsbergen en Wim Suurbier. Schitterende vechters zelfs, maar met knokkers alleen was Oranje nooit de wereld overgegaan. Latere bondscoaches als Bert van Marwijk en Louis van Gaal ergerden zich aan de voortdurende verwijzingen naar vroeger, als het om de esthetische waarde van hun voetbal ging. Hun spelers waren minder. Begreep niemand dat dan?

De vrouwen hebben één speler die international werkelijk tot de verbeelding sprak vóór het WK: uitblinker bij de Europese titelstrijd Lieke Martens, al kunnen Jackie Groenen en Vivianne Miedema aardig mee in statuur. Martens liep mank na de zege op Zweden. Onzeker voor de finale.

Jill Roord verving haar. Een vechter, een combinatiespeler. Ze voetbalde hangend op links en wisselde veelvuldig van positie met aanvallende middenvelder Daniëlle van de Donk. Een middenveld met vier opeens, met meer dynamiek, dat pakte goed uit tegen Zweden.

Kring van saamhorigheid 

De kring van saamhorigheid voor de aftrap, met de hele staf inclusief veiligheidsman, is de metaforische ring van ondoordringbare onverzettelijkheid. Bij alle tegenstanders staan alleen de basisspelers voorover gebogen bij elkaar. Bij Oranje iedereen.

Wiegman benadrukt de rol van allen. Ze was zelf een teamspeler bij uitstek. Een vechter. Een bijter. Zij heeft zichzelf geprojecteerd op het elftal. ‘Zo heb ik altijd gevoetbald, in de wetenschap dat je samen meer kunt bereiken dan alleen.’ Ze leerde als speler in de Verenigde Staten. Winnen. Samenwerken. Alles geven.

Die ijzeren wil om te winnen, nu al twaalf duels op twee grote toernooien, is de gouden kracht. De yell, op de tribunes bijna hoorbaar, is smeerolie voor het succes. Telkens blinkt een ander uit. Telkens scoort een ander.

Matchwinner Jackie Groenen laafde zich aan tips van onder anderen Pierre van Hooijdonk, dat ze zichzelf zeker drie keer per wedstrijd in schietpositie moest brengen. En zie: als niet-schutter scoorde ze met een schot. Kijk naar Sari van Veenendaal, de keeper. Ze gooit zich overal voor en huilt heerlijke tranen als ze wint.

De vrouwen zijn blij. Ze dansen door het leven, in het hotel. Ze zijn fris. Ze zijn niet belast met het verleden, dat ze moeten winnen en tevens goed moeten voetballen. Ze voelen geen erfenis van de Oranje-machine, die zondag precies 45 jaar geleden de eerste finale speelde (en verloor), tegen West-Duitsland.

Cultuurtechnische achterstand 

De vrouwen zijn pas een jaar of twaalf min of meer dagelijks met voetbal bezig, sinds de oprichting van de eredivisie. Ze liggen cultuurtechnisch decennia achter bij de mannen. Ze leefden met hun meisjesdromen, opdat ze eens met voetbal een boterham konden verdienen. Dat hoefde niet per se met hemels aanvalsspel. ‘We willen graag de bal. We zijn Nederland’, zei Van Veenendaal. Maar de noodzaak ontbreekt en de gesel van kritiek is redelijk mild. Er is geen vroeger. Vroeger was er namelijk niets.

En dus staat Merel van Dongen intens te genieten na de zege op Zweden. Ze weet dat ze beter moet, dat ze te veel balverlies lijdt, dat haar rechterbeen niet goed genoeg is en dat ze niet de snelste is. Maar kom op. Ze mocht niet eens mee naar het EK. Nu is ze basisspeler. Hoe ze zondag als linksback Tobin Heath moet afstoppen, is een zorg voor morgen. Mag ze nu even genieten?

De aanval en het middenveld zouden Nederland ver brengen. De verdediging moest gewoon één doelpuntje minder incasseren dan de paradepaardjes voorin zouden maken. Maar Martens en Van de Sanden spelen de tweede viool, terwijl ze de orkestleiders hadden moeten zijn. Het middenveld is goed. Die kleine Van den Donk rent, sprint, glijdt, blokt. Haar genialiteit gaat geregeld schuil achter haar heerlijke vechtersmentaliteit. Groenen begon het toernooi matig. Ze is elke wedstrijd beter. Haar veelzijdigheid ontbolstert.

Centrale verdediger Stefanie van der Gragt, met een vlag om haar lijf gedrapeerd, verklaarde Oranje nader: ‘We hebben gevochten als leeuwinnen, we vechten voor elke meter. Aan de bal kan het beter, maar wat maakt het uit. Wat boeit het. Als het voetballend niet gaat, hebben we een andere kracht. We zijn zo sterk als team dat we het volhouden tot het einde. We kunnen in de 120ste minuut nog alles geven, zoveel meters maken. We gaan opnieuw alles geven, nog één wedstrijd. We kijken ook steeds per wedstrijd. Gaat het met mooi voetbal, dan gaat het met mooi voetbal. Anders niet.’

Dat is eigenlijk het evangelie, gevoegd bij uitstekende fitheid, opgedaan bij de clubs en in de strenge voorbereiding in Nederland. Nog één keer met energie smijten, tegen die andere vechters, de huizenhoge favoriet uit Amerika. Hoe het ook afloopt, de oranje vechtmachine zal strijden tot de laatste druppel brandstof.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden