Vooruitgang

Achter de hoon die de Amsterdam Arena weet op te wekken, ontwaart Ronald Ockhuysen een afkeer van vooruitgang. Alsof het vroeger allemaal zoveel beter was....

AMSTERDAM ARENA. Twee woorden slechts, maar altijd goed voor een honende lach. Noem deze woorden op een verjaardagspartij, en de stemming zit er onmiddellijk in.

Het voetbalstadion is niet zomaar een bron van spot. De Arena heeft in zijn korte bestaan een symbolische waarde gekregen - lachen om de 'plaggenhut' is een lange neus trekken naar de commercialisering van de maatschappij.

'Ajax moet zich schamen voor de Arena', schreef grappenmaker Youp van 't Hek, fervent bestrijder van het stadion, in NRC Handelsblad. 'Afbreken', adviseerde hij.

Voor Van 't Hek, een multimiljonair uit de Amsterdamse grachtengordel, is de Arena synoniem met 'ranzige commercie'. Hij mist er 'clubliefde' en 'gevoel'. En zoals het gaat met populisten: het volk kakelt hem na.

Waarom toch? Wat kan er tegen een stadion zijn waarin het publiek, ondanks regenval, droog blijft? Wat is er, kortom, tegen vooruitgang?

De werkelijkheid laat zich lastig duiden wanneer nostalgie verblindt. Zoals ouderen opgeven over de goede oude tijd (daarmee voorbijgaand aan armoede en oorlog), zo orakelen cabaretiers en journalisten met weemoed over de jaren waarin Nederland aan de wederopbouw werkte - een overzichtelijke periode waarin ons eten uit aardappelen bestond en de televisie twee kanalen telde.

Het oude Ajax-stadion De Meer krijgt van deze nostalgische lieden een heilige waarde toegedicht. Het was in hun ogen een plek waar eendracht en passie hand in hand gingen en waar een zondagmiddag langs de lijn niks minder was dan een verbond van vrolijk sigaren rokende clubmannen tegen de lelijke buitenwereld.

De waarheid is anders. Wie wedstrijden in De Meer bezocht, weet hoe het er echt aan toeging. Een zitplaats veroveren was een hellegang, omdat alle supporters zich samenpersten op het bovenste deel van de tribune - de onderste rijen boden louter zicht op prikkeldraad.

Daarbij was de kans aanwezig om naast een vak met supporters van de bezoekende club terecht te komen. Zij luisterden hun uitje naar Amsterdam doorgaans op met het gooien van loden knikkers - een reden om de kinderen thuis te laten. En dan de spelonken: vol met urine, waarvan de geur al op meters afstand het reukvermogen tartte. Sfeer!

In de Arena heeft iedereen een fijne stoel, hekken zijn er niet en alom aanwezige stewards weten altijd te vertellen waar de toiletten zich bevinden. Ook mooi: dankzij business-stoelen, die veel inkomsten opleveren, kan Ajax alle voetballiefhebbers een seizoenkaart voor 300 gulden aanbieden. Mensen met een laag inkomen kunnen zo naar het voetbal voor nog geen achttien gulden per wedstrijd, een prijs die onder de kosten ligt van een gesubsidieerd theaterkaartje.

De spotzucht over de Arena - en impliciet over de verzakelijking van de maatschappij - wordt door schijnheilige sentimenten gestut. Het gaat goed met Nederland. De inkomsten blijven stijgen. De werkloosheid daalt. Blijkbaar leiden die verworvenheden tot een ongemakkelijk gevoel dat bij voorkeur wordt weggestopt achter een sarcastisch masker.

In de geest van Calvijn is een luxe voetbalstadion iets dat schaamte oproept in plaats van trots - een reactie die vergelijkbaar is met de verontwaardiging die Nederland overspoelt zodra bekend wordt dat topmanagers miljoenen verdienen, terwijl niemand opkijkt van het bericht dat hedendaagse multinationals het ethisch ondernemerschap veel serieuzer nemen dan hun voorgangers.

Commercialisering is niet slecht - meer geld betekent niet per definitie dat de normen vervagen. En jazeker: de Arena kan als het symbool van de huidige welvaart worden beschouwd. Het geld kan en mag rollen. In een omgeving die veilig is en toegankelijk voor iedereen.

Wie denkt dat comfort de authenticiteit van tradities aantast, lijdt aan cultuurpessimisme. Als therapie moeten deze zwartkijkers maar eens oude video's van Studio Sport doorspoelen: stadions die ogen als vestingen in oorlogstijd, met te veel mensen in te krappe vakken en vuurwerkbommen of delen hekwerk als warm welkom voor de tegenstander. Laat de zwartkijkers vooral ook letten op de extra hoge hekken voor de goedkope vakken - over verzakelijking en kilte gesproken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden