Voor afgevallen wielerprofs gaat het vangnet verdwijnen

De geldschieters van de derde Nederlandse wielerploeg, Foreldorado/Golff, stoppen ermee. Volgens ploegleider Peter Verbeek is dat een ramp voor het Nederlandse wielrennen: er zal een belangrijke schakel tussen profs en amateurs wegvallen....

Van onze verslaggever

EINDHOVEN

De plannen waren zo mooi: een profploeg voor de resultaten en een amateurploeg om de doorstroming te bevorderen. Godert de Leeuw won direct een rit in de Ronde van Mallorca, maar de volgende dag brak dezelfde renner zijn sleutelbeen.

Het was de voorbode voor meer tegenslag. De pogingen om de 25ste ploeg ter wereld te worden liepen vast. De ploeg bleef steken op twaalf overwinningen. Ploegleider Schür trok zijn conclusies en maakte plaats voor Peter Verbeek.

Verbeek, een 31-jarige sportschoolhouder uit Eindhoven, had nog weinig ervaring. In het eerste jaar reed hij in de ploegleiderswagen achter het amateurpeloton. De Foreldorado-renners stelden hem kandidaat nadat Hennie Kuiper, Jacques Hanegraaf en Jelle Nijdam hadden bedankt voor de eer.

Verbeek: 'Het wielrennen is een conservatieve, gesloten wereld. Mijn aanstelling riep veel weerstand op, zonder dat iemand zich afvroeg wie ik was. Het is blijkbaar volstrekt normaal als een renner met zes klassen lagere school van de fiets wordt getrokken en in de auto wordt gezet. Niemand staat er bij stil dat zo'n man een administratie moet voeren van een paar miljoen per jaar. Maar als iemand met een opleiding sportmanagement het werk gaat doen, kan het ineens niet.'

Verbeeks aanpak sloeg aan bij de renners. De hele winter werd een dag per week in de sportschool aan krachttraining gedaan. Naderhand werd een groepstraining op de weg afgewerkt. Tijdens een trainingskamp op Mallorca werden de puntjes op de i gezet.

De aanpak van Verbeek werd bekritiseerd door de amateurploegen. Foreldorado/Golff reed grotere wedstrijden in het buitenland als voorbereiding op de kleinere koersen in België en Duitsland en de Nederlandse topcompetitie. Verbeek: 'Een derderangs profploeg zouden we zijn. Maar je moet ze toch maar winnen. We rijden de wedstrijden die bij onze doelstelling passen. We zijn nu eenmaal de veertigste ploeg op de wereldranglijst. We hebben niet de beste renners en we hebben niet de beste ploegleider. Daar ben ik heel eerlijk in.'

'Deelname aan een wereldbekerwedstrijd is mooi, maar je moet je positie kennen. Hetzelfde geldt voor de Ronde van Nederland. Daar staat een deelnemersveld van heb ik jou daar. Het valt voor ons niet mee daar te scoren. Maar je moet blijven aanvallen: als het peloton een halve minuut te laat begint te rijden, ga je zegevierend over de streep. Die kansen moeten wij pakken.'

Die instelling leverde Verbeeks ploeg, volgens eigen zeggen, een wereldprogramma op. 'Het beste van alle tweede-divisieploegen. We reden de Ruta del Sol, de Ronde van Murcia, de Vierdaagse van Duinkerken, kortom de wat grotere koersen. Misschien niet zo bekend bij het grote publiek maar wel bij de wielerkenners. Er is geen vergelijkbare ploeg die zo'n programma heeft kunnen rijden.'

Verbeek, de zwemleraar, de sportschoolhouder en voormalig renner van caféniveau, wil dat er meer wordt nagedacht over het imago van het wielrennen. Volgens hem is het een ramp dat in Nederland de enige tweede-divisieploeg verdwijnt. Verbeek: 'De Rabobank kan de kar niet alleen trekken. Wij zijn er voor jongeren die in ons programma kunnen scoren en kunnen uitgroeien tot renners aan wie we iets hebben. Aan de andere kant zijn we het vangnet voor renners die bij de grote ploegen uit de boot vallen.'

Volgens Verbeek is het probleem met de Nederlandse wielersport fundamenteel. 'Er is een natuurlijke weerstand tegen vernieuwingen. Zelfs in het voetbal zijn ze bezig om de regels te veranderen zodat het spel aantrekkelijker wordt. Waarom zou dat niet bij het wielrennen kunnen? Het zijn suggesties, maar daarover blijven nadenken en praten is goed, vooral door beleidsmakers.'

Waarom kunnen in België wel zeven profploegen, twee grote en vijf kleine, bestaan? In Nederland zijn er volgens mij net zoveel wielerliefhebbers. Als in Duitsland, dat zeker geen wielercultuur heeft, al vijf tweede-divisieploegen kunnen bestaan, waarom zou er in Nederland dan niet plaats zijn voor één tweede-divisieploeg?'

Wat Verbeek gaat doen, weet hij nog niet. 'Ik blijf proberen een nieuwe sponsor te vinden. De kans is natuurlijk erg klein, maar ik blijf hoop koesteren. Naief? Ja, misschien wel.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden