ReportageOlympisch kwalificatietoernooi

Voor waterpolosters draait alles in Triëst om die ene wedstrijd: de halve finale van zaterdag

Het gaat, zo benadrukt bondscoach Arno Havenga, bij het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) waterpolo van deze week maar om één wedstrijd. Niets meer, niet minder. 

Waterpoloster Ilse Koolhaas tijdens het olympisch kwalificatietoernooi tegen Slowakije. Beeld ANP
Waterpoloster Ilse Koolhaas tijdens het olympisch kwalificatietoernooi tegen Slowakije.Beeld ANP

Akkoord, er zijn acht landen in het Italiaanse Triëst, er zijn zes wedstrijddagen en op zondag is er zelfs een heuse finale. Maar die ene, in belang alles overtreffende wedstrijd is de halve finale van zaterdag.

Als de Nederlandse vrouwen die halve finale winnen, dan is het felbegeerde olympische ticket binnen. Dan kunnen de 178 dagen naar Tokio 2021 worden afgeteld. Als de Zomerspelen in Japan doorgaan, al wordt die twijfel in het wereldje van het waterpolo niet hardop gedebiteerd.

‘Ik heb in onze voorbereiding op het OKT duidelijk ingezet op één wedstrijd pieken. We spelen in de berekeningen een halve finale tegen Griekenland of Hongarije. Alle twee sterke ploegen met verschillende speelstijlen. Die dag moet je er staan. De winnaars van de halve finales gaan naar Tokio. Ik heb dat in ons trainingskamp van zes weken in Zeist voortdurend benoemd. Vorige week is het in de wedstrijdvoorbereiding alleen maar over Griekenland en Hongarije gegaan’, zegt Havenga die zondag met zijn ploeg naar Italië is gereisd.

Geduchte tegenstander

In de poulewedstrijden is het thuisland woensdag nog een geduchte tegenstander, maar die wedstrijd is onbelangrijk. Of Nederland eerste dan wel tweede wordt in de vier teams tellende poule (Slowakije en Frankrijk kunnen deze twee toplanden in het vrouwenwaterpolo niet aan) maakt volgens Havenga geen verschil. 

Nederland heeft met winnen of verliezen tegen Italië toch geen greep op de uiteindelijke tegenstander in de halve-eindstrijd. Havenga’s uitleg: ‘Hongarije en Griekenland spelen hun onderlinge poulewedstrijd daags na Nederland-Italië.’

Het OKT in het Bruno Bianchi-stadion van Triëst, negen jaar geleden ook het toneel van zo’n meespelend toernooi, zou tien maanden geleden hebben moeten plaatsvinden. Nederland had zich voorbereid met een trainingsweek in Zeist en Amersfoort tegen de olympisch kampioen Verenigde Staten, maar zag het toernooi wegens de corona-pandemie eerst twee maanden uitgesteld, tot mei, en daarna geheel afgelast. Het verscheen uiteindelijk voor de eerste maand van 2021 op de kalender.

Er is een voordeel aan de verplaatsing, zegt Havenga. En hij refereert aan 2016 en in zekere zin ook aan het afgelaste 2020. ‘Het grote verschil met 2016 is, en dat dreigde vorig jaar ook weer te ontstaan, dat we nu niet kort na een deceptie onze olympische kwalificatie moeten spelen. In 2016 hadden we het OKT van Gouda twee maanden na de verloren EK-finale van Hongarije, waarbij we toen al, in Belgrado, het olympische ticket uit handen gaven. In de poule van dat EK wonnen we royaal van de Hongaren, maar in de finale, om de titel en het ticket, speelden zij het heel slim heel fysiek en wij hebben ons toen laten intimideren.’

Bad van stroop

Dat nadeel van de teleurstelling was in maart 2016 in Gouda te merken, toen een kwartfinale tegen Spanje voor een uitpuilend Groenhovenbad voor de Nederlandse poloërs een uitzonderlijke gelegenheid leek om zich olympisch te kwalificeren. Het ging mis. De ploeg leek in een bad van stroop te zwemmen. Spanje won, Nederland, mentaal aangeslagen, droop af.

Vorig jaar januari was er bij het EK in Hongarije weer zo’n inleidende deceptie. In de halve finale verloor de nationale ploeg, na een strafworpenserie, van Rusland dat zich daarmee direct geplaatst wist voor Tokio. De olympische plaatsing, in 2012 ook al mislukt, begon voor de olympisch kampioen van Peking 2008 een ware obsessie te worden. De armen voelden zwaar op beslissende momenten.

Die gevoelens moeten de Nederlandse waterpolosters, zeker zaterdag, in de kleedkamers achterlaten. Er is op gehamerd, door sportpsycholoog Jutta Hulshof. ‘Zij is betrokken bij ons. Ze spreekt speelsters individueel, ons als staf. En af en toe met het hele team. Dan is presteren onder druk een thema, maar het gaat ook over focus, concentratie en stressregulatie.’

De aanloop naar het OKT van Triëst is er een van aanpassingen geweest. Er was één tegenstander beschikbaar, Spanje, in de eerste week van het jaar. ‘Maar voor drie dagen daar naar toe, dat vonden we in deze coronatijd een te groot risico. Griekenland heeft het wel gedaan. 

‘Hongarije heeft tegen jongens gespeeld. Dat hebben we ook overwogen, maar die gasten gaan naar school. Wij zitten in een bubbel. Dan is er kans op besmetting. We hebben er een streep door gezet. We doen ’t met onderlinge wedstrijd. Daar stond iedereen achter.’

Waterpolosters rollen slowakije op

De Nederlandse waterpolosters zijn het olympisch kwalificatietoernooi in Triëst dinsdag begonnen met een bijzonder ruime én verwachte overwinning op Slowakije: 22-2. Maartje Keuning van het Spaanse Sabadell wastopscorer met zes treffers. Maud Megens maakte er vier. Bij 18-0 in het laatste kwart maakten de Slowaaksen, die nauwelijks aan aanvallen toekwamen, hun eerste doelpunt. Karin Kackova, één van de vele jeugdige speelsters, was daarvoor verantwoordelijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden