Voetbalsurvival in Suriname

In Coronie is niets en gebeurt niets. Je moet er wel voetballen. Hoe lang blijft dit Surinaamse district - geboortegrond van Davids, Winter en Hasselbaink - nog een kweekvijver voor talent?...

Stanley Menzo (36), zesvoudig international: 'Ik denk dat dit de laatste Oranje-generatie is met zo veel Suri naam se jongens. Wij hadden nog de drang om ons te bewijzen. Als je anders bent, en als kleurling bén je anders, moet je je bewijzen. Jonge Surinaamse voetballers hebben die drang niet meer, ze z¡jn ook eigenlijk niet meer anders. Ze zijn Neder lander, kennen dezelfde weelde, zitten net zo lang spelletjes te doen achter de computer. Ze kennen het woord overleven, surviven, niet meer.

'Het eigene is aan het verdwijnen. De trots op het eigene. Ik zie het bij Ajax dagelijks om me heen. De volgende generatie Oranje-spelers zal ook wel uit veel allochtone jongens bestaan, maar andere. Marokkanen, Turken, Afrika nen vooral. Amper Surinamers.'

Als de drang om te overleven dé ide a le voedingsbodem heet te zijn dan kan het haast niet anders of hier, in het Surinaamse district Coronie, wemelt het nog van het voetbaltalent.

In Coronie is niets en gebeurt niets. De eerste jongere met spelcomputer is er nog niet gesignaleerd. Onder de kokospalmen, nabij de Atlantische oceaan, kabbelt het leven voort. Twee ënhalf uur rijden van Paramaribo, westwaarts, blijkt nog een Suriname te bestaan als dat op oude vergeelde foto's. De plantages van eertijds zijn er overwoekerd, zoals overal elders in Su ri na me, maar in Coronie lijkt de Hol landse plantagehouder zomaar ineens uit het oerwoud tevoorschijn te kunnen komen.

Opwinding kent Coronie wanneer er een auto passeert. Dat wil nog weleens gebeuren: dit vrijwel louter creoolse district ligt op de route die van Paramaribo naar het (hindoestaanse) rijstdistrict Nickerie voert en is overigens sinds twee jaar toegankelijker geworden dankzij een brug over de Cop pe namerivier.

Dan, als er een auto in aantocht is, veren de Coroniaanse jongeren op en wapperen ze met hun kwie-kwie's, liefst de grootste uitvoering, 'de cola batra', hopend dat deze vis de passant tot een stop kan verleiden.

Vraag in Paramaribo over de Coro niaan, naar diens district waar niets gebeurt, waar men leeft van het kostgrondje en waar vrijwel niets wordt geproduceerd, en de stadscreool zal neerbuigend zijn: 'Ach meneer, het zijn onze Belgen, toch?'

Vraag in Paramaribo door over de Coroniaan en het duurt niet lang of de stadscreool zal vertederd zijn: 'Ach meneer, ze zijn daar vriendelijk, niet? Het leven is er eenvoudig, toch? De jeugd is onbedorven, er is daar niets. Je moet daar wel voetballen. Daarom kun nen ze het zo goed!'

Welkom in Totness, hoofdstad van Coronie, kweekvijver van Surinaams voetbaltalent. Waar Edgar Davids zijn eerste levensjaren sleet, waar de Has selbainks huizen, de Winters en waar 'voetbalnamen' als Esajas en Caïro geworteld zijn. Waar de grote Suri naamse voetballer Charles Marbach geboren werd: de beste van de eerste generatie Suri naam se voetballers in Ne der land, beter dan Mijnals en Sparen dam, een klassieke pingeldoos die mooi-klassiek (drank, vrouwen) zijn carrière vergooide.

Coronie, waar iedereen elkaar kent en zo ongeveer iedereen 'familie' van elkaar is. De creool van Coronie hecht niet zo aan monogamie.

Langs de doorgaande weg, dé weg, staan de huisjes van de familie Davids. Edgar verloochent zijn afkomst niet, komt vrijwel ieder jaar wel even langs. Vorig jaar juni was hij er nog. Om oma Davids de laatste eer te bewijzen, de vrouw die de peuter Edgar opvoedde. Negentig werd oma Johanna, de hele familie Davids was bij het afscheid.

Die familie is omvangrijk en, zo blijkt, gegrepen door voetbal. Op een steenworp afstand van oma's huisje woont tante Louisa (60). Zij en haar levenspartner Reinier Windzak (63) zijn met kippen en kokosnoten in de weer als het Hollandse bezoek zich aandient. De machete wordt terzijde gelegd, de trots van de familie komt ter sprake.

Edgars vader was ook al zo'n goede voetballer, weet Louisa. Diens bijnaam luidde Ballolo, hij die alles met een bal kan. Oom Remi van de overkant, het logeeradres voor Edgar wanneer hij in Coronie verblijft, kon er ook wat van, vult Reinier aan. Hij heette Clodoaldo, naar de beroemde Braziliaanse voetballer, de man van de omhaal.

Louisa: 'Voetballen is Edjes roeping.'

Reinier: 'Edje is ernstig! Een voetballer moet niet roken. Hij moet niet drinken!'

Louisa: 'Ja, meneer, het is een lieve jongen. Hij stuurt ons een boodschap als hij komt.'

Reinier: 'Iedereen voetbalt hier! Goe de voetballers, meneer!'

Reinier laat zijn enthousiasme de vrije loop als hij over het Coroniaanse voetbaltalent komt te spreken. Als een grikibi (zangvogel) tjilpt hij telkens een langgerekt en bewonderend 'aaaaiiii!'. 'Clodoaldo! Aaaaiiii! Omhaal meneer!'

'Marciano, jouw zoon! Hij speelt bij Nationaal Leger. Aaaaiiii!'

'Hiernaast, meneer! Acht jaren pas! Aaaaiiii! Die kan voetballen, hoor.'

Louisa: 'Is toch ook een zoon van mij?'

'Nee, nee. Van Bisschop, van hiernaast! Aaaaiiii! Edje gaat altijd met hem voetballen als hij hier is.'

Reinier doet nog even voor hoe men een corner dient te nemen. 'Kijken naar de wind. Een corner van links moet je rechts trappen!' Ach, verzucht hij, Ed gar heeft toch het goede voorbeeld gegeven? 'Discipline! Ernstig zijn! Oe fe nen, oefenen, oefenen.'

En vooral niet roken. Hijzelf steekt er eentje op en verontschuldigt zich onmiddellijk. 'Ik voetbal niet meer. En ik haal de rook niet naar binnen.'

Stanley Menzo: 'Ik kan ieder jaar naar Suriname, het land laat me niet los. Als ik daar ben voel ik me thuis, écht thuis. Van de jongens in het Nederlands elftal hebben Davids en Seedorf dat ook.

'Die twee zijn toch het meest Surinaams van de Surinamers. Bij Edje zie je het goed, ook op het veld. Hij is natuurlijk een opgewonden standje en als hij vloekt dan gebeurt dat meestal in het Sranang.

'Ik voel nog die trots, als Surinamer. Het gekke is dat ik me toch vaak niet welkom voel in Suriname. Oké, je bent een soort held maar je bent ook een anti-held. Je hebt het gemaakt in Nederland en in Suriname denken veel mensen dan meteen dat je ze de les wilt komen lezen. Dat ergert me, een heel storend gevoel.'

Grinnikend verhaalt Ray Wimpel hoe Edgar Davids een aantal jaren geleden op de bonnefooi naar Suriname kwam. 'Was hij in Amerika naar een bokswedstrijd van Regilio Tuur geweest en besloot hij zomaar ineens naar hier te komen. Hij had niet eens een visum! Typisch Edje. Ach, zijn oom Lucien kent iedereen in Suriname en kon alles wel even regelen.'

Wimpel zelf kent ook iedereen, en iedereen kent hem. Als zo veel Surinamers heeft hij uiteenlopende werkzaamheden 'want surviven moeten we allemaal'. De onophoudelijk handenschuddende en wuivende Wimpel is in Paramaribo zeer gezien, zo blijkt, en niet alleen vanwege zijn imposante gestalte.

De bankfiliaalhouder was tot voor kort een bekend tv-presentator, is correspondent voor Voetbal International, bekleedde functies in internationale sportfederaties en heeft een sportpromotie-bureau. Wimpel 'regelt' trainingskampen voor Nederlandse voetbalclubs in Suriname. 'De Graafschap was hier in de winterstop, het jaar ervoor Roda jc.'

Dezer dagen maakt Wimpel zich vooral druk over de vraag hoe hij de wedstrijd nac - Kleurrijk Elftal op de Surinaamse tv krijgt. Tevens spant hij zich in om een houten tribune van rbc ('Ze gaan daar in Roosendaal verbouwen') naar Suriname te krijgen. En binnenkort wacht journalistiek bezoek uit Frankrijk. Het blad L'Equipe wil ook wel eens weten waar om er zo veel goede Surinaamse voetballers zijn.

Wimpel: 'Davids is hier echt one of us, los, weet je. Dan gaat hij even straatvoetballen met de jongens hier. Hij verblijft altijd bij oom Lucien, in de Nadiastraat, maar Lucien is net verhuisd naar Nederland. Meestal komt hij met Seedorf, die neemt vaak de hele familie mee. Ze zijn nog niet geland of heel Paramaribo weet het al dat ze komen. Gewone jongens hoor, een beetje naar de meisjes kijken. Zij zijn hier altijd welkom.'

De andere Surinaamse internationals komen zelden of nooit naar het land van hun roots, zegt Wimpel. 'Davids en Seedorf zijn hier geboren, maar wat heeft Kluivert nou eigenlijk met Suriname? Bijna niets toch? Hij is hier nog nooit geweest.'

Zeker, dat Oranje Surinaams gekleurd is, maakt trots. En Rijkaard als bondscoach? 'Zijn vader Herman was een goede voetballer. Rijkaard is in Amsterdam geboren, hij maakt hier niet zo veel los. Ze waarderen hem. Maar hij is wel heel Hollands.'

Het Nederlands elftal is populair in Suriname, maar als er tegen Brazilië moet worden gevoetbald kiest het merendeel van de Surinamers partij voor het buurland. Wimpel: 'Logisch toch? Wij voetballen zelf als Brazilianen. Speels, alles kunnen met de bal.'

Sombert: 'Alles kunnen en vooral naast schieten! In de jaren vijftig waren wij een van de beste landen van Zuid-Amerika, maar ons voetbal is héél, héél snel achteruit gegaan.'

De mens is en blijft toch slachtoffer van zijn omgeving, doceert Wimpel, 'en onze omgeving is de laatste decennia sterk verslechterd. Dit land is in een neerwaartse spiraal geraakt, voetbal kan zich daaraan niet onttrekken. Wij zijn nu juist voor de kwalificatie voor het wk uitgeschakeld door Cuba. Cuba! Dat land heeft helemaal geen voetbaltraditie. Zelfs Trinidad is ons voorbij.'

De auto wordt gestart, er is een bezoekje aan Piem Reiziger, een neef van Michael, gepland. Vanachter het stuur mijmert Wimpel: 'Wij Surinamers maken ons niet druk, toch? No span! Ons voetbal zou geprofessionaliseerd moeten worden, maar dat botst toch met dat gemoedelijke. Wij houden wel van dat ongeorganiseerde. Hier, kijk, ons verkeer! Ongeorganiseerd, toch? Ik moet eerlijk zeggen: ik houd er wel van.'

Eenmaal binnen bij Art Design, het grafisch ontwerpbureau van Piem Rei zi ger, zegt Wimpel: 'Er is nu door de president een commissie in het leven geroepen om semi-professionalisme van de grond te tillen. Professionaliteit gaat verder dan geld. Sport ontwikkelen is geen bla-bla, dat is wetenschap! Zolang een international van ons thuis nog in een kamer van vier bij vier met drie andere mensen moet slapen, waar hebben we het dan over? Professioneel? Zorg eens voor goede huisvesting!'

Nee, met het Surinaamse voetbal komt het voorlopig nog niet goed, denkt Wimpel. Hij vertelt hoe 'drugsjongens' de beste spelers van de competitie voor een wedstrijdje 'kopen'. Dan koopt de ene drugsjongen een team en wedt met de andere. 'Nou ja, gelukkig heeft de voetbalbond die wedstrijdjes eindelijk verboden.'

Piem Reiziger (46) is al even somber gestemd over de toekomst van het voetbal in Suriname. 'Er is hier wel veel talent maar de mentaliteit deugt niet. Ik denk juist wel dat je mentaliteit kunt bijbrengen met geld. In Suriname koop je mentaliteit met geld. Maar ja, waar is hier geld?'

De neef van de international is anders helemaal niet zo'n voetbalfan. Auto rally's en bridgen, dát zijn sporten. Lacht: 'Je dacht toch niet dat ik het Nederlands voetbal volg? Die Mickey Mouse-competitie van jullie. In Nederland wordt helemaal niet goed gevoetbald.'

De Spaanse competitie volgt Piem Reiziger wel. Zo heel af en toe spreekt hij Michael, bij een familiebijeenkomst in Nederland. 'Michael is hier nog nooit geweest. Hij is vaker op Aruba, daar heeft hij een appartement. Die jongens van Davids en Seedorf hebben veel meer met dit land. Met Davids is Michael trouwens goed bevriend. Toen ze nog samen bij Milan speelden was Michael Davids' kapper!'

Wonderlijk eigenlijk dat de Reizigers een Nederlandse international hebben voortgebracht, vindt Piem. 'Bij ons zit het voetballen er helemaal niet zo in. Vader Kluivert was topscorer van Robin Hood. Zijn bijnaam was Bossa Nova, hij kon ook wel aardig dansen.

'Vader Davids kon geloof ik ook een aardig balletje trappen, vader Rijkaard was een goede verdediger, vader Gullit ook.

'De vader van Michael een goede voetballer? Welnee, een betere visser! Als hij een plasje water ziet, gooit hij met een een hengel uit.'

Over zijn eigen voetbalverleden wil Piem Reiziger het al helemaal niet hebben. 'Ik heb nog in Kerkrade gewoond, was keeper bij Roda jc. Ik kon er niet veel van. Je weet toch hoe dat gaat? De langste wordt keeper!'

Nog nahinnikend van de pret stelt Piem Reiziger vast: 'Ik ken trouwens geen enkele Surinamer die goed kan keepen.'

Stanley Menzo: 'Eigenlijk zou ik heel graag iets willen betekenen voor het Surinaamse voetbal maar het wordt je daar niet gemakkelijk gemaakt. Zeker niet voor zo iemand als ik, ik ben nu eenmaal erg ongeduldig. Dingen moeten lopen, moeten gedaan worden. De eerste twee weken dat ik weer in Suriname ben, heb ik altijd veel ruzie.

'Ik bén natuurlijk ook veranderd door Nederland! En hoe gaat dat in Suriname? Ik zou de dertig meest talentvolle jongens van Paramaribo willen trainen en dan zeg ik dat de training om tien uur begint. Om tien uur is er één. Om kwart over tien nog een paar, om half elf eventueel de rest. Dan heb ik het na een paar weken ook wel gezien, hoor. Daar kan ik niet meer tegen.

'Het doet me wel pijn wanneer ik weer in Suriname ben en merk dat de trots verdwenen is. Alles gaat kapot door de armoede. Hoe lang hoor ik nu al dat men zo bezig is met de opbouw van het land? Ik zie Suriname alleen maar meer en meer afglijden. Soms snijdt het me door de ziel.'

Op het Sportcentrum aan de dr Sophie Redmondstraat in Paramaribo zou deze avond om zeven uur de training beginnen van eersteklasser wbc. Om vijf over zeven staart één voetballer lichtjes verveeld naar de 'grasmat' (zandvlakte) te staren. Om tien over zeven melden zich nog enkele spelers.

Ha, daar is de trainer. Het is kwart over zeven en het omkleden kan beginnen. Als een van de weinige sportaccommodaties in Suriname beschikt het centrum over een lichtinstallatie en wanneer eenieder aanwezig is gaan de lampen aan. Ze 'doen' het. De lampen.

De Walking Boys Company telt dertig ingeschreven leden en speelt op het een na hoogste niveau. Van trainen komt deze avond voor de vijftien aanwezigen niet zo veel: de trainer/speler neemt plaats op de houten tribune want het Hollandse bezoek gaat voor.

Gilbert Seedorf heet de trainer/speler, tevens jeugdtrainer bij Robin Hood en neef van Oranje-international Clarence. De 27-jarige assistent-drukker omschrijft zichzelf als een 'aardige voetballer'. Beter is hij als trainer: 'Wij van Seedorf zijn schoolmeesters. Muzi kanten ook. Eigenlijk had ik het liefst drummer geworden.'

Gilbert Seedorf spreekt vol vertedering over zijn neef, al zijn de contacten minimaal. Zelfs als Clarence in Suriname is, en dat gebeurt toch regelmatig, spreekt hij hem hoogstzelden.

Ook niet wanneer de Seedorfs hun wedstrijdje tegen de Kamperveens spelen (sportautoriteit André Kamperveen, naar wie het nationale voetbalstadion is vernoemd, was een van de slachtoffers van de 'decembermoorden'; diens zoon Johnny heeft nu op zijn tv-station abc een sportprogramma waarin ook Seedorf en Davids te gast zijn geweest). Gilbert: 'Nee, ik word niet uitgenodigd.'

Gilbert Seedorf volgt zijn neef via tv en Voetbal International en typeert hem als 'een nuchter en positief denkend mens.' Zeker, hij weet dat zijn neef bij velen weerzin opwekt. 'Dat is altijd zo bij leidersfiguren. Die kun je niet maken, die worden zo geboren. Clarence was het al toen hij zestien was. Als je dan ook nog eens zwart bent, wordt dat niet snel geaccepteerd.'

Wat Gilbert Seedorf zo in zijn neef bewondert, is diens tactisch vermogen. 'Wij zeggen hier: Davids is voor het grove werk, Seetje voor het fijne.' Fysiek heeft de tengere Gilbert niets van zijn neef en de aanvankelijke schuchterheid 'vloekt' ook al met de natuur van het illustere familielid.

Op de vraag of hij 'iets' van neef Clarence 'heeft' moet Gilbert lang nadenken. Dan, ineens: 'Jawel, jawel! Voetbal is denken, toch? Vindt Clarence ook!'

Volgt er deze avond op de tribune van het Sportcentrum van Paramaribo een voetbaltactische verhandeling die de bossen van Zeist plotseling angstig dichtbij brengt. Gilbert Seedorf zit nu écht op de praatstoel en daagt zijn Hollandse bezoek uit: 'Weet u welke Nederlandse club mijn grote voorbeeld is?' Na drie, vier missers geeft hij zelf antwoord: 'Roda jc!'

Ter adstructie zegt de trainer/speler van wbc: 'Je moet je niet blind staren op Barcelona of Ajax. Ik kijk naar positiespel. Dat is zo belangrijk! Ik kijk naar drie dingen: balbezit, balverlies, omschakeling. Hoe de linies in- en omschakelen. Bij Roda jc is dat perfect. Simpel, tactisch hooggeschoold voetbal. Ze spelen niet met een laatste man, de vleugelverdedigers komen op het juiste moment op, die nummer acht staat altijd vrij.

'Hoe heet hij ook alweer? Van de Luer, ja! Grote speler, voetballen met de hersens. Dat heeft Clarence toch ook? Voetballen met de hersens.' En Clarence heeft nog meer, verzekert Gilbert: een werkelijk hechte band met Suriname. 'Wie investeert hier nou? Clarence wel. In de sport.'

Zo blijkt, enkele dagen later. In het district Para, een half uurtje rijden ten zuiden van Paramaribo, laat Clarence Seedorf op familiegrond een sportterrein aanleggen. De contouren zijn al zichtbaar: het grasveld kan de concurrentie met de 'sportterreinen' in Para maribo met glans doorstaan.

Hier, in Para, de oorsprong van de Seedorfs, heet de hoofdstad Onverwacht. De creolen van Para zijn volgens de bewoners van Paramaribo stug en trots: hier zijn het geen marrons (weggelopen slaven) maar creolen die na de afschaffing van de slavernij zélf de plantages hebben overgenomen.

Nu nog cirkelt de tingi fowroe (aasgier) boven het sportterrein-in-wording, straks moet hier gevoetbald worden. Middenin het oerwoud verrijst een sportterrein, dat al een straatbordje heeft: Frederik M. Seedorfstraat.

Stanley Menzo: 'Weet je, je kunt niet alles afschuiven op het ontbreken van geld en materiaal. In Suriname heeft het ook met de mentaliteit van doen. Er is geen saamhorigheid, geen gemeenschappelijke wil. De klassieke opvatting is: de grote sportmentaliteit wordt juist geboren vanuit ellende.

'Wat het voor mij zo tragisch maakt, is dat ik zie dat er in Suriname nog wel degelijk heel veel talent rondloopt. De creool heeft toch in fysieke zin iets eigens. Waarom kunnen we zo soepel bewegen, waarom kunnen we zo hard lopen? Alleen al vanuit louter sportief oogpunt zou je kunnen zeggen: nu wij het hier als Ajax in Amsterdam niet meer kunnen vinden, waarom zetten we niets in Suriname op? Waarom gaan we eigenlijk naar Afrika?'

Nooit zal Marlon Blanck (35), neef van Edgar Davids, Coronie verlaten. 'Ik ben nu competitieleider, hier. Ik heb gestudeerd in Paramaribo maar als ik nu ook al wegga naar de stad is er hier bijna geen voetbalkader meer.'

Blanck, werkzaam bij de Landbouwbank in Totness en vader van vier zoontjes, ziet de voetbalsport als een 'roeping'. Hij zegt: 'Voor ons, Coronianen, is het voetbal belangrijk voor het zelfrespect. Er wonen hier maar een paar duizend mensen, maar enkele jaren geleden drong Coronie Boys door tot het hoogste niveau. Onmiddellijk is de club door clubs uit Paramaribo leeggekocht.'

Geef de jongens een brommer en ze komen naar de stad, weet Blanck. Hij zegt het zonder wrok. 'Als je goed kunt voetballen, moet je het proberen.' Zijn eigen talenten liggen meer op het organisatorische vlak. 'Ach ja, Edje... Altijd een opdondertje gebleven. Hij was twee en toen kon hij al goed ballen.'

De promotie van Coronie Boys was indertijd een groot feest maar waar de mensen in dit district nog werkelijk levendige herinneringen aan hebben is de intocht van Edgar Davids in juni 1996, pal na het ek van Engeland. Voor Davids mondde dat uit in een ruzie met bondscoach Hiddink ('De coach moet zijn hoofd niet in het hol van een aantal spelers steken') maar voor zijn jeje (ziel) was dat, naar eigen zeggen, goed.

Voor het zelfrespect van de Coro niaan ook, zegt Marlon Blanck. On mid dellijk na het vorige ek werd Edgar Davids als een held binnengehaald in zijn geboortestreek. Zo veel auto's en bussen had men nog nooit gezien, verzekert Blanck.

'Daar ging Edgar, in een open auto. Zeven, acht bussen er achteraan. Ieder een was op straat. De harmonie was er. Ontvangst bij de districtscommissaris. Maar luister: Edgar blijft gewoon, hè. Als hij hier bij ons is gaat de korte broek aan en gaat hij ook blootsvoets het bos in.'

Die dag, juni 1996, werd er althans één speler van het Nederlands elftal als kampioen ontvangen.

Deze dag, vier jaar later, wordt in het James Albert Rigters Stadion van Totness om het kampioenschap van Coronie gevoetbald. Koploper Lavoco kan kampioen worden als het laaggeklasseerde Flamingo wordt verslagen. Wijzend op het door kokospalmen omzoomde zandterrein voelt Blanck aan drang zich te verexcuseren. 'Het gras staat wel wat hoog. De grasmaaimachine ging deze week kapot.'

Tweehonderd mensen kijken toe hoe Lavoco kampioen wordt. De groen-gelen winnen met 6-0. Bij wijze van service aan de pers meldt competi tie leider Marlon Blanck na ieder doelpunt de gegevens: '2-0, Davids, Clyde. 4-0, Davids, Clyde.'

Hij kan aardig voetballen, dit neefje van Edgar, maar het échte talent is Riedewald, Clyde (nummer 6), van Flamingo. Zestien jaar, onbeschrijfelijk bedreven op dit hobbelige terrein. Bij 0-0 ziet hij een spectaculaire omhaal op de lat eindigen. Zijn landing op de grond doet pijn op de tribune maar Riedewald, Clyde staat gewoon op. Er is niets aan de hand. Een Coroniaan voetbalt door.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.