Vormgever van de Commerciële Spelen

Hoe omstreden hij ook was, Juan Antonio Samaranch redde de Olympische Spelen van de ondergang...

Niemand is onmisbaar, zei hij aan het eind van zijn voorzitterschap. ‘Het kerkhof ligt vol mensen die ooit dachten dat ze onmisbaar waren’, zei Juan Antonio Samaranch in 2001, vlak voordat hij zou worden opgevolgd door Jacques Rogge als president van het Internationaal Olympisch Comité.

Samaranch, die woensdag op 89-jarige leeftijd overleed, keek met tevredenheid terug op zijn voorzitterschap. ‘Ik geloof dat we het goed gedaan hebben’, zei de Spanjaard. ‘Waar ik alleen veel spijt van heb, is het gebeuren rond de uitverkiezing van Salt Lake City.’

In december 1998 werd bekend dat een aantal IOC-leden hun stem had ‘verkocht’ aan de Amerikaanse stad. De brave mormonenstad in Utah had al sinds 1929 gepoogd de Winterspelen op een nette manier in huis te krijgen. Steeds was dat niet gelukt. Totdat de Amerikanen erachter kwamen dat het Japanse Nagano (dat de Spelen van 1998 organiseerde) stemmen van IOC leden had ‘gekocht’.

Toen ze daarvan hoorden, ging bij de mormonen ook het roer om. Bezoekende IOC-leden werden in de watten gelegd, sommigen kwamen wel zesmaal terug, niet om naar de bouwplannen van weer een schaatshal te komen kijken, maar om uitgebreid te winkelen. Op kosten van de koffie- en alcoholloze mormonenstad, die zo desperaat olympisch wilde worden. Een Afrikaan bedong studiebeurzen voor zijn kinderen, en liet zijn vrouw en schoonmoeder medisch behandelen, gratis. Met succes: niet Sion of Östersund, maar Salt Lake City kreeg in 1995 de Winterspelen van 2002 toegewezen.

Of Samaranch van de corruptie op de hoogte was, is onduidelijk. Maar toen het nieuws naar een lokale radioverslaggever lekte, zag hij zich genoodzaakt grote schoonmaak te houden. Vier leden stapten vrijwillig op, zes IOC-leden werden ‘ontslagen’, een tiental kreeg een ernstige reprimande, zoals IOC-lid Anton Geesink, die 5000 dollar had gekregen voor zijn Mobiele Olympische Academie.

Tijdens zijn presidentschap was Juan Antonio Samaranch een bestuurder die vragen van kritische journalisten over doping of corruptie uit de weg ging. Nauwelijks bekend is dat hij als jonge journalist de controverse niet ontliep. De zoon uit een vooraanstaande Catalaanse familie was in de jaren veertig en vijftig, in het Spanje van Franco, een aantal jaren journalist.

In 1943 schreef hij een kritisch verslag over een bekerduel dat ‘zijn’ Barcelona met 11-1 verloor van Real Madrid, na druk van de Guardia Civil (‘als jullie niet verliezen, verlaten jullie niet levend de kleedkamers’). De jongeman verloor zijn perspas.

Hij mocht pas weer schrijven in 1952 tijdens de Olympische Spelen in Helsinki. Daar raakte hij, op het moment dat de Tsjechische atleet Emil Zatopek op de marathon het stadion binnensnelde, in de ban van de ‘olympische geest’. ‘Zatopek! Zatopek!’, brulde het Finse publiek.

Het enthousiasme betoverde Samaranch. Twaalf jaar later was hij IOC-lid en weer 28 jaar later kwam een andere droom uit. Hij opende als machtigste sportfunctionaris op aarde de Olympische Spelen in zijn geboortestad, Barcelona.

Was hij in zijn jonge jaren nog kritisch geweest over Real Madrid, de club van Franco, in de jaren zestig maakte hij – als lid van de Falange, de partij van diezelfde Franco – deel uit van regionale regeringen.

Het is een rol die hij later zou bagatelliseren, maar die door gestaalde critici als Andrew Jennings, die drie boeken over het IOC zou schrijven, steeds werd opgerakeld. Jennings in 2000 in de Volkskrant: ‘Samaranch is altijd een fascist gebleven, een liefhebber van nazi-aerobics. Ken je die? Daarbij gaat de rechterarm steeds omhoog.’

Jennings beschreef de schimmige lijnen tussen de preses en Horst Dassler, de oprichter van sportmerk Adidas, met Franse oliemagnaten, met de Russische maffia. Volgens Jennings bestuurde Samaranch het IOC als een ‘soort Kremlin’.

Over het Kremlin gesproken: in de jaren zeventig was Samaranch de Spaanse ambassadeur in Moskou. Dankzij zijn warme contacten in het Oostblok werd hij, zo wil het verhaal, in 1980 tot president van het IOC gekozen als opvolger van de brave Lord Killanin, die de voorzittershamer in 1972 van Avery Brundage had overgenomen. Brundage, de preses die na de moord op Israëlische atleten in München beroemd werd met zijn The games must go on, wilde geen professionele atleten op ‘zijn’ Olympische Spelen. Samaranch liet de profs wel toe. Onder zijn bewind kwamen sportmiljonairs als Boris Becker, Wayne Gretzky en Michael Jordan naar de Spelen.

Bovendien bracht hij de olympische beweging, die na de Spelen van Montreal zo goed als failliet was, financieel weer op orde. Na de Spelen van Los Angeles (1984) die commercieel zeer succesvol waren, wilde elke grote stad het evenement binnenhalen. Uitzendrechten werden voor vele miljarden verkocht aan Amerikaanse televisiezenders; grote, rijke sponsors stonden in de rij.

Ook maakte hij er een eind aan dat de Spelen speelbal waren van de politiek. In de jaren zeventig boycotten Afrikaanse landen het evenement in Montreal (vanwege de apartheid in Zuid-Afrika), in 1980 en 1984 boycotten de VS en de Sovjet-Unie elkaars Spelen. Vier jaar later, in Seoul, waren 163 van de toen 167 lidstaten van het IOC vertegenwoordigd.

Samaranch voelde de tijdgeest goed aan. Onder zijn vleugels konden ook vrouwen lid worden van het Internationaal Comité, dat voordien vooral een clubje van blanke, adellijke mannen was geweest.

Na zijn aftreden verdween Samaranch, wiens zoon Juan junior nu IOC-lid is, niet uit het openbare leven. Hij bleef erevoorzitter en was onlangs nog present in Vancouver, al moest hij ondersteund worden door een assistente. Het zouden de laatste wedstrijden zijn voor de Spanjaard, die als voorzitter al ‘zijn’ Spelen, behalve die van Atlanta, afsloot met de woorden: ‘Dit waren de beste Spelen ooit.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.