Interview Jackie Groenen

Voetbalster Jackie Groenen: ‘Van een geslaagde steekbal kan ik intens genieten’

Jackie Groenen (24) is een van de dragende spelers van de Nederlandse vrouwenploeg, vanaf 7 juni actief op het WK voetbal in Frankrijk. In een vierdelige, maandelijkse serie praat ze over haar bestaan als prof. Deel 1: passie.

Jackie Groenen, speelster Frankfurt en Oranje.

‘Ik wil de beste van de wereld zijn’, zegt Jackie Groenen in een ­Italiaans restaurant in Königstein, een dorp bij Frankfurt. Ze voetbalt bij FFC Frankfurt. In die stad wonen ook haar meeste teamgenoten. Zij houdt van rust, van het glooiende dorp met zijn doorkijkjes en Christusbeeld. Wie de beste wil zijn, heeft motivatie ­nodig, passie, trainingsijver en rust. ­Königstein is haar biotoop van concentratie.

Groenen is een voetbalbeest, in wier ziel het vuur van haar vader ontbrandde. ‘Ik ben groot geworden met passie. Op voetbal is al mijn passie neergedaald.’ Haar ouders zijn ­perfectionisten. Vader Jack in sport. Moeder Lisette als voedingsdeskundige. Zij geeft les aan de universiteit in Wageningen en maakt ongekend lange dagen. Van woonplaats Poppel in België naar Wageningen, elke dag. Kwart over vijf weg, acht uur, half ­negen thuis.

Pa als trainer

Vader Groenen had nooit rekening gehouden met twee voetballende dochters. ‘Mijn vader is nog een level fanatieker dan ik.’ Als kind trainde ze niet twee, maar vier keer in de week bij GSBW in Goirle, met pa als trainer. ‘We woonden in België, maar in ­Nederland kon je tot je 19de bij de jongens voetballen. Dat was volgens hem het beste. Zelfs toen wij nog niets konden, was hij al bezig met wat het beste voor de toekomst zou zijn. Terwijl ik het alleen ontzettend koud had, toen ik 4 of 5 was.’

‘Vier, vijf keer trainen in de week, dat hoorde eigenlijk niet. Twee keer was de norm. Mijn zus en ik stroomden in bij het team met jongens. Met dat team zijn we acht, negen jaar bij elkaar gebleven. We kregen zelfs ­problemen bij GSBW. Twee keer trainen moest het zijn. We zijn met het hele team naar Riel vertrokken, in het volgende dorp. We werden de D2, want de jongens uit het dorp waren D1. Wij speelden drie klassen hoger dan zij. De voorwaarde was dat ieder clublid mocht meedoen aan de training van zondag. Na een jaar hadden we ­veertig, vijftig mensen, terwijl mijn vader de enige trainer was. Het was zo leuk om dat fanatisme te zien.’

Jackie Groenen, speelster Frankfurt en Oranje.

Uit de Riel-tijd dateert een geweldige foto van een wedstrijd tegen Kaatsheuvel, als tal van grote jongens op jacht zijn naar een blond, spichtig meisje, Jackie Groenen. Ze was twee jaar jonger en speelde soms drie ­duels in het weekeinde. Twee bij de jeugd op zaterdag en zondag in Dames I, als 13-, 14-jarige. Tegenstanders protesteerden weleens bij de KNVB omdat ze te jong was. ‘We hebben veel punten moeten inleveren.’

Ze was klein en had weinig (schot)kracht. Dribbelen was haar methode. Ze haalde amper het doel vanaf de zestienmeterlijn. Eens met Kerst, toen alle cadeaus waren uitgepakt, zei vader tegen moeder: ‘Jouw cadeau staat buiten.’ Moeder verwachtte een auto of zo. ‘Toen stond er een doel in de achtertuin, met een ­gigantisch vangnet.’ Konden de zussen Merel en Jackie nog meer trainen. En schieten.

Garagevoetbal

In de garage had vader een minivoetbalzaal gebouwd. Matrassen ­tegen de wanden, judomatten op de vloer. Doeltjes. Een kleine tribune. Zaterdag, na de wedstrijd, kwamen de jongens bij de Groenens thuis, voor twee tegen twee toernooitjes. ‘Hard! Iedereen mocht elkaar tegen de muur beuken. Dat ging tot aan huilen toe.’

De passie is altijd blijven branden. Ze vindt het heerlijk om te trainen, om andere oefeningen te doen. Ze kocht een kickback rebounder om op te schieten. ‘Leuk man.’ De bal komt in een onverwachte baan terug. Ze stelt soms trainingen voor zichzelf samen. Meestal traint Frankfurt twee keer daags. Dinsdag is haar vrije dag. ‘Die heb ik nodig. De trainingen zijn echt zwaar hier. Schieten uit de tweede lijn, scoren, dat moet beter. Als ik een bal duizend keer aanneem en duizend keer in dezelfde hoek schiet, zal het in de wedstrijd ­misschien net iets soepeler gaan in die positie.’

Haar mindere schieten komt mogelijk omdat ze altijd met oudere jongens voetbalde. Zij draaide weg van een tegenstander en gaf een steekpass op een snelle jongen voorin. Dan konden zij schieten. Ze kwam niet zo dicht bij het doel, tenzij na een dribbel. Ze liep de bal in het doel, als het ware.

Groenen is hard voor zichzelf. ‘Ik heb niet vaak wedstrijden waarover ik totaal tevreden ben.’ Ze is soms bijna ziek van vermoeidheid. Haar ploeggenoten spreken weleens af om te bowlen na de wedstrijd. ‘Dat kan ik niet. Ik ben dan helemaal klaar en ga op de bank liggen om voetbal te kijken.’

Intens genieten

Hoewel ze het liefst ‘op tien’ speelt, achter de spits, is ze bij haar club ­centrale middenvelder, maar dan verdedigend. ‘Het is leuk. Nog meer werken. Ik zoek de aansluiting naar voren, maar ik moet ook tijdig terug zijn.’ Wat het allermooiste is? ‘Van een geslaagde steekbal kan ik intens genieten. Of van een goede tackle. Het voetballen zelf is het mooist aan voetbal. Ik ben niet zo’n kleedkamerpersoon. Daar ben ik vrij rustig, hoewel ook wel nerveus. Ook omdat ik me druk opleg om goed te voetballen. Mijn zondag is niet tof als ik niet goed heb gevoetbald.’

Haar ouders komen elk weekeinde kijken, tot in Jena en Berlijn toe. Vader is er altijd, moeder bijna altijd. ‘Toen ik bij Chelsea speelde, waren ze er ook bijna elk weekeinde. Vliegen? Nee, met de auto, door de tunnel. Als mijn zus Merel zaterdag speelt, gaan ze eerst bij haar kijken. Dan rijden ze naar mij. En zondag rijden ze ook weer terug, om maandag te werken.

‘De verste uitwedstrijd is in Potsdam, bij Berlijn. Dan rijden ze zondag om een uur of vijf uur terug. Ja, de volgende dag rijdt mijn moeder dan weer naar Wageningen. Ik heb heel veel geluk met mijn ouders. Ik heb nooit iets niet gehad. We hebben het altijd samen gedaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.