ReportageJudotraining

Voor een judoka is het nep te trainen met een levenloze pop

Noël van't End traint met tegenzin met een pop, op de muur wijze muren van Mark Spitz. Beeld Klaas Jan van der Weij

Door de coronamaatregelen kunnen judoka’s tot 1 september alleen sparren met een verzwaarde pop. Dit tot grote onvrede van wereldkampioen Noël van ‘t End (29). ‘Het wordt hoog tijd dat ik weer normaal kan trainen.’

Met een ferme schouderworp gooit judoka Noël van ‘t End zijn tegenstander plat op de rug: ippon. Waar normaal een gevoel van onoverwinnelijkheid zich meester zou maken van de regerend wereldkampioen in de klasse tot 90 kilogram, doet het hem tijdens een training in de Ruskahal op Papendal weinig. Hij heeft niet een tegenstander van vlees en bloed verslagen, maar een levenloze pop van leer. ‘Het lijkt in de verste verte niet op een echte judopartij’, zegt de 29-jarige Van ‘t End.

Topsporters mogen van het kabinet sinds eind april weer sporten. Zij het onder strikte voorwaarden. En op anderhalve meter afstand. Contact maken is tot 1 september niet toegestaan. Dus dienen de zwarte poppen zonder judopak tot die tijd als sparringpartner.

Tot onvrede van Van ’t End en andere judoka’s. Als het aan hen ligt worden de poppen zo snel mogelijk ingeruild voor echte opponenten. ‘Bij judo draait het om actie reactie. Je anticipeert op wat je tegenstander doet’, zegt Van ’t End. ‘Maar deze poppen reageren niet. Het enige wat ze doen, is lusteloos een kant op leunen. Dat heb ik een judoka nog nooit zien doen.’

De Nederlandse judoka’s worden gesteund door NOCNSF. De nationale sportkoepel heeft bij het ministerie van VWS een veiligheidsprotocol ingediend waarbij topsporters weer kunnen trainen zonder dat ze anderhalve meter afstand moeten houden. Voor Van ’t End is het naar eigen zeggen van groot belang dat hij zo snel mogelijk weer het pak van zijn tegenstanders  kan vastgrijpen in plaats van dat zijn handen over het gladde leer van de pop glijden.

Judo lijkt te draaien om een spectaculaire houdgreep of verrassende schouderworp. Maar daar gaat iets cruciaals aan vooraf. Het gevecht om de positie van de handen op het pak van de tegenstander: het pakkingsgevecht. Zodra Van ’t End het pak van zijn tegenstanders probeert vast te pakken, rukken die zich los. Bij elke beweging die zijn tegenstanders maken, krijgen zijn vingers een optater. De druk is enorm. Toch mag hij niet meer loslaten.

Van ’t End schat dat de uitkomst van zijn gevechten voor driekwart wordt bepaald door hoe hij zijn tegenstander vastpakt. Niet voor niks noemde de breedgeschouderde judoka na het behalen van zijn wereldtitel vorig jaar zijn knoestige handen als belangrijkste wapen. Maar juist dat wapen kan hij al meer dan drie maanden niet trainen. ‘Ik train mijn handen door zo lang mogelijk aan een stang te hangen. Maar de klappen die je vingers te verduren krijgen wanneer een tegenstander zich losrukt, kun je niet nabootsen.’

De judobond heeft een draaiboek klaar liggen hoe de 48 judoka’s die op Papendal trainen op een veilige manier aan de gang kunnen zonder anderhalve meter afstand te houden. Als het aan Tjaart Kloosterboer, directeur topsport bij de judobond, ligt, worden alle judoka’s vooraf aan een coronatest onderworpen en wordt dagelijks hun temperatuur gemeten. Ook kunnen de judoka’s de komende tijd in quarantaine in het sporthotel op Papendal, zodat zij met niemand anders in contact komen.

‘Het gaat om een relatief kleine en beheersbare groep sporters’, zegt Kloosterboer, die niet de illusie heeft dat de poorten ineens wagenwijd open kunnen. ‘De eerste twee weken krijgt ieder gezond verklaarde judoka een vaste sparringpartner, zodat zij maar met één persoon fysiek contact hebben. Wanneer dat goed gaat, kunnen we dat langzaam uitbreiden.’

Van ’t End vindt het geen probleem om een paar weken in quarantaine te gaan. Alles beter dan de verzwaarde poppen die deze middag verspreid liggen door de Ruskahal. De zwaarste weegt 60 kilo. Maar voor Van ’t End voelt de levenloze pop zwaarder dan een dynamische spierbonk van 90 kilo. ‘Dood gewicht is heel anders dan iemand die in beweging is. Wanneer je op het goede moment een worp inzet, gebruik je het gewicht van je tegenstander. Maar dat is bij een pop niet mogelijk.’

Voor Van ’t End voelt het of hij al drie maanden stilstaat. Of beter gezegd: achteruitgaat. Terwijl hij zich vooral bezighoudt met kracht- en conditietraining, mogen zijn concurrenten in onder meer Duitsland, Frankrijk, Zweden, Tsjechië en Montenegro zonder restricties weer trainen. In Oezbekistan zijn de judoka’s nooit gestopt.

De Europese Judofederatie is voornemens om vanaf september weer te starten met wedstrijden. Begin november staat het EK in Tsjechië gepland. Belangrijker zijn de Olympische Spelen volgend jaar. Als kersvers wereldkampioen zou Van ’t End deze zomer vol vertrouwen de befaamde Budokan-hal in Tokio binnenstappen. Maar voor zijn gevoel loopt hij nu per dag een grotere achterstand op.

Na de Spelen van Rio in 2016 judode Van ’t End vijf maanden niet. Hij moest er naar eigen zeggen een halfjaar voor boeten. Dat de huidige judoloze periode invloed heeft op de Spelen volgend jaar, durft hij zonder twijfel te stellen. Al weet hij nog niet hoe groot die invloed is. ‘Het wordt hoog tijd dat ik weer normaal kan trainen. Want één ding weet ik zeker: op deze manier gaat het niet lukken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden