Interview Maret Balkestein-Grothues

Volleybalster Maret Balkestein-Grothues: ‘Ik wil verdomme naar die Spelen’

Na haar blessure tijdens Rio 2016 zint Maret Grothues op revanche in Tokio. Zondag wacht een lastige kwalificatiewedstrijd, in en tegen Italië, maar vertrouwen is er genoeg. ‘We zijn veel breder geworden.’

Grothues in de Nations League tegen Polen. Beeld Pim Waslander

De vorige Olympische Spelen, die van Rio 2016, zijn niet alleen om de verloren troostfinale een pijnpunt voor Maret Balkestein-Grothues, de aanvoerder van de nationale volleybalploeg. Als zij praat over het aankomende kwalificatietoernooi (OKT) op Sicilië, dan gaat het bij haar ook over die enkelpijn waarmee ze drie jaar geleden het olympisch toernooi moest volmaken.

‘Het was wedstrijd 2 van de poule en ik landde op de voet van een Amerikaanse speelster. Een typische volleybalblessure. Ik draag braces, die stabiliseren de enkelvork. Mijn rechtervoet ging er juist schuin overheen. Had ik niks aan die brace. Ik scheurde de twee buitenbandjes en de binnenkant finaal af. En er kwam een botsplinter los. Heftig hoor.

‘Ik zat in die roes van de Olympische Spelen en ben toen veel te vroeg weer begonnen. Ik ben een week later weer gaan spelen. De dokter, Ingrid Paul, zei: niet doen, niet spelen. Ik doe het toch, zei ik. Het is jouw lichaam, zei zij, maar ik raad het je af. Ja dag, ik snap dat je het afraadt, maar ik sta nu wel op de Olympische Spelen. Ik wil het gewoon proberen.’

In de achtste finale stond de fanatieke Grothues weer op het formulier. In de kwartfinale tegen Zuid-Korea draaide zij haar rondje in het achterveld, vanwege haar grote passkwaliteiten, het stoppen van de bal na de service van de tegenpartij. ‘Ik kon niet springen. En rechts uitstappen kon ik ook niet. Als de bal rechts van me kwam, stapte ik met het linkerbeen over. Het lichaam maakte heel snel die verandering door. Ik kon er redelijk mee omgaan.

‘Ik slikte veel pijnstillers. Ibuprofen. Per dag zat ik zes keer in de ijsmachine. Dat is een apparaat dat ze met een mouwstuk om je enkelgewricht plaatsen. Het geeft pressie en het wordt heel koud. Vocht gaat sneller weg en het gewricht wordt gekoeld, in 20, 25 minuten per keer. Ik kon niet lopen. De meiden brachten een bordje eten mee uit de eetzaal. Nee, de rolstoel wilde ik niet. Ik hanteerde krukken.

‘In de troostfinale tegen de Verenigde Staten heb ik zelfs weer gesprongen. Eén keer, dat ging. Maar in de rally, met dat wenden en keren, was het probleem te groot. Ik moest blijven staan, omdat het niet draaide. Drama.’

Het is geweest, haar clubseizoen bij Bolzano begon met zes weken herstel en ze verdween zelfs tussentijds naar Fenerbahçe. In diezelfde winter moest zij als aanvoerder en spreekbuis dealen met het vertrek van de geliefde bondscoach Giovanni Guidetti, in de ogen van Grothues nog altijd de grootmeester die het hele team een team liet zijn en de tacticus die Lonneke Slöetjes van buitenaanvaller de veelgeprezen diagonaal maakte.

Dood paard

Over die winter van 2015-2016: ‘Guidetti koos voor Turkije, voor zijn kind en vervolgens de nationale ploeg daar. Ik dacht: als je echt wilt, dan is er wel een mouw aan te passen. Een trainingskamp in Turkije of een huis voor vrouw en kind in Nederland. Maar hij vond Turkije aantrekkelijker. Na een paar maanden dacht ik: dit is wel goed zo. Het was trekken aan een dood paard. Wij moesten verder. Toen kwam Jamie Morrison. Een heel ander type coach. Maar sinds Guidetti is deze groep zo hecht. Dat fundament is toen gesmeed. Dat heeft Guidetti tot stand gebracht en we steunen daar nog steeds op.’

Met Morrison, een Amerikaanse volleybalprofessor die meer leunt op statistieken en overzicht, is de nieuwe olympische aanloop begonnen. Vrijdag is ronde 1 in Catania, waar na België en Kenia zondag het (waarschijnlijk) beslissende treffen met thuisland Italië wacht. ‘Wij waren zesde op de wereldranglijst toen de indeling voor de olympische kwalificaties werd gemaakt, en Italië zevende. Zes tegen zeven, dat is het systeem. Een tegen twaalf. Twee tegen elf. Enzovoort.

‘We hebben een goede geschiedenis de laatste jaren tegen Italië. Maar sinds vorig jaar is dat landenteam heel goed geworden. Italianen weten hoe ze moeten pieken. Vorig jaar hebben ze de hele zomer zitten kutten, maar op het WK stonden ze in de finale (met 2-3 verloren van Servië, red.). Ik heb die finale niet gezien. Na de verloren wedstrijd om brons tegen China had ik even geen zin om te kijken.’

Breder

Wat het Nederlands team ten opzichte van vorig jaar beter maakt, heeft Grothues, die volgende maand 31 wordt, ook scherp. ‘We zijn veel breder geworden. Vorig jaar zag je dat al bij het WK. Celeste Plak die erin komt toen we tegen de VS vastzaten. We winnen. Britt Bongaerts kwam er toen in als spelverdeler voor rondjes in het veld. Maar nu blijven ze staan en winnen we.

‘Nika Daalderop is terug, op de pass-positie aan mijn linkerkant. Zij was vorig jaar geblesseerd, net als Robin de Kruijf. Lang speelden we bij Oranje met zeven, acht speelsters. Nu hebben we er veel meer. Als ik voor mezelf spreek, tuurlijk wil ik spelen, maar ik wil verdomme naar die Spelen. De Olympische Spelen. Wie dat doen, het zal me worst zijn. We zitten qua kwaliteit zo dicht bij elkaar. We hebben zo veel mogelijkheden.

‘Als we die Spelen halen, in januari is er eventueel nog de tweede kans, dan mogen er maar twaalf mee naar Tokio, ook zo’n onbegrijpelijk iets. Elk toernooi speel je met veertien en de Spelen moeten er twee thuisblijven. Hoe dan ook, de aflossing van deze generatie staat er. Van trainingen zijn de jongeren doorgestroomd naar de toernooien. Ze staan er.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden