Reportage Teamsporten op spelen

Voor zes nationale ploegen nadert het uur van de waarheid: wel of niet naar Spelen

Voor tientallen sporters breken er spannende tijden aan. De komende maanden vinden er meerdere olympische kwalificatietoernooien voor teamsporten plaats. 

Martine Smeets van Nederland in de Future Arena tijdens de halve finale tegen Frankrijk op de Olympische Spelen van Rio. Beeld ANP

De Nederlandse olympische topsport hecht zeer aan olympische vertegenwoordiging in teamsporten. Het door technisch directeur Joop Alberda ingezette beleid, sinds 1996, is door opvolger Maurits Hendriks één-op-één doorgezet. ‘Teamsporten houden de aandacht vast over de hele lengte van de Olympische Spelen. Van dag één tot dag laatst. Dat is zeker van waarde’, aldus Hendriks.

Na het debacle van Londen 2012, waar Nederland slechts in één teamsport (hockey) maar dan wel met twee teams was vertegenwoordigd, zijn de investeringen van het Nederlandse olympisch comité NOCNSF serieus opgevoerd. Hendriks: ‘Er is nadien een speciaal plan voor geschreven, onder leiding van prestatiemanager Arjen Boonstoppel. We zijn toen dieper gaan ondersteunen, vooral met ploegen rond de twaalfde plek op de wereldranglijst zoals de volleybalsters, de waterpolosters, de basketbalsters en de handbalsters.’

In Rio 2016 was de Nederlandse afvaardiging op teamsportgebied verdubbeld, naar vier. Naast de twee hockeyelftallen waren daar het nationale vrouwenvolleybalteam (voor het eerst sinds 1996) en de vrouwenhandbalploeg. Dat team beleefde een primeur. Nederland had een volkomen blanco handbalgeschiedenis.

Voor Tokio 2020, met per 2017 geïntensiveerde investeringen uit de geldpot van NOCNSF, is de oogst in de afdeling teamsport vooralsnog beperkter. De tussenstand is drie.

De twee hockeyelftallen van Nederland hebben zich per traditie geplaatst. De eerst gekwalificeerde voor de Spelen was opmerkelijk genoeg het Nederlands voetbalelftal bij de vrouwen, ook wel de Leeuwinnen genaamd. Hun tweede plaats bij het WK van de voorbije zomer gaf directe toegang tot Tokio.

Directeur Maurits Hendriks, als chef de mission voor Tokio vervangen door de oud-zwemmer Pieter van den Hoogenband, is met het oog op de komende maanden, vol kwalificatietoernooien, niet overdreven optimistisch. ‘Drie wordt niet zomaar vijf’, is zijn inschatting. ‘Het wordt nog een hele zware opgave.’

Maurits Hendriks. Beeld ANP

Zes Nederlandse ploegen, uit de negen klassieke teamsporten van het olympische programma, maken nog kans tot de Spelen te geraken. Het zijn allereerst de twee volleybalteams die begin januari in Apeldoorn (vrouwen) en Berlijn (mannen) om hun laatste olympische kans spelen.

De handbalsters, bij de afgelopen Spelen nog vierde, beginnen zaterdag aan het WK in Japan dat een voorkwalificatie is voor Tokio. Eind maart, van 20 tot 22, wordt de kwalificatie afgerond met drie toernooien, waarin telkens twee tickets te verdienen zijn. Slechts als Nederland in Japan wereldkampioen wordt of in de finale tegen Europees kampioen Frankrijk uitkomt, is sprake van een directe plaatsing voor Tokio.

In datzelfde maart spelen de honkballers in Taiwan om het laatste toegangsbewijs voor het olympische toernooi in Tokio, waaraan slechts zes landen deelnemen. Hun kansen worden laag ingeschat. De in Amerika spelende talenten zijn niet beschikbaar wegens de voorjaarstrainingen van hun profclubs.

De nationale ploegen vijf en zes met olympische kwalificatiekarweien in het volgende jaar zijn die van de waterpoloërs en de waterpolosters. De vrouwen, in 2008 goed voor goud en daarna tweemaal falend in de toegang tot de Spelen, hebben al twee kansen vermorst, maar zij kunnen via de Europese titelstrijd van januari in Boedapest het ticket veroveren. Anders hebben ze nog een laatste ontsnappingsroute, via het OKT in Italië.

Voor de mannen, van lagere internationale rangorde dan de vrouwen, wordt dat OKT (olympisch kwalificatie-toernooi) in Rotterdam gehouden. Het is een van manieren, waarop NOCNSF en betrokken bonden - in dit geval de KNZB – trachten de olympische toegang voor hun sportteams te vergemakkelijken. De softbalsters speelden in Utrecht; zonder succes. De volleyballers speelden in ronde één in Rotterdam. De investering, omtrent acht ton, leverde geen rendement.

Nu is voor de volleybalsters het Europese kwalificatietoernooi van januari naar Apeldoorn gehaald. Dat heeft 1,25 miljoen euro gekost, ter maximalisatie van de kans. NOCNSF heeft daaraan bijgedragen, meldt Hendriks. ‘Uiteraard hebben we meegedaan. We denken mee over de beste route. Er gaat al heel veel geld in vanuit de gezamenlijke middelen. Dan is het zaak dat je ook meedenkt in die belangrijke laatste fase.’

In die sfeer tracht het Nederlands Handbal Verbond NHV in maart het populaire vrouwenteam onder te brengen in een OKT te Breda. Daar is een nieuwe evenementenhal geopend, Breepark, met zesduizend plaatsen. Hendriks: ‘Het valt op. Steden en gemeenten doen meer mee.’

Dinsdag werd in Zeist vergaderd door de technisch directeuren van de Nederlandse topsport. Daar ging het over factoren die van belang zijn voor de toekomst van de Nederlandse teamsporten. Hendriks, over een conclusie: ‘Nederland is gebaat bij sterkere clubcompetities. Nu gaan talenten van onze academies op steeds jongere leeftijd naar het buitenland. Omdat ze de sterkste competities nodig hebben voor hun ontwikkeling. Het zou mooi zijn als we eens een sterke Nederlandse volleybalcompetitie zouden krijgen. Dan wordt er naar de gemeenten gekeken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden