InterviewLaura Dijkema

Volleybalster Laura Dijkema kan alleen in de huiskamer nog set-ups geven

In februari speelde Laura Dijkema nog bij volleybalclub Firenze, totdat Italië in totale lockdown ging. Nu in eigen land kan ze haar demente moeder slechts op afstand bezoeken.

Laura Dijkema, spelverdeelster van het Nederlands vrouwenvolleybalteam in de gang van haar huis. Beeld Klaas Jan van der Weij

Voor volleybalster Laura Dijkema verandert niets nu topsporters onder strikte voorwaarden weer mogen trainen. Anderhalve meter afstand houden als schild tegen het coronavirus maakt een hervatting van teamsport onmogelijk. Als de 30-jarige spelverdeelster na de zomer bij haar Russische club Lokomotiv Kaliningrad begint, heeft ze ruim een half jaar geen wedstrijd gespeeld. ‘Misschien is het een zegen en worden door deze crisis carrières verlengd.’

Sinds haar debuut bij het WK in Japan in 2010 volgde Dijkema een monomaan regime. Spelen bij de club en in de zomer bij de nationale ploeg, ze wist niet beter. Met de Nederlandse vrouwenploeg won de 1.84 meter lange setter zilveren medailles bij de EK’s in 2015 en ’17, op de Spelen van Rio in 2016 en het WK in 2018 eindigde het team als vierde. De volleybalsters waren al uitgeschakeld voor de Spelen van Tokio, er is even niets om voor te spelen.

Laat de totale reset van lichaam en geest een bonus zijn, zegt Dijkema. ‘Ik ben nog nooit zolang thuis geweest, maar ik probeer ook de voordelen te zien van het sociale isolement dat we onszelf moeten opleggen. Ik kom eindelijk tot rust, ik realiseer me nu dat mijn generatie chronisch overbelast is. Het is goed om nu meer jonge meiden op te leiden, maar ik zou in 2022 nog graag het WK in Nederland willen spelen.’

Dijkema waarschuwt de Nederlanders die de lockdown versneld willen opheffen. Als speelster van het Italiaanse Firenze zag ze hoe covid-19 de maatschappij ontwrichtte. Toch is de volleybalcompetitie niet definitief gestaakt, de topvier van de Serie A1 overweegt nog play-offs te spelen. ‘Ik vind het vreemd dat de competitie niet is gestopt’, zegt Dijkema.

‘Hoe kun je sport nu boven gezondheid plaatsen? Voor mijn vertrek uit Italië vond ik de beelden al heftig, het is alleen maar slechter geworden. Heel apart om dan nog te denken aan play-offs volleybal.’

Toen Dijkema nog in Florence verbleef, sprak ze tegenover de NOS van een ‘oorlogssituatie’. ‘Ik merkte dat de gevolgen van het virus werden onderschat. Ik werd drie weken geleden bij mijn eerste bezoek aan een supermarkt door iemand aangestoten, dat had je in Italië niet hoeven doen. Dan was de politie al bij je geweest. Die beelden van volle stranden en parken in Nederland waren verbijsterend.

‘Daarom zette ik een boodschap op Instagram, om de bewustwording in Nederland te vergroten. Ik kreeg veel commentaar, nou, nou oorlog? Ik dacht: jullie hebben het niet meegemaakt. In Italië wordt het leger ingezet om mensen binnen te houden, er rijden tanks door de straten. Er heerste een macabere sfeer. Dan krijg je wel degelijk het gevoel dat het oorlog is.’

Laura Dijkema, spelverdeelster van het nederlands vrouwen volleybalteam. Beeld Klaas Jan van der Weij

In februari heeft ze haar laatste wedstrijd gespeeld. ‘In een bomvolle hal in Florence, een week later moesten we tegen Novara. Noord-Italië was al code rood. Je kon er niet in of uit, maar voor de sport werd een uitzondering gemaakt. We reisden naar Novara en kregen na een nieuw decreet van de Italiaanse regering te horen dat de wedstrijd niet kon doorgaan.’

De onzekerheid hield aan. Dijkema: ‘We hebben nog ruim een week getraind, met allerlei restricties. Voor elke training werd onze temperatuur gemeten. Daarna werden in Italië alle sportaccommodaties gesloten en kwam de totale lockdown. We mochten alleen nog naar buiten om naar de supermarkt of het postkantoor te gaan. Twee weken hebben we gewacht, kon de competitie nog worden voltooid? Wat deed de club?’

Hoewel Firenze nog een kleine kans had om de play-offs te bereiken, besloot de clubleiding de contracten met de buitenlandse speelsters af te kopen. ‘In die periode verslechterde de situatie in Nederland. Vliegen kon niet meer, de grenzen gingen dicht. Het was een benauwend gevoel. Ik kreeg de optie om naar huis te gaan, ik ben halsoverkop vertrokken en moet nog steeds een koffer ophalen. Mijn volleybalschoenen staan nog in Florence.’

Dijkema had het geluk dat ze nog voor het uitbreken van het coronavirus een contract tekende bij Lokomotiv Kaliningrad. De club in de Russische exclave tussen Polen en Litouwen bestaat pas twee jaar. ‘Ik had comfortabel in Florence kunnen blijven, ik had een mooi leven bij een warme club en spreek Italiaans.’

Waarom de overstap naar een land, waar ze tot lange reizen wordt veroordeeld? Handbalster Lois Abbingh was ongelukkig in Rostov en verhuisde naar Denemarken. Dijkema: ‘Ik zal niet ontkennen dat volleyballen in Rusland financieel aantrekkelijk is. Toch kies ik niet alleen voor het geld. Ook ik had een bepaald beeld van Rusland, grauw en koud.

‘Maar Kaliningrad is een moderne stad en vanwege de ligging buiten de Russische republiek heb je geen visum nodig. Handig als mijn familie of vrienden willen langskomen. Ik wilde graag nog eens in de Russische competitie spelen. En Kaliningrad is ook in sportief opzicht een verbetering.

‘Ik ga naar een Europese topclub met Russische internationals als Kosjeleva en Voronkova, die vrouw is een tank en een powerhitter. Met dit team kunnen we de laatste vier in de Champions League halen. Bovendien beschikt de club over fantastische faciliteiten. Ik zag een filmpje van de fitnesszaal, de speelsters van Lokomotiv Kaliningrad hebben zelfs een eigen zwembad. Dat zie je normaal alleen bij topclubs in het voetbal.’

Ze geeft nog geen idee wanneer ze kan aansluiten bij haar nieuwe ploeg: ook in Rusland grijpt het virus om zich heen. ‘Ik weet niet hoe de situatie nu is in Kaliningrad’, aldus Dijkema. ‘Het is me niet verteld. Voorlopig kan ik er niet heen, het Russische luchtruim is nog gesloten.’

Na al die maanden van stilstand zal het vreemd aanvoelen om weer een set-up te geven, zegt Dijkema. Ze vreest al ‘houten vingers’. ‘Vooral die eerste weken, dat er een bal zo uit je vingers plopt. Ik blijf thuis een bal tegen de muur aanspelen, maar die versnelling met de polsen valt lastig te trainen in de huiskamer. Zelfs in groepjes trainen op Papendal is lastig voor volleyballers. Moeten we de bal na elke set-up van mij schoonvegen als ik ga zweten? Ik zie het niet voor me.’

Het coronavirus heeft ook het intense leven van de topvolleybalster vertraagd. Dijkema: ‘Ik woon sinds een jaar in mijn nieuwe huis in Amsterdam, maar ik heb nu pas tijd om alle verhuisdozen uit te pakken. Na het clubseizoen in het buitenland woonde ik tijdens de zomer altijd bij mijn moeder, nu eindelijk zelfstandig.’ En lachend: ‘Mooie stap naar volwassenheid hè? Ik heb er al die jaren voor gespeeld, dit huis voelt als een beloning.’

Eens te meer realiseert Dijkema zich dat de zorg in Nederland op een hoog niveau staat. Ze kan haar demente moeder, slechts op afstand bezoeken. ‘Ze zat voor het raam en gaf nog een blijk van herkenning, ons geluksmomentje. Maar ik had ook het gevoel dat ik naar een vissenkom zat te kijken. Mijn zus woont in de buurt, ze gaat dagelijks even langs. Ze waarschuwde me al: Lau, het is niet fijn. Je kunt wel staan zwaaien voor het raam, maar onze moeder heeft niet altijd het besef wie we zijn.

‘Ik zie van dichtbij hoe zwaar de thuiszorg wordt belast. En leg aan patiënten met Alzheimer maar eens uit dat ze anderhalve meter afstand moeten houden en in hun elleboog moeten niezen. Dat snappen ze niet. Gelukkig is het verpleegtehuis in Oudewater waar mijn moeder verblijft nu officieel coronavrij, er was al iemand overleden.

‘Ik mis het fysieke contact, vaak verzorgde ik het haar van mijn moeder. Kon ik haar toch even strelen of knuffelen, maar dat mag nu zeker niet. Juist bij mensen met Alzheimer maak je contact door ze aan te raken. Je lichaamsgeur, je stem; dichterbij kun je niet meer komen. Mijn moeder gaat hard achteruit. Mijn enige troost is dat ze deze situatie niet bewust meekrijgt.’

Dijkema was pas 15 jaar toen haar vader overleed aan kanker. ‘Toch kon ik zijn ziekteproces gemakkelijker accepteren dan het langzaam afglijden van mijn moeder. Ook tijdens zijn ziekte bleef hij aanspreekbaar, hij was nog steeds mijn vader. Dementie is een vreselijke ziekte. je ziet iemand langzaam wegglijden.

‘Je moet telkens die stapjes terug incasseren. Het is pijnlijk wanneer je voor de eerste keer merkt dat je moeder dingen begint te vergeten. Ik vroeg haar vorige zomer of ze wist wie ik was. Ben ik je zus, je vriendin of je dochter? Ze keek me aan en zei: ‘Zus? Het was confronterend. Ik heb eigenlijk al afscheid genomen van mijn moeder, terwijl ze er nog is.’

Het is wachten tot het sociale leven weer op gang komt, zegt Dijkema. Wachten tot ze eindelijk weer haar moeder kan omhelzen. ‘Ik heb in 2017 een aantal maanden niet gespeeld om mijn moeder te kunnen verzorgen. Ik heb destijds mooie momenten met haar beleefd, samen veel gelachen. Ik ben dankbaar dat we nog moeder en dochter konden zijn, want dat gevoel komt nooit meer terug.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden