'Voor kind-zijn was geen ruimte'

Jeannette van Ravenstijn (58) werd op de Spelen van 1976 uitgeroepen tot Miss Montreal. Maar er is ook een schaduwkant: het regime van haar coach bezorgde haar een groot psychisch litteken.

Voormalig turnster Jeannette van Ravenstijn. Beeld Jiri Buller
Voormalig turnster Jeannette van Ravenstijn.Beeld Jiri Buller

'Van de verkiezing tot mooiste sporter van Montreal heb ik tijdens de Spelen niets mee gekregen. Het was ook helemaal geen officiele prijs, een groepje fotografen had dat onderling bepaald. Het enige wat ik er aan overhield was een gratis fotoshoot met de grootste man ter wereld. Stond ik daar als 17-jarige, naast een reus van 2.30 meter en schoenmaat 56.

Als klein meisje had ik op tv beelden gezien van het turnen op de Spelen van Mexico. Ik wist meteen: dat wil ik ook. Vanaf dat moment stond mijn jeugd in het teken van turnen. Vanuit Eindhoven reisde ik vijf keer per week naar Papendal om daar drieënhalf uur te trainen. De Hongaarse Eva Bartha was onze coach. Ze was gehaald om resultaten te boeken en daarvoor moest alles wijken.

Nu weet ik: wat daar gebeurde, was niet normaal. Als we eten opschepten moesten we eerst aan haar laten zien wat er op ons bord lag. Soms probeerden we stiekem een boterham met hagelslag onder het dienblad te verstoppen. Maar als Eva dat ontdekte, wachtte een afstraffing. Alles draaide om discipline. Voor kind-zijn was geen ruimte.

Ik weet nog goed dat ik in Montreal tegen mijn teamgenootje Joke Kos zei: als ik thuis kom, stop ik ermee. Mijn geluk was dat die verkiezing van Miss Montreal breed werd opgepakt in Nederland. Ik had nog maar een paar stappen op Schiphol gezet of Adidas hield me al een contract voor, als model.

Ik heb vervolgens de hele wereld over gereisd om modeshows te lopen, fotoshoots te doen en in showballetten te dansen. Eindelijk was ik op m'n plek. In die zin ben ik het turnen dankbaar. Maar er is ook een schaduwkant: het regime van Bartha heeft me een groot psychisch litteken bezorgd.

Mijn vriend was de eerste die dat doorhad. Wilde hij mijn medailles in een prijzenkastje ophangen, reageerde ik geprikkeld. Was er turnen op tv, draaide ik mijn hoofd weg. En toen we een keer langs Bochum reden, raakte ik volledig in paniek. Bartha wilde ooit dat ik daar verplicht een week zou doorbrengen met een trainer die ik niet vertrouwde. Na die paniekaanval besloot ik hulp te zoeken.

Bij een psycholoog kwam alles er uit, voor het eerst heb ik me toen kunnen uiten. Maar nog steeds heb ik dromen waarin de faalangst een grote rol speelt. Dan zie ik mezelf weer zwaaien op die brug. Met de meiden van toen heb ik gelukkig nog steeds contact. Binnenkort gaan we een dagje naar de sauna. Het fijne is: we hebben aan één woord genoeg om elkaar te begrijpen.

Deze zomer heb ik voor het eerst weer naar turnen gekeken op de Olympische Spelen. Ik heb genoten van Sanne Wevers. Zó knap wat zij heeft gedaan. Aan de andere kant heb ik me ontzettend geërgerd aan de beslissing om Yuri van Gelder naar huis te sturen. Ik dacht meteen: die bobo's mogen dus lekker slempen aan de bar, terwijl de sporters als kinderen worden behandeld. Eigenlijk is er maar weinig veranderd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden